Een maandje naar Madeira

Schrijver Arthur van Amerongen heeft duizenden 'vriendinnen' op Facebook die zich op velerlei wijze over hem willen ontfermen. Dit gebeurde er met een van hen.

Drukte op Schiphol. Foto anp

Het hijgend hertje, zie hem gaan. Met zijn koffer, met dat wijf. Hij kijkt op het bord waarop de nummers flitsen, hij knijpt zijn ogen toe. Ik zou hem zijn bril aan willen geven. En koffie voor hem halen. Zijn knie speelt weer op, ik kan het van hier af zien. Dat wijf heeft niets door natuurlijk. O, Arthur. Hoe kón je.

Wat zit dat stomme blondje mij nou aan te gapen? Nee. Ik moet me geen dingen in mijn hoofd gaan halen. Ze kan helemaal niet weten dat ik vertrek. Ze weet niet eens dat ik nog - fuck, daar ging ik bijna.

Ze ondersteunt hem niet goed. Hij wankelt op zijn benen. Jochie nou toch. Ik heb zin om in te grijpen maar ik wacht wel, dat is beter. Er komt een beter moment.

Ik ben blij dat ik niks verteld heb over Laura. Wat stelde het nou voor? Wat heeft het voor zin om zoiets op te biechten. Een maandje Madeira zal ons goed doen. Dat teringwijf. Ik ben weer helemaal paranoia, terwijl ik al anderhalf jaar van de coke af ben.

Er veranderde net iets aan zijn houding. Hij rechtte zijn schouders. Van binnen voelt hij zich heel naar en rot natuurlijk. Niemand die hem zo goed kent als ik. Hij staat er nu stoer bij. Dat moet niet. Dat mag niet. Daar kan natuurlijk geen sprake van zijn.

Nog een half uur. Even een amandelbroodje en espresso. Alles smaakt anders, als nieuw, sinds ik uit de dood ben herrezen. Echt niet meer aan denken. Ik moet hulp zoeken, zegt iedereen steeds. Iedereen? Alsof er iemand over is, behalve mijn vriendin. En natuurlijk de honden.

Ik moet opschieten. Gauw de roltrap op, langs de grote spiegelwand vol reclames. Het staat me wel, dat pakje, moet ik zeggen. Nog een half uur. Ik zie hem nu nergens, maar hij er komt er alweer aan, ik voel het. De connectie is er, altijd.

God, wat een drukte nu weer. Ik vind het nog erg moeilijk onder de mensen te zijn. Het zweet breekt me uit. Gaat dat hek nou eindelijk open? Mogen we nou naar binnen? Kunnen we dan nu gaan?

Zo. Een extra kussentje kan er wel van af, dat ziet toch niemand. Nieuwe lapjes op de hoofdsteunen. Een extra spraybeurt voor de stoel, pompom. Straks controleren of alles in de trolley zit, de pringles bijvullen, de nootjes.

Nou, we zijn binnen. Jezus, schiet eens op mens, met die tas. Kutwijf. Je zou toch denken dat iedereen even doorloopt, maar nee hoor. Lekker het gangpad blijven versperren, kan jou het schelen. Christus, waarom zweet ik zo. Ah, daar zijn onze plaatsen dan toch. Zitten nu. Kalm nou. Ik zal meteen maar roepen om water. Lekker wijf, die stewardess daar. Wat een geile reet. Zie je nou. Alles komt weer helemaal goed met mij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.