Een levend standbeeld met jeukende voeten

De zomer in Amsterdam zou lang zo leuk niet zijn als de straat niet werd gevuld met mimespelers en levende standbeelden....

JUDITH KOELEMEIJER

Arie weet zeker dat hij de eerste was. Vijf jaar geleden kwam hij op het idee om als standbeeld op een groentekist te gaan staan. Zwart pak, wit overhemd, een grote bierkan in zijn hand. Wanneer iemand geld in zijn kan gooide, schreeuwde hij hard: 'Dank U' Verder deed hij niets, helemaal niets. Het publiek was enthousiast. De eerste dag verdiende hij op het Leidseplein in tien minuten 85 gulden. 'Dit werk ik uit', dacht hij toen. Arie is nu beter bekend als Mr. Blue: de alien-achtige verschijning met de blauwe, kale kop, die het Leidsepleinpubliek 's avonds laat giechelen en griezelen.

Hij komt uit het Groningse Hoogezand en was jarenlang verkoper, onder andere bij Supermarkt Deen. Affiniteit met theater heeft hij nooit gehad. In de familie zit het al helemaal niet. Hij had gewoon 'genoeg van de sleur'. Hij wilde 'naar het Westen'. Van Hoogezand verhuisde hij naar Kampen en vandaar naar Hoorn, met als einddoel Amsterdam. Op een zaterdagmiddag ging hij voor het eerst doodstil op zijn kist staan, eerst in de haven van Hoorn, later in Enkhuizen. De reacties waren zo bemoedigend dat hij diezelfde avond al op het Leidseplein durfde. 'Ik bleek een natuurtalent.'

Of Arie echt de eerste was, valt te betwijfelen: in de jaren veertig bedacht de grondlegger van de Europese mime, Etienne Decroux, al het nummer La Statue, dat was gebaseerd op de beelden van Rodin, en sinds de jaren zeventig zijn op het plein voor het Centre Pompidou in Parijs regelmatig standbeelden gesignaleerd. Maar zeker is dat Arie niet meer de enige is in Amsterdam - zij het nog steeds wel de enige Hòllander.

De stad wordt 's zomers bevolkt door levende standbeelden. Op de Dam staat de Gouden Man met zijn witte gezicht en hoge hoed op een hoge sokkel, iets verderop wenkt en lacht een mechanisch bewegende clown in een rode roesjesjurk. De Zilveren Man in zijn spacepak is inmiddels een vertrouwde verschijning geworden, evenals het meisje dat in een lange gescheurde jas op een emmer voor de C & A op het Damrak staat. Ze draagt een muts over haar rasta-pieken en probeert aarzelend haar handen omhoog te houden. Maar ook zij trekt een kring toeristen: wooooow, she is real.

Wat bezielt een mens om op een sokkel te gaan staan? 'Drugs, geld, alcohol, een kind of andere dringende redenen', zegt de Engelse Jo beslist, die al twee jaar op de Dam werkt. 'Iedereen weet heel goed waarvoor hij het doet.' En daar kon ze wel eens gelijk in hebben. Standbeeld word je niet omdat je daar als kind van droomde, of omdat je er voor hebt doorgeleerd. Je wordt standbeeld omdat je op een dag zonder geld door een vreemde stad liep, en toch wat moest. 'Ik kon niet tekenen of gitaarspelen', zegt iemand, en toen ik die standbeelden zag staan, dacht ik: dat kan ik ook.'

Jo verdiende aanvankelijk al reizend haar geld met het maken van hairwraps. Nadat ze tijdens een fietstocht door Holland zwanger was geworden en in de Bijlmer bevallen, vond ze 'eindelijk de moed' om artiest te worden. 'Ik moèst wel, had mijn vriend en mijn kind te onderhouden. Ik heb gestudeerd voor accountant, gewerkt als parkeerwacht en schoonmaakster. Maar ik ben niet geschikt voor een vaste baan. Dat zit niet in mijn karma. Ik moet altijd de moeilijkste weg gaan.'

Want wie denkt dat het gemakkelijk werk is, heeft het mis. Tijdens haar pauze op de Dam houdt Jo constant de black magic circle in de gaten: de putdeksel die het enige vlakke stukje op de met keien betegelde Dam vormt. Alleen daar kan ze haar sokkel opstellen, dus is het zaak de concurrentie voor te blijven. Op het Leidseplein moeten de artiesten bij een bushokje op hun beurt wachten, op de Dam is het meer een kwestie van 'beleefheid' - en dat werkt lang niet altijd. Soms maakt ze ruzie als iemand vlak naast haar gaat staan. Meestal loopt ze weg. Als buigende, wenkende en lachende 'pierrot' probeert ze de mensen te verleiden, aan het lachen te maken. En dat gaat niet als je chagrijnig bent. 'Als je een slechte dag hebt, verdien je niets.'

Doodstil blijven staan of robot-achtig bewegen is niet het moeilijkste, zeggen de standbeelden. Met een beetje oefening en concentratie heb je dat zo onder de knie. Het moeilijkste is het publiek. Mensen die je lastig vallen, je aanraken of tegen je schreeuwen. Al zijn ook daar methoden voor: 'Als er zo'n groepje baldadige kerels op je af komt, moet je degene met de grootste bek een zoen geven, of diep in de ogen kijken. Dan zijn ze zo stil', weet Arie. Maar wat te doen tegen een vent die zijn broek naar beneden trekt en boven je geldbakje gaat zitten poepen, zoals de Finse Risto, alias de Gouden Man, meemaakte? 'Gelukkig trokken zijn vrienden hem op tijd weg.'

Jo bedekt met opzet haar hals, zodat je niet meteen ziet dat ze vrouw is. 'Ik ben toch een publieke figuur, sta alleen op straat, ik moet voorzichtig zijn.' Ze laat een verband om haar bovenbeen zien. Een dag eerder is ze in de lift overvallen door drie kids van veertien. Het was een goede zaterdag geweest, ze had 200 gulden verdiend. 'Ik heb me verweerd. Toen ze bloed zagen, schrokken ze zo dat ze wegrenden.' Eerder werd haar geld-hoed door een junk weggegrist. 'Het publiek deed niets, die dachten dat het erbij hoorde.'

De mannelijke standbeelden zijn nog nooit beroofd. Zij voelen zich zelden bedreigd: 'Daar ben ik te lang en te agressief voor', zegt mr. Blue. Anders dan Jo, die aan niemand haar telefoonnummer wil geven ('hoe weet ik wie ik kan vertrouwen?'), gaan zij vaak in op uitnodigingen voor bruiloften, partijen en braderieën. 'Worstjes uitdelen bij de opening van een slagerij in Assendelft', vertelt Risto, 'dat verdient heel goed.'

Risto komt uit Lapland, werd tijdens een werkkamp in Tsjechoslowakije verliefd op een Amsterdamse, zit hier illegaal, en verdient met zo'n veertig à vijftig uur werken in de maand ongeveer tweeduizend gulden. Zoals veel standbeelden begon hij met stilstaan en heeft hij inmiddels een hele act opgebouwd. Hij schudt kinderen de hand en legt het geld in de gleuf van zijn hoed, waarna hij zijn hoofd achterover buigt en de munten rinkelend in zijn bakje laat glijden. 'Ik voel me nu een echt mime-artiest. Ik word herkend door mensen, was zelfs op de Finse televisie.'

Hij neemt zijn vak ernstig. In de binnenzak van zijn gouden jas heeft hij de APV, de politieverordening met de regels voor straatartiesten. Als de politie hem dan weer eens wegjaagt van zijn plek, kan hij laten zien dat hij toch echt 'goed' staat: alleen de Kalverstraat, de Nieuwendijk en de Leidsestraat zijn sinds kort verboden gebied. Het helpt lang niet altijd. Als hij een grote kring om zich heen heeft, weet hij al wat de politie zal zeggen: er is te veel gelegenheid voor zakkenrollers, je verspert de weg, je mag niet langer dan een half uur optreden.

In mei, op een door de gemeente belegde vergadering voor straatartiesten, heeft Risto zich nog beklaagd over die half-uur bepaling: voor muzikanten mag dat genoeg zijn, voor standbeelden niet. De gemeente werkt aan een 'notitie' voor straatartiesten, 'zodat voor eens en voor altijd duidelijk is wat nu wel en niet mag', aldus beleidsmedewerkster J. Rieskin. Alle partijen worden gehoord: ondernemers, wijkcentra en straatartiesten. Over dat half uur wordt nog nagedacht, zegt Rieskin. Er is in ieder geval al een vergunningplicht voor artiesten ingesteld - al moeten B & W zich hier nog over uitspreken.

'Vergunning? Ik heb er al 48 gulden betaald en nog nooit wat gezien', scheldt Jo. Een administratieve kwestie, legt Rieskin uit: 'We hebben de artiesten wel al een vergunning toegezegd, maar ze zijn pas verkrijgbaar als het hele gemeentelijke traject is doorlopen.' Jo kan er niet over uit. Volgens haar heeft de politie het artiestenklimaat in Amsterdam grondig verpest. Een paar jaar geleden leefde ze nog in één grote Dam-familie van vuurspuwers, muzikanten en hairwrap-makers. 'En kijk nu eens, wijst ze op het lege plein. 'Niemand meer, alleen een paar zielige clowns.' Politiewoordvoerder K. Wilting erkent dat strenger tegen muzikanten en artiesten wordt opgetreden dan een paar jaar geleden. 'Het liep behoorlijk uit de hand. De ondernemers klaagden dat hun portieken bezet werden. Op de Dam speelden bands elkaar gewoon weg. Als de openbare orde verstoord wordt, treden we op.'

Maar zonder hen zou de zomer in Amsterdam veel minder mooi zijn, weten de standbeelden. 'Dan gebeurt er toch niets', zegt Risto. 'Ik heb een missie, ik maak de mensen blij.' Nee, zij zijn géén bedelaars, vinden ze, ze willen geen geld 'uit medelijden'. Want dat moet duidelijk zijn: de junks en zwervers die een laken over hun hoofd trekken of in een beverige pose hun hand ophouden, dat zijn de 'amateurs'.

'Dat meisje met de gescheurde jas op de emmer voor de C & A', zegt Risto minzaam, 'die is weggelopen uit een inrichting en is hartstikke gek'. Maar dat valt mee. Op een zaterdagmiddag loopt ze met haar emmer en kleine rugzak door de Leidsestraat ('I'm travelling light'). Ze heet Dianne, komt uit New Orleans, reist al drie jaar rond en heeft 'alles onder controle'. Dertig gulden per dag, en steeds de keuze: of een joint en een biertje en een bankje in het park, of douche en bed in een hostel. Maar als ze er genoeg van heeft, is er altijd nog die reserve op de bank in Amerika, zegt ze: het geld van de verzekering dat ze kreeg nadat ze - niet haar schuld - drie keer met haar auto over de kop was gegaan. Na een jaar revalideren wist ze nog maar een ding: ze wilde weg.

Het is 'om de vrijheid' dat ze van plan is nog twee jaar te reizen. Over twee weken gaat ze naar Denemarken: 'Ik wil nog zoveel zien'. 'Last van jeukende voeten', noemt Jo die drang. 'Daar hebben wij straatmensen allemaal last van.' Zelf probeert Jo te sparen voor een reis naar India, 'om aan een guru te vragen wat de zin van het leven is' - maar het schiet nog niet op, want de supermarkt is zo duur, en wanneer je op straat werkt, kost elk kopje thee 2,50.

In het Vondelpark staat een standbeeld-paar. Ze hebben zich geschminkt met een witte pasta, ze lijken van steen. Zij staat vastgebonden aan een boom, hij houdt haar en het touw vast. Niets beweegt. 'Ze knippert niet eens met haar ogen', fluistert iemand. Het publiek is muisstil, alsof het bijeen is op een begrafenis. 'Knap hè.' Het paar, Jack uit Amerika en Sulin uit Venezuela, spaart voor een bus, vertelden ze eerder. Dat wil zeggen: ze hebben een Via-Via gekocht om eerst eens te zien hoe duur zo'n bus is. Daarna zullen ze kijken hoe lang ze dan nog moeten werken om die bus te kopen. En daarna zien ze wel weer. Voorlopig werken ze alleen in het weekeinde. 'Daar komen we de week wel mee door.'

Mr. Blue is er trots op dat hij 'zichzelf zo ontwikkeld heeft'. Hij heeft inmiddels een manager en beschouwt het standbeeld nog slechts als 'een onderdeel van zijn show'. Wat hij zo aan mimespelers om zich heen ziet, vindt hij vaak 'ver beneden peil'. Om van de zwervers niet te spreken: 'Toen die begonnen, wist ik dat ik verder moest gaan. Ik heb toch een reputatie in Amsterdam hoog te houden, die zwervers degraderen het beroep.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden