Een liberaal steunt het EU-referendum

Veel politici zien het electoraat aan voor een stel kleuters. Maar kiezers kan men niet te vaak misleiden. Daarom wil Frits Bolkestein een tweede EU-referendum.

Het vervelende van de Europese Unie is dat er zo veel onzin over wordt verteld. Twee jaar geleden, ten tijde van het referendum, zei de een dat bij een afwijzing, economisch ‘het licht in Nederland uit zou gaan’. Een ander waarschuwde voor oorlog en een mogelijke balkanisering van Europa. En onlangs zei staatssecretaris Timmermans van Europese Zaken dat bij een hernieuwd ‘nee’ zelfs Nederlands lidmaatschap van de Unie op het spel stond. Allemaal barre onzin.

Deze mensen hadden beter moeten weten. Sterker: zij weten beter, want zij hebben afdoende ervaring met de EU. Waarom spreken zij dan zo? Het antwoord kan niet anders zijn dan dat zij het electoraat voor een stel kleuters houden die niet in staat zijn op nuchtere wijze voors en tegens af te wegen.

Die nuchterheid ontbreekt ook elders. Volgens de Europese Commissie is alles wat de EU doet een succes. Zelfs die miserabele anti-racismeconferentie van de Verenigde Naties in Durban, in 2001, waar Israël en de Verenigde Staten wegliepen omdat zij het er niet langer konden harden, was een succes omdat er een verklaring was aangenomen die door de EU was ondertekend. De Commissie moet leren klare wijn te schenken.

Het Europees Parlement zit er ook al naast. Eind mei kreeg minister-president Balkenende er een uitgesproken koel onthaal. Sarkozy daarentegen werd bijna ingehaald als een verlosser. Maar het is juist Sarkozy die op koele wijze behoort te worden bejegend.

Sarkozy wil, ten eerste, tornen aan de onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank. Dat is een oude Franse wens. Franse politici kunnen het niet velen dat er iets is wat buiten het domein van de politiek blijft, zoals de ECB. De bank zou meer rekening moeten houden met de stand van de economie. Maar de rente kan niet twee meesters dienen: de (interne) waardevastheid van de euro en de conjunctuur. De eerste doelstelling ligt vast in het verdrag. Slaagt Sarkozy in zijn streven, dan is dat het einde van de monetaire unie, de EMU. De Duitsers zullen het niet aanvaarden, Nederland evenmin.

Sarkozy’s tweede stokpaardje, economisch patriottisme, is ook al zo oud als de weg naar Rome. Waar het betekent dat Franse bedrijven worden voorgetrokken boven niet-Franse, is het vierkant in strijd met Europese regelgeving. Het vervelende is dat dit denkbeeld door anderen wordt opgepakt, zoals door de Kaczynski-broers in Polen en door de Hongaarse oppositie-leider Viktor Orban.

Het vervelende is verder dat weinigen zich nog schijnen te bekommeren om de ‘vrije en onvervalste concurrentie’. Die woorden heeft Sarkozy op de top van Berlijn uit het ontwerp-verdrag weten te prutsen, waarmee zijn collega’s blijkbaar akkoord zijn gegaan. ‘Wat heeft de concurrentie voor Europa gedaan’, vroeg hij zich daar af. Die woorden verraden een ontstellend gebrek aan inzicht in de aard van het economische proces. ‘Het woord ‘protectionisme’ is niet langer taboe’, voegde hij er aan toe. Indien verwerkelijkt, zouden die denkbeelden de EU twintig jaar achteruitzetten. Niettemin krijg Sarkozy een warm onthaal van het Europees Parlement, in tegenstelling tot de ontvangst van de Nederlandse premier.

Toch hebben beide landen het ontwerp-verdrag twee jaar geleden afgewezen. Waarom dan toch het verschil in ontvangst? Omdat Frankrijk een grote lidstaat is en Nederland een kleine en de eerste kan zich meer veroorloven dan de tweede.

In mei van dit jaar, ter gelegenheid van de top in Berlijn, kon men in Nederland krantenkoppen lezen in de trant van : ‘In de EU raakt het geduld met Nederland op’; ‘Europa kapittelt Nederlands kabinet’; ‘Nederland speelt geen enkele rol meer’; en ‘Wij dreigen nu gemarginaliseerd te worden’. Maar er is geen enkele reden zich te laten einschüchtern. De Europese Raad besluit bij unanimiteit dus daar heeft Nederland dezelfde invloed als voorheen. In de Raad van Ministers heeft Nederland de helft van het aantal stemmen van Duitsland en ook dat blijft zo. Hoezo marginalisering? Het debat over de EU moet nodig worden gededramatiseerd.

De Italiaanse premier Romano Prodi heeft dreigende taal jegens Nederland gebezigd. Nederland moest maar een aparte groep vormen met landen die minder vergaand willen samenwerken. Een voorhoede van landen zou dan de beste weg voorwaarts zijn. Maar hoe zou die voorhoede er dan uitzien? Zou die zich weerspiegelen in een deel van het Europees Parlement, een deel van de Europese Commissie, een deel van de Raad van Ministers? Het is een loos dreigement.

Die hele zaak van de ‘Grondwet’ van Europa heeft te veel gewicht gekregen. Zeker, het is van belang dat het allegaartje aan Europese regels wordt gefatsoeneerd. Maar het is niet zo dat ons concurrentievermogen ervan afhangt. Balkenende prijst de VOC. Inderdaad had Nederland in de 17de eeuw het dubbele inkomen per hoofd van de bevolking ten opzichte van de Fransen en de Engelsen. En wel met de krakkemikkigste staatsinrichting die men zich denken kan.

Begin september is in Amsterdam een conferentie over ‘Amsterdam Financieel Centrum’ gehouden. De financiële sector vertegenwoordigt 6,7 procent van ons bruto nationaal product en houdt in Amsterdam 50 duizend mensen bezig. Veel ideeën gingen daar over de tong: kennis, flexibiliteit, innovatie, snelheid. De afkorting EU is nauwelijks gevallen.

Nederland staat en valt met zijn concurrentiekracht. Die is gebaat bij een waarachtige open interne markt voor dienstenverkeer (die al in het oorspronkelijke Verdrag van Rome stond ), evenals bij een liberalisering van de posterijen in 2009. In beide gevallen ligt Frankrijk dwars. Dat lost men niet op door een nieuw verdrag. ‘Europa verkeert in een crisis.’ Hoezo, crisis? Toch niet vanwege die verdragswijziging?

Niet iedereen houdt van klare wijn. Zo meent Jean-Luc Dehaene, voormalig minister-president van België, dat het gevaarlijk is te veel over transparantie en helderheid binnen de EU te praten. Maar men kan de kiezers niet bij voortduring om de tuin leiden.

Wat is het verschil tussen het oorspronkelijke ontwerp-verdrag (de ‘EU-Grondwet’) en het in Berlijn herzien ontwerp-verdrag? De Polen verzetten zich tegen de stemverhoudingen in de Raad van Ministers. Het aantal lidstaten dat nodig is voor ‘versterkte samenwerking’, is licht gewijzigd. De Minister van Buitenlandse Zaken zal Hoge Vertegenwoordiger heten. De Charta van mensenrechten is enigszins op afstand geplaatst. De Britten krijgen een opt out en de nationale parlementen krijgen iets meer mogelijkheid dwars te liggen. Die wijzigingen zijn van ondergeschikt belang.

Liberalen staan een vertegenwoordigende democratie voor en geen directe. Zij houden niet van referenda. Maar er is wel een referendum over het eerste ontwerp-verdrag gehouden. Dan is het consequent nu ook een referendum te houden, want de veranderingen zijn gering. Doet de regering dat niet, zullen de mensen allicht denken: wat de dames en heren politici door de voordeur niet is gelukt, doen zij nu door de achterdeur. Het zal het eurocynisme vergroten.

Frits Bolkestein is oud-VVD-leider en voormalig Europees Commissaris voor interne makt en fiscale zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden