Een man met invloed in plaats van regeringsmacht

Het Verdrag van Maastricht moet volgend jaar worden afgemaakt. Naast de Economische en Monetaire Unie die al bestaat, moet ook een politieke unie verrijzen....

IEDEREEN DIE in de Europese Unie een beetje meetelt, praat nu al over een gebeurtenis die pas volgend jaar zal plaatsvinden: in 1996 zal worden geprobeerd het Verdrag van Maastricht te voltooien. Het veel besproken 'Maastricht' is in wezen maar een half verdrag. Het regelt tamelijk uitvoerig de vorming van een Economische en Monetaire Unie (EMU), maar bij de vooral door Duitsland gewenste politieke unie is de grote sprong voorwaarts niet gelukt. Die politieke unie met meer bevoegdheden voor het Europese Parlement, een slagvaardige Europese Commissie en een ministerraad waarin besluiten met meerderheid van stemmen worden genomen, moet nu volgend jaar tot stand komen.

Of dat lukt, is lang niet zeker. Want in Europa bestaan twee stromingen die elkaar in wezen uitsluiten. De ene stroming - sterk aanwezig in Duitsland en met name in Kohl's CDU - wil een federaal Europa. De andere stroming, belichaamd door de Britse Conservatieven van John Major, wil een inter-gouvernementeel Europa waarin regeringen samenwerken en waarin geen groot gewicht wordt toegekend aan supranationale instellingen. De Europese Unie zoals die nu bestaat, is een compromis tussen beide stromingen.

Nu de EU opnieuw voor belangrijke beslissingen staat, is het nuttig nog eens te kijken naar wat de stichters van de Europese Gemeenschap in de jaren vijftig voor ogen heeft gestaan. De belangrijkste onder hen is de Fransman Jean Monnet geweest, van wie onlangs in Londen een biografie is verschenen. Dit hoogst interessante boek werd geschreven door de Britse journalist François Duchêne die Monnet tien jaar lang van zeer nabij heeft meegemaakt.

Boeken over de Europese eenwording zijn over het algemeen niet erg boeiend, omdat die eenwording nu eenmaal een taai en moeizaam proces is en het Brusselse beleid soms erg technisch van aard is. De biografie van Monnet vormt een uitzondering op deze regel en wel om twee redenen. Duchêne heeft zeer grondig onderzoek verricht en heeft zijn bevindingen levendig en toegangelijk opgeschreven. Maar even belangrijk is dat Jean Monnet (overleden in 1979) een opmerkelijke man en een boeiende persoonlijkheid was, die een speciale rol heeft gespeeld in de geschiedenis van deze eeuw.

Hij was geen geleerde en geen traditioneel politicus die via een partij naar macht streefde. Hij was wel een man met ideeën en met een niet aflatende inzet voor wat hij zag als het belang van Frankrijk en Europa. 'In een crisissituatie', zo heeft hij eens gezegd, 'weten de meeste mensen niet wat te doen. Ik wel.' Zijn ideeën legde hij voor aan de politici. En in veel gevallen wist hij hen te overtuigen van de juistheid van zijn voorstellen.

Monnet was een man die eigenlijk nooit regeringsmacht heeft bezeten, maar hij heeft wel veel invloed gehad. En hij streefde consequent naar een bepaald doel. 'Wat ik heb ondernomen, op elk belangrijk keerpunt in mijn leven, was het resultaat van een keuze en deze concentratie op één enkel doel hield me af van de verleiding mijn energie te versnipperen', zo wordt hij door Duchêne geciteerd.

Vóór 1950 heeft Monnet zich geconcentreerd op de wederopbouw en modernisering van de Franse industrie. Na 1950 werd zijn leven beheerst door de opbouw van een federaal Europa.

De volledige titel van het boek luidt: Jean Monnet - The First Statesman of Interdependence. De noodzaak met andere landen samen te werken was een gedachte die Monnet al jong bezielde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bracht die gedachte hem in Franse overheidsdienst (vóór die tijd exporteerde hij cognac voor het bedrijf van zijn vader), waar hij doordrongen raakte van de noodzaak dat de geallieerden, dat wil zeggen Frankrijk en Groot-Brittannië, nauw moesten gaan samenwerken bij de aankoop en het transport van goederen die van vitaal belang waren voor de oorlogvoering.

Hij werd, nog geen dertig jaar oud, de vertegenwoordiger van Frankrijk in de AMTC, de Geallieerde Maritieme Transportraad, in Londen. François Duchêne beschrijft zijn snelle carrière daarna: zijn rol bij de Volkenbond, zijn optreden als bankier voor een Amerikaanse bank in Europa en later als financieel adviseur in China. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog zette hij zich in om samen met Groot-Brittannië een groot aantal gevechtsvliegtuigen in Amerika te bestellen. Daarbij wist hij president Roosevelt ervan te overtuigen een oorlogsindustrie op te bouwen, nog voordat de Verenigde Staten formeel betrokken raakten bij de oorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij in Amerika en in Algerije. Zijn opdrachtgevers waren Churchill en Roosevelt. De Britse premier stuurde hem naar Washington om daar de Britse bevoorradingscommissie te helpen bij het organiseren van de stroom Amerikaanse wapens voor Groot-Brittannië. Dat hij daar voor de Britten belangrijk werk heeft kunnen verrichten, was een gevolg van het feit dat hij alle belangrijke Amerikaanse politici en functionarissen kende. Zoals gezegd: macht had hij niet, maar hij zorgde er wel voor toegang te hebben tot de mensen die het wèl hadden. Zo werkte hij later ook bij de Europese eenwording.

Duchêne schetst hoe Monnet al in 1943 in Algiers - waar Roosevelt hem heen had gestuurd en waar hij tijdelijk werd opgenomen in de voorlopige Franse regering onder leiding van generaal De Gaulle - gedachten begon te ontwikkelen over het naoorlogse Europa. Toen al sprak hij met De Gaulle en andere Franse functionarissen over een verenigd Europa, waarin de lidstaten op voet van gelijkheid met elkaar zouden samenwerken. De kolen- en staalindustrie zou onder internationaal gezag moeten worden geplaatst.

Monnet was ervan overtuigd dat er zoiets als een gemeenschappelijke markt zou moeten ontstaan met supranationale instellingen, zodat na de oorlog het nationalisme niet kon herleven. Want dit nationalisme was 'de vloek van de moderne wereld'. Frankrijk en Duitsland zouden moeten gaan samenwerken. Duchêne beschrijft uitvoerig hoe de Europese eenwording op gang is gekomen. Na de oorlog waren angst voor het herstel van een sterk Duitsland en angst voor de Sovjet-Unie de belangrijkste drijfveren voor deze eenwording.

De Koude Oorlog leidde in Washington tot de opvatting dat een economisch sterk Duitsland, dat een militaire bijdrage zou kunnen gaan leveren aan de defensie van het Westen, van vitaal belang was voor het machtsevenwicht in Europa en in de wereld. In september 1949 verlangde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Dean Acheson, van zijn Franse collega Robert Schuman een plan voor een nieuwe politiek tegenover Duitsland.

Daarmee was het Europese uur van Jean Monnet aangebroken. Schuman had geen plan. Maar hij was bereid het plan van Monnet over te nemen. Dit voorzag in een fusie tussen de Franse en de Duitse markt voor kolen en staal. Deze gemeenschappelijke markt moest worden gecontroleerd door een Hoge Autoriteit met eigen bevoegdheden. Andere democratische landen in Europa konden aan deze markt op voet van gelijkheid deelnemen. Het plan van Monnet is op deze wijze de geschiedenis ingegaan als het plan-Schuman.

Het bijzondere van dit plan was, zegt Duchêne terecht, dat Monnet in 1950 het Duitse probleem in een andere context plaatste. 'Als bilateraal probleem waren de Frans-Duitse betrekkingen onoplosbaar. Het plan-Schuman doorbrak de impasse niet door een overeenkomst te sluiten tussen Frankrijk en Duitsland, maar door beide landen te richten op een gemeenschappelijk doel, te weten een verenigd Europa.'

Monnet wilde de oude Frans-Duitse vijandschap en het uiterst wankel gebleken machtsevenwicht in Europa vervangen door een Europese rechtsorde. Dit verenigde Europa moest supranationaal zijn, want in Monnet's ogen was een samenwerking tussen regeringen niet efficiënt.

Met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (Monnet was de eerste voorzitter van de Hoge Autoriteit van de EGKS) begon de Europese eenwording. Die werd gesteund door Amerika en door de nieuwe Bondsrepubliek Duitsland van Konrad Adenauer. Zij functioneerde doordat de belangen van Amerika, van Frankrijk en die van de Bondsrepubliek werden gediend. Duchêne: 'De Fransen hadden er behoefte aan de ontwikkeling van Duitsland te beïnvloeden. Duitsland had er behoefte aan te worden geaccepteerd als lid van de internationale gemeenschap en economische macht te ontwikkelen zonder dat dit de buurlanden verontrustte. De Amerikanen moesten Frankrijk afkopen, want zij wilden West-Duitsland nieuw leven inblazen om zo het evenwicht in Europa veilig te stellen.'

Bij Duchêne kan worden nagelezen dat dit geen garantie was voor succes. De Europese Defensie Gemeenschap mislukte in de jaren vijftig door toedoen van Frankrijk. Maar Monnet gaf niet op. Mede door zijn activiteiten kwam Euratom tot stand. De gemeenschappelijke markt, Duchêne is daar heel openhartig over, was niet het werk van Monnet, maar van de Nederlandse minister Beyen. Monnet vond het in het midden van de jaren vijftig nog te vroeg voor een gemeenschappelijke markt. Hij kon zich een dergelijke markt niet voorstellen zonder een federaal sociaal, monetair en economisch beleid in Europa.

Monnet, zo kan gezegd worden, dacht dus al aan een Verdrag van Maastricht. Want de grondgedachte van 'Maastricht' is dat een gemeenschappelijke markt pas echt volledig is, als er ook een gemeenschappelijke munt is. Maar dat vereist weer een gemeenschappelijk economisch en sociaal beleid.

De biografie van Monnet leert ten slotte dat de angst van de Britse Conservatieven voor verlies van nationale identiteit en cultuur bij een verdere Europese integratie ongegrond is. Monnet was ondanks zijn internationale carrière, zijn vele reizen en sterke Europese gezindheid ontegenzeggelijk een man met wortels in de Franse aarde. Vrienden, schrijft Duchêne, noemden hem soms gekscherend een 'Franse boer'.

De Europese Raad benoemde Jean Monnet in 1975, vier jaar voor zijn dood, tot ereburger van Europa. Hij is tot nu toe de enige.

Jan Luijten

François Duchêne: Jean Monnet - The First Statesman of Interdependence.

W.W. Norton; ongeveer ¿ 60,-.

ISBN 0 393 03497 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.