Een LeWitt gaat nooit verloren

De Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt schreef zelf dat bij conceptuele kunst het idee het belangrijkste aspect van het werk is, ook al is het niet zichtbaar gemaakt....

NATUURLIJK heeft het Haags Gemeentemuseum zich niet aan de regels gehouden. Bij de heropening vier weken geleden, van het geheel gerenoveerde, door Berlage ontworpen gebouw, bleek dat directeur Hans Locher de conceptuele kunstwerken van Sol LeWitt, Niele Toroni, Lawrence Weiner en Günter Tuzina uit de trappenhuizen had laten verwijderen.

Tot ontsteltenis van de kunstenaars - LeWitt in het bijzonder, die vanuit zijn woonplaats New York boos verklaarde niet door Locher op de hoogte te zijn gebracht. De kunstenaar kondigde aan Lochers beslissing 'met alle middelen (te) bestrijden'.

Het is dom dat Locher geen van de betrokken kunstenaars van tevoren heeft geïnformeerd over zijn voornemen. Had hij deze fatsoensregel wel in acht genomen, dan was nooit de commotie ontstaan die er nu heerst naar aanleiding van de verwijderde kunst.

De monumentale muurschildering die LeWitt in 1985 voor het Haags Gemeentemuseum maakte, is 'vernietigd', 'verdwenen', aldus de berichten van de afgelopen weken. De verticale, horizontale en diagonale lijnen in zwarte en zilvergrijze inkt die het trapportaal van het museum sierden, zijn bij de renovatie overgeschilderd. Maar is het werk daarmee ook werkelijk 'vernietigd'?

Zoals bij alle 'wall drawings' die LeWitt vanaf 1968 maakt, is ook Wall Drawing 373, in het Haags Gemeentemuseum, als plan, als partituur door de kunstenaar opgesteld. LeWitt maakt notities van de locatie, stelt een kleurenschema op, ontwerpt het schema voor de op de muur aan te brengen lijnen. Het plan zelf gaat vergezeld van een certificaat van echtheid.

Wie een kunstwerk van Sol LeWitt koopt, schaft tegelijkertijd ook de gelabelde partituur aan. En de gelabelde partituur van Wall Drawing 373 wordt bewaard in het archief van het Haags Gemeentemuseum.

LeWitt klaagde onlangs in deze krant dat niet het idee van zijn werk essentieel is, maar 'de verbeelding ervan', de fysieke verschijningsvorm op de muren van Berlages trapportaal. Iedere componist die net een partituur heeft geschreven, zal de kunstenaar daarin gelijk geven. Het notenschrift is de basis; de muziek, de uitvoering het doel. Maar geeft dat de componist ook recht om te beslissen over de kwestie wie zijn partituur uitvoert en wanneer?

Halverwege de jaren zestig schreef de kunstenaar in het Amerikaanse kunsttijdschrift Artforum een spraakmakend manifest, waarmee hij de conceptuele kunst als neo-avantgardistische beweging grondvestte.

In dit beroemd geworden artikel zette de toen nog tamelijk jonge kunstenaar - LeWitt is in 1928 geboren - uiteen wat de grondbeginselen van de conceptuele kunst zijn. Hij schreef onder andere dat bij deze vorm van kunst 'de idee, het concept, het belangrijkste aspect van het werk is'. Dat het conceptuele kunstwerk niet langer 'afhankelijk is van de vaardigheid van de kunstenaar als ambachtsman'. En hij betoogde dat 'het idee zelf, ook al is het niet zichtbaar gemaakt, net zo goed een kunstwerk is als willekeurig welk ander voltooid werk.'

Met deze uitspraken in gedachten had LeWitt uitstekend kunnen beargumenteren waarom het verwijderen van de bewuste muurschildering uit het Haags Gemeentemuseum per se geen vernietiging is. Maar LeWitt heeft zijn opvattingen bijgesteld. Hij is ouder geworden, en er zit meer dan dertig jaar tussen toen en nu. In plaats van te pleiten voor het van de materie losgezongen ideaal van de conceptuele kunst, pleit hij voor bestendigheid, voor vastigheid, voor 'fysieke verschijningsvormen'. Niet verwonderlijk voor iemand op leeftijd.

Die draai in zijn denken wordt in de discussies van de afgelopen weken wel aangestipt, maar ogenblikkelijk naar de zijlijn verwezen. Wie LeWitts uitspraken van toen nog naar de letter leest, is niet wijs - zo is de teneur. Liever wordt schande gesproken van het feit dat zo'n 'mooi' kunstwerk niet meer te zien is.

Er wordt geklaagd over randvoorwaarden, bijvoorbeeld dat de installatie van de LeWitts Wall Drawing in het Haags Gemeentemuseum bedoeld was als 'permanent' kunstwerk.

Maar welke kunstenaar of museumdirecteur durft te verlangen dat zijn of haar werk, dat zijn of haar visie op een collectie, eeuwig tentoongesteld moet worden?

Ook wordt huiverend gewezen op de risico's die een reconstructie van LeWitts schildering met zich meebrengt. En men verwijst naar de desastreuze restauratie-met-de-verfroller van Barnett Newmans Who's afraid of Red, Yellow and Blue. Newmans handschrift werd tijdens de restauratie van Goldreyer inderdaad vernietigd. Newman schilderde immers zijn werk zelf, terwijl LeWitt altijd gebruik maakt van collega-kunstenaars over de hele wereld om zijn werk uit te voeren. LeWitt hoeft niet lijfelijk aanwezig te zijn bij een installatie van zijn kunstwerk, vindt hij. En soms is het zelfs toereikend dat hij de instructies telefonisch vanuit Amerika doorgeeft.

Wat in deze discussie onvoldoende aan het licht komt, is dat de kwestie-LeWitt aangeeft hoe wankel het begrip van auteurschap is binnen de conceptuele kunst. Iedere conceptuele kunstenaar, iedere kunsthistoricus en conservator moet zich afvragen: wat is de status van een kunstwerk, waarvan het idee voorop staat? Hoe verhoudt het kunstwerk zich tot het plan, tot de partituur? Wat is de status van een conceptueel kunstwerk, waarvan de bedenker - om reden van objectiviteit - andere kunstenaars opdracht geeft tot uitvoering? En: hoe springen we om met bewaring van zo'n kunstwerk in de toekomst?

LeWitts partituren worden uitstekend bewaard in musea over de hele wereld, en ook in het Haags Gemeentemuseum. Zijn werk is reproduceerbaar, herhaalbaar - dat heeft hij zelf herhaaldelijk gezegd. Wil LeWitt zijn recente uitspraken handhaven, dan zal het concept van de conceptuele kunst moeten worden herzien. Dan zullen we er misschien achter komen dat de conceptuele kunst een 'trend' was, van voorbijgaande aard.

Tot die tijd moet Haags Gemeentemuseum-directeur Locher de vrijheid hebben om LeWitts werk te verwijderen, dan wel te reconstrueren - na overleg uiteraard. Wall Drawing 373 rust zo lang in het depot van het museum.

Lucette ter Borg is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden