Een mail van André Rieu

Bij de boekhandel stuitte ik op een nieuw product uit de wonderlijke, lucratieve, internationale André Rieu-industrie: het André Rieu-kinderboek...

Vanaf de cover van Dromen worden werkelijkheid, een tweeling op bezoek bij André Rieu, keek André Rieu mij dromerig aan. Op de achtergrond zat een meisjestweeling al even dromerig te kijken. Dat boek moest ik hebben. Vooral omdat het geschreven was door Marjorie Rieu, de vrouw van André.

Kinderboeken hoeven niet realistisch te zijn, maar het uitgangspunt van dit verhaal is wel heel onwerkelijk: twee tieners zijn totaal idolaat van André Rieu, en schrijven hem fanmail na fanmail. Op een dag krijgen ze een mail van de vrouw van André. Ze mogen een dagje in André’s kasteel rondkijken, meedoen met zijn orkest, mee-eten – het is gewoon te mooi om waar te zijn. Of zoals ze dat zeggen in Dromen worden werkelijkheid: ‘Jeetje tweelingfeetje!’

De mail is zo’n grootse gebeurtenis in het leven van de tweeling dat zij er pas in hoofdstuk 4 toe komen een mailtje terug te schrijven. Intussen zijn er dan hoofdstukkenlang vooral uitroepen van extase en verbazing (‘Een mail van André Rieu!’ ‘Wááát?? Nee, dat kan niet! Je bent gek, Becki!’) de revue gepasseerd, en veel uitroeptekens. De hele familie is in de ban van Rieu, zelfs het kleinste broertje wil ‘minstens een keer per dag naar de dvd van Adé kijken’.

Rond bladzijde 83 komt er ontwikkeling in het verhaal, in het hoofdstuk Een superdag in de studio. De tweeling is tegen die tijd ontzettend ‘zenuwappig’. Echt spannend wordt het in hoofdstuk 14, Valt het concert in het water?

Zodat de lezer een beetje kan uitrusten van al die uitroeptekens en vraagtekens, is om de zoveel pagina’s een persfoto van André Rieu afgedrukt, met een aantal spuitende fonteinen op de achtergrond of gewoon, mijmerend met zijn viool tegen een oude, verbrokkelde muur. Ook zijn er opvallend veel foto’s van de blonde tweeling met André Rieu in zijn bedrijfskantine, terwijl ze gehaktballen uit een aluminium schaal scheppen.

Het boek eindigt met de conclusie dat je moet oefenen, oefenen, oefenen, en dat je dan misschien ooit in dat fantastische Johan Strauss Orkest kan meespelen. De laatste zin van het moderne marketingsprookje luidt: ‘De wereld was één grote roze suikerspin...’

Maar ik kan maar beter mijn mond houden, want dit wordt natuurlijk een megabestseller.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.