Een man danst niet op americana

Liedjes van weemoed en verlangen, vertolkt voor een publiek van blanke mannen van middelbare leeftijd. Mannen met soms een hoed, mannen die nooit dansen, maar meeknikken op de muziek....

In de kortstondige ogenblikken vlak voor zonsopgang en net na zonsondergang - als het geen dag en ook geen nacht is - laten de oude wegen weer iets van de kleur van de hemel zien. Dan krijgen ze werkelijk een geheimzinnig blauwe tint, en dat is het moment waarop de aantrekkingskracht van de blauwe wegen het sterkst is; dan is de open weg een invitatie, een mysterie, een plaats waar je jezelf kunt verliezen.

William Least Heat Moon (1982)

Vraag aan Theo de Keng uit Terneuzen wanneer de americana voor hem begon en hij neemt een trek van zijn joint, kijkt je peinzend aan en zegt dan, op zo'n lijzige toon die je al zeker dertig jaar niet meer gehoord hebt: 'Aahh, the sixties, máán.'

Volgens Theo de Keng loopt er één rechte lijn van de Grateful Dead naar wat er deze zaterdagavond in Vredenburg is te horen op Blue Highways, hèt festival van de americana.

Misschien kun je het daarom beter vragen aan Marga Derksen uit Amsterdam. Ook zij begint haar antwoord in de jaren zestig, nota bene bij The Beatles. Maar Marga Derksen zal je uitleggen dat The Beatles voor haar de deur hebben geopend, naar Buddy Holly en naar Carl Perkins, Amerikaanse iconen waar The Beatles hun inspiratie vandaan haalden en wier geest deze zaterdagavond vaardig is over Vredenburg.

Voor de vierde keer alweer speelt dat onnavolgbare, knus-kneuterige gangenstelsel rond de twee zalen van het Utrechtse muziekcentrum voor Blue Highways. Mannen van midelbare leeftijd slenteren en hangen er rond, mijmerend over wat is geweest en of het zo wel moet doorgaan.

Ergens boven in dat gangenstelsel wordt bagels, hotdogs en bier geserveerd. En in de zalen musiceren mannen van middelbare leeftijd over wat is geweest en zingen twintigjarige meisjes dat het zal goedkomen, min of meer. Mischien is dat wel americana: weemoed en verlangen, vertolkt door troostmeisjes en lotgenoten. Misschien is americana het laatste hoofdstuk voor de rockers van het eerste uur.

Maar deze vraag laat zich het best beantwoorden door Sjef Willemen en Herman Nijhof uit Hengelo, twee onversneden americananisten. Sjef vertelt je van een Nederlands optreden van Calvin Russell. Het had hem verpletterd en dat had hij Russell na afloop ook laten weten. Sjef werd meteen uitgenodigd om de rest van de Europese tour mee te maken. Zo zijn die lui nu eenmaal, niks kapsones.

Sjef had eerst even naar huis gebeld, want een huisarts kan niet zomaar op tournee. Maar de collega's beloofden zijn praktijk waar te nemen en zo zat hij de volgende dagen in Zwitserland en Italië om tot de conclusie te komen dat het overal hetzelfde is. Het heet americana, maar in wezen is het wereldmuziek.

Americana mag een nauwelijks te definiëren mengeling van stijlen zijn, het heeft één gemeenschappelijke noemer en dat is storytelling, het is een getoonzet verhaaltje van drie minuten. Daarmee is americana in feite zo oud als Amerika zelf en als de muzikale verhaaltjes die de immigranten uit Europa meenamen.

Negentienhonderd blanke Nederlanders horen zaterdag, tussen vier uur 's middags en twee uur 's nachts, wel een keer hun levenslied opklinken, vertolkt door een intellectuele blanke outcast, in wie ze iets van zichzelf herkennen of dat denken te doen.

De aandacht wordt zaterdagavond tussen half negen en half tien vooral opgeëist door Greg Trooper, een door Steve Earle omarmd talent dat vorig jaar al solo optrad in Utrecht. Nu mag hij, versterkt door een viermansband, de grote zaal in. Marga Derksen, pal voor het podium, kan geen seconde stilstaan. De mannen achter haar knikken slechts met hun hoofd, alsof ze hier alleen maar zijn om ritmisch hun deelneming te betuigen.

Daar snapt Marga Derksen dus niets van. De muzikanten kunnen nog zo hard tekeer gaan en nog staan al die mannen er als zoutzakken bij. Volgens Herman Nijhof, een zelfverklaard zoutzak, zegt dat niets over zijn ethousiasme. Trooper heeft ook hem hevig beroerd, maar alleen aan de binnenkant. Als bij hem de voetjes van de vloer gaan, kan hij er zijn kop niet bij houden.

Bijna iedereen in Vredenburg is mintens één keer naar Amerika geweest en als het goed is, stond daarbij ook Lubbock, de geboorteplaats van Buddy Holly, op het programma. Dan snap je opeens veel meer van americana. In Lubbock is zo weinig te doen dat je wel muziek moet maken. Dat zal ook de reden zijn waarom de muziek in Nederland zo aanslaat op het platteland. De echte americana-tenten vind je in Hellendoorn, Terneuzen en Heijthuizen. Vergeleken daarmee is Vredenburg niks gedaan. Veel te netjes.

De gebroeders Jan en Willem Bos uit Bierum zijn nog nooit naar Amerika geweest. Als je ze vraagt waarom niet, zeggen ze dat americana de belofte is van Amerika en die moet je niet willen verstoren.

Straks, als om twee uur de laatste klanken van Slobberbone zijn weggestorven, rijden ze op hun gemak terug naar Bierum, een dorpje boven Delfzijl. Misschien zie ze de zon nog wel opkomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden