Een man van het compromis

De Israëlische filosoof Avishai Margalit werd in Palestina geboren en weet als geen ander dat het in het leven om het sluiten van compromissen draait....

Idealen zijn mooi, maar het leven draait om compromissen, zegt de Israëlische filosoof Avishai Margalit. ‘Ik geloof dat we beoordeeld worden op de compromissen die we sluiten. Meer dan op onze idealen. Want idealen laten zien wie we willen zijn, compromissen wie we werkelijk zijn.’

Zelf is Avishai Margalit een man van het compromis. Een sociaal-democraat die wars is van revolutie en radicalisme. Soldaat in de oorlogen van 1967 en 1973, maar ook oprichter van de vredesbeweging Vrede Nu. Zijn nieuwe boek, Compromises and Rotten Compromises, zal later dit jaar verschijnen. Margalit komt erover vertellen in de Nacht van de Filosofie. Verzoening is het thema van de Maand van de Filosofie, en elke verzoening begint met het sluiten van een compromis.

Margalit verdeelt zijn tijd tussen Jeruzalem en het Amerikaanse universiteitsstadje Princeton. Een groter contrast is nauwelijks denkbaar: de spanning van Jeruzalem tegenover de serene rust van Princeton op een zachte lentemiddag. Op het stationnetje zit een mooi Aziatisch meisje de Brief aan de Romeinen van Karl Barth te lezen, een theologische klassieker uit 1923. Princeton is een oase van de geest, met lommerrijke lanen en mooie houten huizen. Oorlog, 11 september en zelfs de kredietcrisis lijken ver weg.

Aan de rand van het stadje ligt het Institute for Advanced Study, waar Albert Einstein ooit doceerde. Margalit heeft er een grote werkkamer, met uitzicht op een grasveld en een aangrenzend natuurreservaat. Een weidse, Amerikaanse versie van Oxford.

Margalit doceerde ooit in Oxford, waar hij sterk werd beïnvloed door de filosoof Isaiah Berlin. Nobele doelen komen vaak met elkaar in conflict, was Berlins stokpaardje. Gelijkheid gaat ten koste van vrijheid, en omgekeerd.

Zo staan ook rechtvaardigheid en vrede op gespannen voet met elkaar, stelt Margalit. Wie rechtvaardigheid nastreeft, zal doorgaans geen vrede vinden. En wie vrede wil sluiten, moet veelal onrechtvaardigheid op de koop toenemen. Na de Tweede Wereldoorlog offerde het Westen Oost-Europa aan de Sovjet-Unie. Dat was onrechtvaardig, zoals de inwoners van Boedapest in 1956 merkten. Toch zullen slechts weinig westerlingen dit compromis hebben betreurd.

‘Het compromis wordt vaak te zoet en te gemakkelijk voorgesteld’, zegt Margalit, in een raspend Engels dat aan Shimon Peres doet denken (‘zér ar srieoptions’). ‘Maar het is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Waarom moet ik me aanpassen aan jouw overtuigingen die volgens mij verkeerd zijn? Waarom moet ik iets opgeven waarvan ik geloof dat het waar is? Waarom moet ik een compromis sluiten als ik geloof dat ik gelijk heb?’

Het antwoord ligt voor de hand: vrede. Niet alleen voor de oorlog, maar ook voor de vrede moeten we offers brengen, zegt Margalit. ‘Voor vrede moeten we veel opgeven. Maar niet alles. Dat is het hele punt’, stelt hij. Compromises and Rotten Compromises zal niet alleen een pleidooi voor het compromis zijn, maar ook een poging om de grens vast te leggen. Wanneer is een compromis verrot?

Een schoolvoorbeeld is het akkoord tussen de geallieerden en Hitler in München in 1938. De democratieën versterkten de macht van een man, die zich al ruimschoots als een onmenselijke dictator had leren kennen.

Helaas heeft München het compromis een slechte naam gegeven, zegt Margalit. ‘Compromise is het woord dat de Amerikaanse fundamentalisten het meest haten, na liberal. Maar de meeste compromissen zijn goed. Noord-Ierland is een uitstekend voorbeeld van een goed compromis, net als Zuid-Afrika, al ben ik er niet zeker van dat het stand zal houden als Nelson Mandela er niet meer is.’

Op de Afghanistan-conferentie werd deze week gesproken over een compromis met de Taliban. Is dat mogelijk?

‘Dat ligt eraan. Vormen de Taliban een homogene groep of kun je een compromis sluiten met sommige groepen en met andere niet? In dat laatste geval kun je de solidariteit van de Taliban breken met een compromis. Ik geloof zelf dat de Taliban heterogeen zijn. Er zijn lokale stamhoofden die zich bij de Taliban hebben aangesloten om papavers te telen of omdat ze een hekel hebben aan buitenlandse strijdkrachten op hun grondgebied.

‘Maar als de Taliban alleen bestaat uit Mullah Omar en zijn aanhangers, als zij terugkeren om vrouwen en kinderen te onderdrukken, heb je geen keus. Dan moet je ze eruit vechten. Een compromis met Mullah Omar is verrot.’

Het Westen is nu al ruim zeven jaar bezig in Afghanistan, zonder veel succes. Ben je verplicht om door te vechten als de strijd uitzichtloos lijkt?

‘Toch kunnen de westerse troepen zich niet terugtrekken. Ze hebben zelf de verantwoordelijkheid genomen om naar Afghanistan te gaan. Ik weet dat veel mensen pleiten voor terugtrekking, in naam van een realistische politiek. We moeten daar weg, omdat het hopeloos is, zeggen ze dan. Deze mensen worden zelfs idolen van links. Ik ben tegen terugtrekken. De Afghanen vallen onder jouw jurisdictie. Dan kun je ze niet uitleveren aan Mullah Omar.

‘Moraal is gebaseerd op de gedachte van een gedeelde humaniteit, zegt Margalit. ‘De Afghanen zijn mensen als wij. Daarom moeten we ons uiterste best doen ze te beschermen tegen wreedheid en vernedering. Als we de Afghanen in de steek laten, ondermijnen we de moraal zelf. In feite geven we het project op om een morele orde te creëren.’

Maar als je die gedachte serieus neemt, moet je toch overal ter wereld interveniëren? De machthebbers in Soedan zijn ook wreed en inhumaan, net zoals Saddam Hussein dat was.

‘Nee, dat is een heel andere kwestie. Ik vind dat je geen overeenkomst mag sluiten die een inhumaan regime in het zadel helpt of versterkt. Dat betekent nog niet dat je een oorlog mag beginnen. Een oorlog heeft een eigen rechtvaardiging nodig. Onder andere een kans op succes. In veel gevallen is die er niet.

‘Ik was fel tegen de oorlog in Irak, en ben dat nog steeds. Als het Westen tussenbeide was gekomen toen Saddam in Hallabjah de Koerden met gifgas aanviel, zou ik een interventie op humanitaire gronden gerechtvaardigd hebben gevonden. Maar dat deden ze niet.

‘Zowel voor interventie als voor non-interventie kun je sterke argumenten geven. Je moet een balans vinden. Wat je nodig hebt, zijn niet alleen principes, maar vooral ook tact. Wordt de situatie beter als je ingrijpt of kun je beter niets doen? Dat is een vraag die niet wordt bepaald door principes, maar door een tactische inschatting.

‘Ik heb ook geen recept om de problemen in de wereld op te lossen, geen wonderformule voor het compromis. Ik geef alleen een paar basisregels. Elk conflict is anders. Je kunt niet simpelweg een formule toepassen.’

De ouders van Avishai Margalit kwamen in de jaren dertig uit Polen naar Israël. Ze hadden genoeg van het Russische bolsjewisme gezien om een levenslang wantrouwen tegen extreem-links te koesteren. De familie Margalit bestond uit nette sociaal-democraten. Zijn vader werkte voor de destijds zeer machtige vakbond Histadroet, zijn moeder was huisvrouw.

Margalit groeide op in een samenleving die zelfs voor Nederlandse begrippen sterk verzuild was. In een van zijn artikelen memoreerde hij dat zelfs het Israëlische voetbalelftal werd samengesteld volgens de principes van de verdelende rechtvaardigheid: vijf spelers van het socialistische Hapoel, vijf van het rechtse Maccabi en een van het nationalistische Beitar. Die laatste club had ooit twee broers die zo goed waren dat ze allebei een plaats in het team verdienden. Dat bleek onmogelijk: ze mochten alleen voor elkaar invallen.

In 1967 vocht Margalit mee in de Zesdaagse Oorlog. Toen hij met de triomferende troepen het Palestijnse Hebron binnenreed, bekroop hem het gevoel dat Israël in de val was gelopen. De aan alle kanten belaagde underdog was nu zelf bezetter geworden. Margalit was een van de oprichters van de kleine linkse partij Moked, die in 1973 een zetel in de Knesset haalde. Een van de belangrijkste programmapunten was een eigen staat voor de Palestijnen. In het Israël van strijdlustige socialisten als Golda Meïr en Moshe Dayan was dat vloeken in de kerk.

‘Ik was helemaal niet zo radicaal. Alleen werd een eigen Palestijnse staat destijds als een radicale opvatting ervaren. Nu wordt deze oplossing in Israël gezien als een kwestie van gezond verstand. Maar wel een gezond verstand dat nog steeds verdacht is. Veel mensen zeggen dat ze voor twee staten zijn, maar geloven er niet in. Ik denk dat de meeste Israëli’s bereid zouden zijn de bezette gebieden op te geven, als dat vrede zou opleveren. Maar dat doen ze niet.’

In zijn jonge jaren geloofde hij nog dat de sociaal-democraten de macht zouden overnemen. ‘We geloofden dat een meerderheid van de arbeiders voor de sociaal-democratie zou kiezen. Dat was op dat moment ook geen illusie. Maar, anders dan Marx voorspelde, kwam de middenklasse in opmars. De arbeidersklasse, de electorale basis van de Arbeidspartij, kromp.’ Bij de laatste verkiezingen haalde de ooit zo dominante partij een armzalige 14 zetels.

Deze teloorgang brengt Margalit niet aan het wankelen. Hij blijft een overtuigde sociaal-democraat. Zeker in een land als Israël liggen sociaal-democraten onder vuur, omdat zij bereid zijn compromissen te sluiten, zegt hij. ‘Rechts is per definitie patriottisch en nationalistisch georiënteerd. De sociaal-democratie heeft traditioneel een dubbele loyaliteit: aan de eigen natie, maar ook aan de internationale gemeenschap van arbeiders. Daardoor zijn ze altijd verdacht. Socialisten hebben zich vaak slecht gedragen in een oorlog, omdat ze rechts wilden bewijzen dat ze te vertrouwen waren.

‘Aan de andere kant liggen de sociaal-democraten altijd onder vuur van links, van cultureel links, het sjieke links. De sociaal-democratie wordt verweten dat ze hypocriet zijn en niet authentiek links, omdat ze compromissen sluiten. Dat is een puberale kritiek. Als je een compromis sluit, komt daar onvermijdelijk een heleboel hypocrisie bij kijken. Maar het is niet zo erg om hypocriet te zijn.’

Het is vooral moeilijk om compromissen te sluiten met mensen die op een religieuze manier naar politiek kijken, zegt Margalit. Dat kunnen religieuze fundamentalisten zijn, maar ook seculiere extremisten van links en rechts. Ze zijn slechts geïnteresseerd in hun eigen morele zuiverheid en aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid voor de samenleving als geheel. Bovendien zijn ze uitermate gevoelig voor het ‘hellend vlak’-argument. In deze sektarische kijk worden schijnbaar onbeduidende concessies bestreden, omdat ze worden gezien als de voorbode van de totale uitverkoop.

De meeste mensen hebben een pragmatischer kijk op politiek. Toch heeft bijna iedereen een ‘heilige’ kern van opvattingen waarover hij niet wil onderhandelen. Zo hebben veel Europeanen een weerzin tegen het sluiten van compromissen met de islam, omdat zij het gevoel hebben daarmee hun eigen identiteit geweld aan te doen.

Margalit: ‘Niemand verliest zijn identiteit, omdat sommige meisjes een hoofddoek dragen. Dat is zo’n onzin. Ik zou me eerder druk maken over het ontstaan van vijandige getto’s van immigranten, zeker in deze economische crisis. Je moet vechten tegen zaken die onomkeerbaar zijn, zoals meisjesbesnijdenis. Verder moet je ervoor zorgen dat immigranten hun stem kunnen verheffen tegen hun eigen gemeenschap, en dat ze die gemeenschap ook kunnen verlaten. Daar moet je ze ook bij helpen. Maar verder moet je zo’n gemeenschap haar eigen autonomie laten.’

Maar kun je een compromis sluiten met islamisten?

‘Met de Islamitische Jihad kun je geen compromis sluiten. Over Hamas en Hezbollah ben ik minder zeker. Je moet het in elk geval proberen.’

Moet de Europese Unie Turkije toelaten, dat zich steeds meer in islamistische richting lijkt te bewegen?

‘De Turkse premier Erdogan wil een soort islamitische christen-democratie. Dat is heel belangrijk. Het is een vorm van islamisme die moet worden aangemoedigd, in plaats van ontmoedigd. Niet dat ik alles wat er in Turkije gebeurt zo geweldig vind, maar het model van Erdogan is veel beter dan andere islamistische modellen. Ik zou ook graag zien dat de seculiere partijen in de islamitische wereld sterker waren, maar die hebben hun greep op de bevolking allang verloren.

‘Ik weet niet wat er zal gebeuren als Europa Turkije zal afwijzen, maar ik ben bang dat het Turkije enorm zal radicaliseren. Dat debacle zal ernstige gevolgen hebben.’

Moet je een compromis sluiten met inhumane regimes die een atoombom hebben?

‘Dat vind ik een moeilijk probleem. Hoe moet je met Noord-Korea omgaan? Ik vind dat je geen overeenkomst moet sluiten die een inhumaan regime versterkt. Maar Noord-Korea heeft natuurlijk wel een kernbom. Als filosoof kun je natuurlijk zeggen: een compromis is een vrijwillige overeenkomst, terwijl een kernbom een vorm van dwang is. In die zin sluit je geen echt compromis met Noord-Korea.’

Is de kernbom van Iran geen veel urgenter probleem?

‘Ik geloof dat het regime van Iran veel rationeler is dan dat van Noord-Korea. Ahmadinejad is niet de werkelijke machthebber in Teheran. Er wordt vaak een heel simplistisch beeld van Iran geschetst, maar het is een ontwikkelde en ingewikkelde samenleving. Het is natuurlijk wel waar dat Iran veel centraler ligt dan Noord-Korea.’

Leiden compromissen wel tot verzoening, of laaien conflicten om het minste of geringste weer op?

‘In het Midden-Oosten zal het conflict altijd smeulen. Zelfs als je een politieke overeenkomst sluit, kan het in een volgende generatie des te harder terugkeren. Een compromis moet daarom een waarborg bevatten tegen revanchisme. Er is een Arabisch volksverhaal over een man die zijn huis verkoopt, op voorwaarde dat hij een spijker mag houden.

‘De ene nacht klopt hij aan de deur om zijn spijker te zien, de volgende nacht wil hij een schilderij aan zijn spijker ophangen. Uiteindelijk maakt hij de nieuwe bewoners het leven zo zuur dat ze hem zijn huis teruggeven. Dat is het belangrijkste bij het sluiten van compromissen. Je moet geen spijker achterlaten.

‘Naar mijn idee is het belangrijkste verschijnsel niet het nationalisme, maar de gemeenschappelijke herinnering. Elke gemeenschap heeft collectieve herinneringen aan triomfen, maar ook aan schaamte, onrecht en vernedering. Als een gemeenschap een herinnering heeft aan vernedering, komt dat gewoonlijk niet in de eerste generatie naar boven. De zwarte Amerikanen die de rassenscheiding hebben meegemaakt, kwamen niet in opstand. De tweede generatie, hun kinderen, voelden de woede om wat hun ouders was aangedaan.

‘Europeanen zijn altijd een beetje blasé over dit soort dingen. Ze vinden dat vechten maar kinderachtig. Maar ze vergeten dat ze zelf 300 jaar oorlog hebben gevoerd. Ze sloten pas vrede toen ze volkomen uitgeput waren. Maar in veel plaatsen op de wereld zijn de mensen nog lang niet uitgeput.’

Hebben we geen behoefte aan heethoofden, die ons op onrechtvaardigheid wijzen? Als iedereen altijd compromissen zou sluiten voor de lieve vrede, zou de slavernij bij wijze van spreken nog bestaan.

‘Zeker. Activisten zijn heel belangrijk. De schijnbaar onhaalbare standpunten van vandaag zijn vaak de agenda van morgen. Het enige probleem is dat je ze niet aan de macht wilt hebben. Je hebt ze nodig voor het debat, voor het uitdagen van de waan van de dag. Maar je wilt geen mensen aan de macht die niet bedreven zijn in het sluiten van compromissen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden