Een man van aanzien

De hoofdpersoon Rutger Impand van Overloop, de debuutroman van Thijs Kramer, is een nogal zielig mannetje. Hij leeft teruggetrokken in zijn kleine studentenkamer in Utrecht en brengt zijn tijd door met het systematisch napluizen van contactadvertenties....

Judith Janssen

Als eerste stap in de goede richting verzint hij een nieuwe theorie over stotteren en plaatst een door fictieve buitenlandse wetenschappers ondersteund artikel in het Tijdschrift voor Psychologie; zo kan hij zich in ieder geval publicist noemen. Dit in een opwelling geschreven essay heeft zo veel gevolgen - hij wordt gevraagd voor een interview en krijgt een baan aangeboden - dat Impand zich langzaamaan in een web van leugens spint. Hij liegt over zijn huis, over zijn vrienden en zeker over zijn taalkundige kennis. Niettemin groeit de voorheen zo timide man uit tot een zelfverzekerde en alom gewaardeerde taalpsycholoog met een intelligente vriendin. Eindelijk is hij gelukkig.

Dat móet een keer fout gaan, denk je dan. Eens moet hij met al zijn vluchtige smoesjes en verzinsels door de mand vallen en alles, en op zijn minst zijn vriendin, verliezen. Maar dat gebeurt - hoewel het verhaal er onvermijdelijk op lijkt aan te sturen - nu juist net níet. Kramer heeft voor zijn hoofdpersoon geen onheil in petto; iedere keer glipt Impand nipt langs de rand van de afgrond. Als zijn moeder onverwacht op bezoek komt, verraadt ze hem bijna door te vertellen dat hij nog steeds een studentenkamer heeft. Oei oei, denkt de arme leugenaar, dit gaat mis! Maar gelukkig: de gevulde eieren zijn net op tijd klaar - 'gered!' - en hij moet toch zeker even de pestovulling proeven.

Zo is Rutger Impand vanaf zijn beslissing om te veranderen ook daadwerkelijk getransformeerd tot een man van aanzien. Fijn voor hem, maar voor de lezer wordt het zo wel erg saai. Overloop kent na de eerste hoofdstukken geen enkele ontwikkeling meer, om van een echte wending nog maar te zwijgen. Kramer probeert het verhaal nog wel te verdiepen door verwijzingen naar de jeugd van de hoofdpersoon, maar de gebeurtenissen die de kleine jongen overkomen - hoe traumatisch ook - hebben niets te maken met de volwassen Rutger. Of het moet dan zijn belangstelling voor stotteren zijn; dat deed Rutger op de basisschool ook.

Overloop is echter niet slecht geschreven en kent enkele grappige vondsten. Zo schrijft Kramer met een vette knipoog over parende eenden, over zijn vaders fascinatie voor trappen en over de minachting die er in het wetenschappelijk instituut heerst voor de 'gewone', ongestudeerde man. Tijdens een bezoek van een niet-wetenschapper - een 'titelfetisjist' volgens Impand - wordt er in een jolige bui gezongen voor de jarige taalpsycholoog. 'Zijn dat ook doctorandussen?', vraagt de verbaasde bezoeker, wijzend op het luidkeels zingende groepje. 'Ik ben bang van wel', antwoordt Impand. 'Maar toch geen doctors hè?' 'Nee hoor, geen doctors.'

Thijs Kramer begon zijn debuutroman met een leuk uitgangspunt: een onbetrouwbare verteller die zijn hele leven bij elkaar liegt en zo wordt tot wie hij wil zijn. Maar hoe aardig Impand ook is, en hoe verzorgd Kramers schrijfstijl, Overloop komt niet verder dan dit aardige ideetje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden