Een levend museum in een reep hellingbos

Het Limburgse Savelsbosch heeft een unieke flora, biedt een fraai uitzicht over het Maasdal en herbergt ook nog eens oude vuursteenmijnen....

Het gaat maar om 240 hectare; een reep hellingbos tussen Maastricht en Eijsden; met een Riesenberg en een Trichterberg tegenover de scheve kerktoren van Gronsveld; met twee uitstulpingen richting Eckelrade en Sint Geertruid; en met een vuursteenmijn, niet ver van de plek waar het hakhoutwoud op zijn smalst is. 'Vanuit Rijckholt kijk je er 's winters dwars doorheen', lacht Thijs Jussen van Staatsbosbeheer.

De wandeling is slechts acht kilometer, maar voor je het goed en wel beseft, dwaal je door een stuk prehistorie met een heuse vuursteenindustrie die zesduizend tot 3500 jaar geleden floreerde. Het Savelsbosch is een levend museum dat het verleden koestert. Sporen te over, die in weerwil van hun ouderdom niet zijn uitgewist.

'Aan de horizon zie je steeds verlagingen', gebaart Jussen, halverwege Rijckholt en het Savelsbosch. 'Die noemen ze hier grubben.' Ofwel diep ingeschuurde, V-vormige droogdalen die de helling onderbreken. 'Daar, bij die rode beuk, dat is de Schone Grub.'

De holle weg naar het droogdal biedt zoveel afwisseling dat talrijke stops worden ingelast om de boswachter aan het woord te laten. Boven een pas gemaaid weiland bidt een torenvalk. ''s Morgens komt de vos hier gegarandeerd muizen', zegt Jussen. Tegen de bosrand op de helling heeft Staatsbosbeheer een nieuwe hoogstamboomgaard geplant. 'Doen we hoofdzakelijk om de dassen binnen hun eigen foerageergebied te houden', licht Jussen toe. 'En we proberen het struweel terug te brengen, laag struikgewas dat als een natuurlijke overgang van bos naar cultuurgrond fungeert. Boven op het plateau (van Margraten) - aan de oostkant van het Savelsbosch - wordt een buffer van ongemaaide weilanden aangelegd om het mestwater van de akkers op te vangen.'

Bermbegroeiing en een aantal planten in het bos leiden tot een uitvoerige beschouwing over de Rode Lijst van beschermde soorten. 'Bosbingelkruid, bermzegge, bies', wijst Jussen aan, 'staan er alledrie op. De Rode Lijst is een graadmeter die aangeeft hoe belangrijk of exclusief een gebied kan zijn en welke bescherming het nodig heeft. De amandelwolfskelk komt alleen in het Savelsbosch voor. We zijn hier beland bij een bijzondere plek met relatief veel planten die worden bedreigd met uitsterven.'

Het Savelsbosch is volgens Jussen het bos van de voorjaarsplanten. Anderhalve maand later heeft uitbundige bloei plaatsgemaakt voor berusting, maar dat maakt een nieuwe wandeling door het Savelsbosch niet minder enerverend, want vanaf vrijwel elke heuveltop valt te genieten van het uitzicht op een waaier van groen in het Maasdal. Zelfs de afvalhoop van de ENCI op de Pietersberg heeft in gefilterd zonlicht zijn charme.

De overgang van bijzondere flora naar vuursteen verloopt vloeiend. 'Als je met een stuk gereedschap in de grond gaat wroeten, kom je overal afslag van vuursteen tegen', vertelt Jussen. 'De Schone Grubbe ligt precies op het snijpunt van het Maastrichts kalk naar het noorden en het Gulpens kalk naar het zuiden. In het Gulpens krijt, een geologisch oudere laag, komen vuursteenbanken voor. Naar het noorden heb je blokbrekersgroeven waar mergel wordt (werd) gewonnen.'

Kalksteen, krijt of mergel is een en dezelfde naam voor een materie die 144 tot 60 miljoen jaar geleden ontstaat door samenpersing van dode schaaldieren op de bodem van de toenmalige zee. Vuursteen of siliciumdioxyde wordt uitsluitend in kalk gevormd rondom een kern die in feite een verstoring of verontreiniging van de oude zeebodem is. Dat kan een gang zijn die een kreeft heeft gegraven.

Hoogwaardige vuursteen wordt slechts op enkele plaatsen in Europa aangetroffen. Ondanks zijn grote hardheid breekt het als glas waardoor een scherpe snijrand ontstaat die de prehistorische mens in staat stelt allerlei werkzaamheden te verrichten. De kunst is vuursteen zo efficiënt mogelijk in de juiste vorm voor het beoogde werktuig te slaan.

In 1886 ontdekt de Luikse onderzoeker Marcel de Puydt even ten zuiden van de Schone Grub een ovale kuil van 50 bij 40 meter met duizenden afslagen - afval - die de conclusie rechtvaardigen dat op deze plek zware vuursteenknollen moeten zijn gefatsoeneerd alvorens ze elders een verdere bewerking tot bijl, hak of pijlpunt ondergingen.

Het Grote Atelier van De Puydt ligt, omringd door linden, berstens vol afslagen. In een bedding van groen glinsteren de afslagen in diffuus zonlicht. Het is doodstil in wat duizenden jaren geleden een drukke werkplaats van een vuursteenindustrie is geweest.

In de eerste helft van de vorige eeuw worden op kleine schaal opgravingen verricht die wijzen op mijnbouw. Vanaf 1964 pakt de Werkgroep Prehistorische Vuursteenmijnbouw van de Nederlandse Geologische Vereniging, Afdeling Limburg - de formele omschrijving van enkele tientallen enthousiaste vrijwilligers met veel mijnbouwkundige ervaring - de graafwerkzaamheden met sponsorgelden grondig aan. Acht jaar later kunnen zij met voldoening terugkijken op een indrukwekkende prestatie.

Een zware getraliede (voor de overwinterende vleermuizen) deur geeft toegang tot een 150 meter lange sleuf, die vanuit het Grote Atelier tot ver onder het plateau doorloopt. 'Daar hangen coconnetjes van de grotspin', wijst Jussen tussen wolken van opmerkelijk vreedzame muggen. Hij loopt de hoofdgang in en schetst een beeld van wat zich in dit mijnencomplex heeft afgespeeld. De werkgroep lokaliseerde 75 schachten van evenzovele mijnen waar de hoofdgang dwars doorheen loopt.

Er is weinig verbeelding nodig om een indruk te krijgen van de prehistorische mijnbouw. De verre voorouder groef in het Savelsbosch met primitief gereedschap door löss, kiezel en mergel een vijf tot twaalf meter diepe schacht - lager kon niet vanwege de lichtinval - totdat hij op een vuursteenlaag stuitte, die cirkelgewijs in een straal van tien meter via een gangenstelsel werd uitgehouwen. Daarna begon hij aan een nieuwe schacht.

In de vuursteenmijn van Rijckholt zijn nog enkele schachten en talrijke gangen te zien 'Een bezoek aan deze mijn zou je eigenlijk als slagroom op de taart moeten zien', zeggen Jussen en John Gubbels van de Grondveldse Stichting Grueles. Als afsluiting van een educatief project waarin een mooie rol is toebedacht aan een Infocentrum in Rijckholt. De plannen zijn er.

Een aangenaam alternatief is voorlopig een excursie die elke eerste en derde woensdag van de maand (tot september) 's avonds om zeven uur in Rijckholt begint. Om alvast in de stemming te komen, kun je in Grondsveld aan een prachtwandeling door het Savelsbosch beginnen die via kalksteengroeves, grindafgravingen en grafheuvels naar de Henkeput leidt, een trechter waarin nog al wat beenderen van mens en dier zijn aangetroffen.

De naam verwijst naar het Duitse woord voor scherprechter en zou op een executieplaats kunnen wijzen. Maar de Henkeput is met meer mysteries omgeven. Het beulswerk in de prehistorie vond een paar honderd meter verderop plaats: in de vuursteenmijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.