Een man van vechten met de bas Nederlandse collega's over de trekkracht van Ray Brown

Is Raymond Matthews Brown (Pittsburgh, 1926) de grootste onder de naoorlogse jazzbassisten? De meest bewonderde lijkt hij in ieder geval - geen muzikant die zich niet gewonnen geeft voor zijn formidabele begeleidingen....

Jacques Schols (1935), contrabassist in het Frans Elsen Trio en het Jacques Schols Kwartet.

'Het staat en je krijgt het niet omver. Als je hem hoort spelen, denk je voortdurend: ja, natúúrlijk pakt hij nu die-en-die noot, die had ik daar zelf ook gespeeld. Het klinkt allemaal zo enorm logisch en solide. Tot je het bestudeert, dan kom je er achter dat jij die noot daar zelf nooit gespeeld zou hebben. Dat is zijn kracht: het lijkt eenvoudig, maar het is héél uitgekookt.

'Je hoort jongeren nu wel eens beweren dat hij een beetje gedateerd is, maar dat is gewoon niet zo. Het is precies wat een bas moet doen, zo moet het. Je moet natuurlijk wel oppassen dat je een Ray Brown niet met een man als Niels-Henning rsted Pedersen gaat vergelijken. Want dan zeg je: ja, die Pedersen heeft zoveel meer techniek en heeft rechts zoveel meer vingers, daarmee vergeleken is Ray Brown ouderwets. Dat is dus niet waar. Je kunt op een gegeven moment zoveel techniek hebben dat je het peil bereikt dat je alles kunt spelen wat je wilt. Maar stel dat het echt zo ver komt, dan heb je ook een groot nadeel, want het heeft meteen geen kloten meer. Er moet spanning in zitten, een bas moet je mee vechten, en Ray Brown is een man van vechten met de bas.

'Ik wil niets op Pedersen afdingen, hij heeft een techniek die niet te geloven is, maar hij gebruikt ook een heel andere geluidsversterking. Op zijn bas zit een bijzonder element dat elke snaar apart versterkt. Dat maakt het hem mogelijk een ongelooflijke snelheid te ontwikkelen, maar als hij op de bas van Ray Brown zou moeten spelen, dan zou hij er denk ik veel minder uitkrijgen. Niet alleen qua volume, maar ook qua techniek.'

Eric Calmes (1955), contrabassist en basgitarist in Zamanakitoki, Lebombo, Calmes-Vieira Sextet.

'Ik wou dat ik vleiende woorden over hem kon spreken, maar als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat hij niet belangrijk voor mij is geweest. Brown hoort tot de groten en ik heb zijn platen gehoord, maar hij is langs me heen gegaan. Dat komt niet doordat ik als basgitarist ben begonnen, want ik luisterde ook naar contrabassisten, zoals Eddie Gomez. Een van de eersten die ik bewonderde was Stanley Clarke, pas later ben ik me bewust geworden van Ray Brown. Niet dat ik zijn belang ontken, maar voor mij is hij vooral clean en netjes, vergeleken met anderen die wat ruwer en vrijer spelen, wat opener misschien.'

Ernst Glerum (1955), contrabassist in de Instant Composers Pool en het Guus Janssen trio.

'Zijn time wordt steeds dieper. Hij heeft al die jaren eindeloos begeleidingen moeten spelen achter solisten, ook tot zijn eigen ongenoegen natuurlijk, en op de een of andere manier is dat tijd-spelen bij hem daardoor ongelooflijk rijk geworden. Vierkwartsmaten speel ik zelf ook heel graag. Het is een verhaal dat steeds verder gaat, en een goede timing spelen is een bron van vreugde. Dat hoor je heel goed bij hem.

'Maar door altijd maar dat beulswerk op de achtergrond te verrichten is het ook een strenge, ik wil niet zeggen verzuurde, maar toch teleurgestelde man geworden. Vandaar dat hij nu met een trio komt, en niet met blazers. Hij wil eindelijk doen wat hij leuk vindt.

'Ik herken in hem de degelijkheid en de ouderwetsigheid. en ook het gevecht, dat hij wel eens van de snaar afdondert met zijn vinger. Je hoort het zware en de weerstand van die bas en dat is iets heel moois.

'Verder is hij volgens mij een van die zwarte mensen uit de USA die eigenlijk heel graag klassiek hadden willen spelen, maar daarvan zijn weerhouden. Hij mocht niet in een symfonieorkest, want dat zou alleen maar een hoop weerstand opleveren, hij moest maar gewoon jazz gaan spelen. En dan zie je nu hoe hij bij concerten opeens zijn versterkertje uitdoet, en prachtig gaat zitten strijken.

Dat heeft hij dus zelf ontwikkeld. En het is prachtig hoor, misschien niet helemaal volgens de klassieke normen, maar ik vind het mooi en ontroerend, ook als het het zogenaamd niet helemaal is.'

Peter Bergman (1965), basgitarist in SFeQ.

'Ron Carter, Ray Brown of Scott LaFaro, dat zijn volkomen verschillende opvattingen van basspelen, en daar werd op het conservatorium in Hilversum wel je aandacht op gevestigd. Ray Brown heb ik altijd superinspirerend gevonden, door dat consequente nèt voor de tel spelen van hem, net iets voor de drums uit, wat een prettige wrijving geeft en ook een ontzettende drive.

'Het is moeilijk na te spelen, maar zoiets probeer je dan in andere stijlen ook toe te passen, en soms werkt het. Ik vind hem ook solistisch bijzonder. Hij vertelt mooie verhalen, met veel soul. Het is leermateriaal voor iedereen.'

Benjo Wolfensberger (1943), contrabassist in het Nederlands Philharmonisch Orkest.

'Ik heb twee keer in een workshop van hem meegedaan. De eerste keer vond ik hem heel aardig en hartstikke leuk, en de tweede keer ook heel aardig, maar wel een beetje uitgeblust. Hij had niet veel meer te vertellen, vond ik.

'Ik denk dat hij eigenlijk helemaal niet zo'n goede bassist is. Dat meen ik echt. Hij is wel absoluut dominant onder de jazzbassisten, maar dan vooral vanwege zijn trekkracht. Er is een singeltje van hem met Oscar Peterson, op de ene kant staat Con Alma en op de andere kant een stuk waarvan de titel me even niet te binnen schiet. Peterson speelt daarin een waanzinnig ingewikkelde break, en meteen daarop komt Ray Brown met een solo. . . bij elke noot die hij trekt schiet hij dwars door de speaker, zo'n swing zit erin.

'Na zijn Peterson-tijd was het een beetje weg voor mij. Daarna heeft hij wat techniek bijgeschaafd en trucjes geleerd en is hij zichzelf een beetje kwijtgeraakt. Ook bij Peterson heeft hij eigenlijk nooit een solo gespeeld waarvan je zegt: dat is leuk gevonden. Alleen - het paste zo waanzinnig goed, met Ed Thigpen en ook met Herb Ellis.

'Vroeger vond ik het nooit erg als hij vals speelde, maar de laatste keren vond ik het wèl erg. Ik geloof niet dat dat komt doordat ik er anders naar luister. Er zijn genoeg jazzbassisten die níet vals spelen.

'Ik heb later die platen van (bassist) John Clayton en (pianist) Monty Alexander gehoord, dat zijn precies evenveel noten, en toch voel je de hele tijd: het is het net niet. Bij Brown en Peterson was het het allemaal net wel. Het raakte de kern, of het nou vals was of niet.'

Tony Overwater (1965), contrabassist in Motion Music en het Yuri Honing Trio.

'Op het Koninklijk Conservatorium kreeg ik les van John Clayton, de beste leerling van Ray Brown. Het is me dus met de muzikale paplepel ingegoten. Al zijn solo's en begeleidingen moest je uitzoeken. We Get Requests, die lp met Peterson, was een modelplaat voor bassisten in de opleiding en die hoorde je zo ongeveer uit je hoofd te kennen.

'Ik geef zelf geen les meer, maar als iemand me vraagt wie nou een typisch goede jazzbassist is, dan noem ik hem. Hij heeft de combinatie van sound, perfecte time, perfecte intonatie, perfecte notenkeuze, bijna allemaal goede solo's. Zijn zwakke kanten komen niet gauw naar voren. Dat merkte je op het conservatorium ook. We konden van Ron Carter zeggen dat het soms vals was en van Paul Chambers dat hij foute noten speelde, maar Ray Brown is compleet. Wat hem ook geliefd maakt, is dat hij zo helder formuleert. Er is geen gefoezel.

'Of hij vals speelt? Ach, iedere bassist heeft wel periodes of bepaalde gebieden waar hij slechter intoneert. Ik denk dat hij in de duimpositie, dat wil zeggen als je heel hoog speelt, met je armen over de bas hangt en je duim als ankerpunt neerzet, dat hij dan onzuiver wordt, omdat hij daar minder ervaring in heeft.

'Maar hij speelt nog even goed als vroeger. Bewonderenswaardig, vind ik.'

Ray Brown speelt zaterdag om 21 uur met zijn trio in het Bimhuis in Amsterdam, zondag om 16 uur in Porgy & Bess, Terneuzen.

Ray Brown is op honderden jazzplaten te horen. Opnamen met Oscar Peterson uit de jaren vijftig en zestig zijn heruitgegeven door Verve/PolyGram. Recente cd's van zijn trio verschenen op Telarc.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden