Een mannenbolwerk

DAT DE reputatie van de leermeester niet altijd de opmaat vormt van het succes van zijn pupil, ervoer - aan het begin van deze eeuw - de jonge plantkundige Johanna Westerdijk (1883-1961)....

Om te kunnen vaststellen welke krachten zich hier deden gelden, liet zij zich na werktijd eens in het laboratorium insluiten. Daar zou ze er, volgens de overlevering, getuige van zijn geweest dat niemand minder dan De Vries haar petrischaaltjes in het voorbijgaan even oplichtte. Op die manier zou hij haar opmars door de wetenschappelijke instituties hebben willen hinderen. Waarin een groot man klein kan zijn.

De vermeende sabotage van De Vries heeft overigens hooguit tot enig oponthoud in de loopbaan van Westerdijk geleid. In 1917 werd zij in Utrecht tot buitengewoon hoogleraar in de leer der plantenziekten benoemd. Zij was daarmee de eerste Nederlandse vrouw die een professoraat verwierf.

Voor meewarigheid over zoveel achterlijkheid en mannelijk chauvinisme is geen enkele reden. Wat betreft het aantal vrouwelijke hoogleraren doet Nederland het nu nauwelijks beter dan aan het begin van deze eeuw. Van de 2426 Nederlandse professoren waren er in 1996 slechts 111 vrouw. En in de andere wetenschappelijke rangen die sinds 1983 worden onderscheiden - die van universitair docent en hoofddocent - is het in dit opzicht niet beter gesteld. Zelfs het percentage vrouwelijke aio's - de paria's van de academische wereld - blijft nog achter bij het aandeel van vrouwen in de studentenpopulatie.

Niet alleen in historisch, maar ook in internationaal perspectief doen de Nederlandse universiteiten het slecht. In termen van vrouwenparticipatie delen zij de staartpositie met zusterinstellingen in Botswana, Iran en Pakistan - landen waarmee wij ons niet plegen te vereenzelvigen.

Over het emancipatorisch onvermogen van de Nederlandse wetenschap is een opstellenbundel verschenen: De universiteit als modern mannenklooster. Ze bevat bewerkingen van lezingen die vorig jaar aan de Universiteit van Amsterdam zijn gehouden op het symposium 'Vrouw en universiteit na honderd jaar'. Erg opwekkend is de inhoud niet. Een van de auteurs verwacht dat de samenstelling van het wetenschappelijk personeel onder gelijkblijvende omstandigheden pas over een paar eeuwen recht zal doen aan de maatschappelijke werkelijkheid. En de andere bijdragen geven voedsel aan die prognose.

De universiteit is - de aanhoudende transformaties ten spijt - nu eenmaal een klassieke instelling die zich qua doelstelling en organisatie niet wezenlijk onderscheidt van haar dertiende-eeuwse oervorm. Zeventig Europese universiteiten hebben met de Zwitserse kantons en het parlement van het eiland Man gemeen dat ze in de rechte lijn uit de Middeleeuwen stammen. En dat uit zich niet alleen in onschuldige ceremoniële handelingen, maar ook in het behoud van omstandigheden waaronder de man beter gedijt dan de vrouw, zo betoogt een van de auteurs.

Daarbij doelt ze op het individualisme dat de arbeidsverhoudingen zou kenmerken, op de citatiedrift en de onderlinge wedijver, op de bijna blinde toewijding aan het vak, en het primaat van het onderzoek. De universiteit wordt gekenschetst als het residu van het oude mannenklooster waarvan de bewoners zich in een zelfgekozen isolement toeleggen op de hoogst individuele zoektocht naar de Waarheid. In een dergelijke ambiance blijkt het vrouwelijk talent moeilijk te gedijen.

Deze monastieke typologie bekt lekker, maar verklaart weinig. Met hetzelfde gemak waarmee overeenkomsten tussen klooster en universiteit kunnen worden opgesomd, kunnen ook verschillen worden genoemd. De een is statisch, de ander dynamisch. De een koestert de menselijke bescheidenheid, de ander de menselijke inventiviteit. De afzondering in het klooster dient een ander doel dan de retraite van de wetenschapper.

Bovendien doet de typering van de universiteit als mannenklooster wat ongemakkelijk aan, omdat ze uitgaat van statische geslachtskenmerken; de man is in al zijn verschijningsvormen en hoedanigheden een jager, de vrouw is gevoelig voor sfeer en wil dienstbaar zijn aan de gemeenschap. Daar kom je niet zo ver mee als je wilt verklaren waarom er zo weinig vrouwelijke hoogleraren zijn. Zeker niet als in de bundel ook de pogingen worden beschreven van obscure frenologen om een intellectueel tekort van de vrouw te construeren.

Overtuigender zijn de verwijzingen naar demografische en organisatorische factoren. Jarenlang had het percentage vrouwelijke studenten rondom de twintig geschommeld. Maar toen daar onder invloed van de lokroep 'hoger onderwijs voor velen' verandering in kwam, stagneerde de doorstroming van het wetenschappelijk personeel. Er werd jaren achtereen gekort op de budgetten van de universiteiten, ze moesten ingrijpende reorganisaties met omineuze namen als SKG en STC doorvoeren, en iedereen bleef zitten waar hij zat. Voeg daar nog eens de toenemende prestatiedwang en de statische arbeidsvoorwaarden aan toe, en het is duidelijk waarom zo weinig vrouwen doordringen tot de hogere wetenschappelijke echelons.

Dat laat natuurlijk onverlet dat de universiteiten nalatig zijn bij het wegwerken van hun emancipatorisch tekort. Zelfs de Universiteit van Amsterdam, die kan bogen op het grootste percentage vrouwelijke hoogleraren en docenten, heeft het emancipatiefonds waarmee de doorstroming van vrouwen wordt bevorderd, onlangs gehalveerd. Men kan dat onwijs vinden, of kortzichtig. Maar het is twijfelachtig of zich hierin in de eerste plaats de geest van het mannenbolwerk manifesteert. Het is eerder de - sekseneutrale - reflex van een instelling in geldnood die zich onvoldoende realiseert dat ze zichzelf op deze manier schade berokkent. En dat is al verontrustend genoeg.

Sander van Walsum

Barbara van Balen & Agneta Fischer (redactie): De universiteit als modern mannenklooster.

Het Spinhuis; 110 pagina's; * 24,90.

ISBN 90 5589 119 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden