Column

Een lieve man, Oblomov. En een prachtig boek

Witteman heeft iets gelezen

Vruchteloos op zoek naar iets héél anders in de boekenkast kwam ik mijn stukgelezen exemplaar van Oblomov tegen. Ik houd veel van oude Russische schrijvers (behalve Dostojevski, dat was een stuk verdriet), dus ik sloeg het boek weer eens open en hopla, daar ontvouwde zich een pandemonium aan herinneringen.

Gonstjarovs sympathieke roman stamt uit 1858, maar kwam in de jaren '80 van de twintigste eeuw keihard terug als cultboek onder studenten en andere jonge intellectuelen met praatjes: zelfs verrees er een café Oblomov aan de toen nog min of meer roemruchte Reguliersdwarsstraat, waar de spes patriae door de regen naartoe kwam fietsen om daar, langzaam opdrogend, avond aan avond de vereiste decadent-landerige ennui van het fin de siècle te gaan zitten uitstralen.

Ilja Oblomov zelf peinst niet over fietsen door de regen. Hij ligt aristocratisch op zijn beduimelde sofa in Petersburg, droomt van Oblomovka, het slaperige landgoed waar hij zijn heerlijke jeugd heeft doorgebracht en foetert wat tegen zijn ranzige knecht Zachar. Verder doet hij weinig. Hij neemt zich telkens weer van alles voor (van een brief lezen tot zijn verre, inmiddels verwaarloosde landgoed bezoeken), maar het komt er niet van. Zijn beste vriend, de Duitser Stolz, daarentegen, is de daadkracht zelve. Telkens verschijnt hij aan Ilja's sponde ('kom niet te dicht bij, je brengt kou mee') om hem te verleiden tot wandelen, het bezoeken van soirees, verliefd worden en ander vermoeiend gedoe. Verliefd wordt Ilja uiteindelijk wel, en het is nog wederzijds ook, maar hem ontbreekt de vitaliteit om Olga daadwerkelijk de zijne te maken, waarna Stolz met haar trouwt. Zo gaan die dingen.

Ilja is zo verdrietig als een Oblomov maar zijn kan, maar vindt gelukkig troost bij zijn huishoudster. Zij heeft heerlijk mollige armen, kookt verrukkelijk, en is dol op haar 'heer': uit de zondige verbintenis komt zelfs een zoontje voort, een kleine Oblomov, net zo zachtaardig als zijn vader. Nou, eind goed al goed, zou je zeggen. Maar in de 19de eeuw dééd je dat niet, je als aristocraat encanailleren met de onderklasse.

De roman werd dan indertijd ook beschouwd als zinnebeeld van de ondergang van de landadel. Later, ten tijde van de Sovjet-Unie, moest die arme Oblomov het wéér ontgelden; 'oblomovisme' werd afgedaan als een klassevijandig, en dus verfoeilijk verschijnsel. In werkelijkheid kwam de stroperige lethargie van het Russische volk, ironisch genoeg, natuurlijk júist tot volledig wasdom onder dat verlammende socialisme.

Ach, strijden niet in ons allen een luie Rus en een voortvarende Duitser? Het is tegenwoordig heel hip om 'uit je comfortzone te komen', maar voor sommige mensen is het ín die comfortzone al moeilijk genoeg. Zo ook voor Ilja Oblomov. Want écht lui is hij eigenlijk niet eens, zoals Karel van het Reve al eens schreef: 'Hij voelt alleen een grote weerzin als men van hem verwacht dat hij zich druk maakt over de dingen waar iedereen zich druk over maakt. Hij vindt zijn hospita, het eten dat die hospita kookt en de - gedeeltelijk door hemzelf verwekte - kinderen van die hospita veel interessanter dan de buitenlandse politiek waar iedereen het over heeft.'

Een lieve man, Oblomov. En een prachtig boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.