Een leven vol celluloid en lijstjes

HUUB BALS ZAG nog films zoals ze gezien horen te worden. Video was er niet. Hij beleefde films in projectie en niet op cassette....

Merkwaardig genoeg is dat een van de weinige keren, misschien wel de enige, dat in Que Le Tigre Danse, de beschrijving van zijn leven, een uitlating over een film is genoteerd. De biografie gaat over Bals en over zijn passie. Zijn leven bestond uit celluloid. Het boek wemelt van de namen van regisseurs, filmtitels en lijstjes waaruit zijn voorkeur spreekt. Wat hij daarvan vond, moeten we uit die lijstjes opmaken, de programma's van de festivals die hij organiseerde. Er is niet genoteerd hoe hij zich over films zelf, van Pasolini tot Fassbinder, uitdrukte.

Zijn festival in Rotterdam bestaat 25 jaar. De naam van het festijn mag een paar keer zijn veranderd, de tijger is gebleven en nu aan zijn levensbeschrijving verbonden. Het festival en Bals waren zo met elkaar verbonden dat de feestgangers de eerste jaren na zijn overlijden zich in ontreddering bleven afvragen wat hij van het vervolg zou hebben gevonden. Ze tekenden in hun vertwijfeling eigenlijk nog het mooiste portret van Bals.

Hij was een eenvoudige jongen uit Wijk C, de Utrechtse volksbuurt waar ook Anton Geesink vandaan kwam; zoon van een pensboer, die ingewanden uit het abattoir in de huiskeuken tot hapjes voor kat en hond bereidde. Bals werd de wegbereider, organisator en directeur van het grootste en belangrijkste filmfestival in Nederland, een internationaal geacht pionier van de filmkunst. Hij was een verslaafde, een cinefiel pur sang, een gedrevene. Die passie was er vanaf zijn eerste kennismaking met de filmwereld al geweest.

Evenals de wanhoop. Door zijn hele filmleven heen vloeit de gevleugelde uitspraak: 'Zo doe ik het nooit meer.' Hij zei het in Utrecht na een van de Cinemanifestaties, hij zou het in Rotterdam nog talloze malen uitroepen. Steeds groeiden hem, in zijn enthousiasme, de zaken boven het hoofd en stapelden de tekorten zich op. Maar jaar op jaar kwam er weer een festival - steeds groter en groter. Bals' eerste Film International trok zo'n zevenduizend bezoekers. Hij maakte nog mee dat het er meer dan honderdduizend werden.

Zijn portret in Que Le Tigre Danse is opgebouwd uit archiefonderzoek en gesprekken met vrienden in binnen- en buitenland, medewerkers en afnemers. Over wat hij heeft gedaan - het verspreiden van liefde voor film - is alles bekend. De persoon achter het fenomeen - wat hij dacht, hoe hij was - bleek altijd vaag te zijn gebleven.

Het journalistieke portret dat Jan Heijs en Frans Westra uit hun onderzoek opbouwden, vult die leemte maar ten dele. Waarschijnlijk ligt dat niet zozeer aan hen, maar aan de persoon van Bals. De auteurs portretteren hem als 'een van de weinige persoonlijkheden uit de Nederlandse filmwereld wiens reputatie de landsgrenzen verre heeft overschreden', iemand die 'in het buitenland veel beroemder of bekender was dan in Nederland'.

Niet bekend

Hij was een groot man - 1,96 meter, schoenmaat 50 -, die in zijn gemoed ook groots kon wezen; een bars en knorrig persoon, narrig en zwaarmoedig. Hij wordt in het boek getekend als een klager, maagpatiënt en kettingroker, maar tegelijk ook als een uitbundig, gastvrij, bourgondisch levensgenieter voor intimi. Bals was een versierder en sfeermaker, niet wars van een stunt of een lekker schandaal. Hij lag ook, toen ze nog bestond, steevast overhoop met de filmkeuring.

Huub Bals werd gevormd in de jaren vijftig, zijn filmliefde lag verankerd in een jeugdliefde voor de Nouvelle Vague. In zijn Utrechtse Cinemanifestatie-jaren verwoordde hij zijn passie voor het eerst: 'Ik begon films te vreten, bij het leven. Geen voorkeuren, dat heeft heel lang geduurd. Van mensen als Antonioni of Buñuel begreep ik nog niet veel, maar allengs ontstond er toch een bepaald gevoel. Zoiets van 'joh, schakel je verstand maar uit en neem maar in'.' Hij zou zijn leven lang op die manier naar film blijven kijken, gevoelsmatig.

De films die hij wilde, kwamen niet op hem af, hij moest er naar op zoek. Bals reisde er in de loop der jaren, letterlijk, de hele wereld voor af. Hij zag alles wat hij wilde, maar deed nooit dingen die hij niet nodig vond. Bals was bijna nooit te vinden op seminars en discussies, in commissies of jury's. Hij had een diepe afkeer van de Nederlandse Filmdagen in Utrecht en van Amsterdam, 'een kapsonesstad'.

Van zijn festival was hij de baas, de kapitein op het schip. Het werkte ook tegen hem, die functie van Grote Roerganger. 'In Nederland', schetst het boek, 'waren er kringen waarop de coterie van het filmfestival een negatieve indruk maakte, als een tsaristisch hof met een byzantijnse sfeer.' Het gevoel kwam niet uit het niets. Bals en zijn assistenten beschouwden zich, blijkt uit dit portret, als de exclusieve eigenaars van de goede cinematografische smaak, de massa moest nog volgen.

Hij mocht een vreselijke weerzin hebben tegen de Nederlandse film, in de eerste jaren van zijn festival gaf hij in ieder geval blijk van belangstelling en toonde geregeld korte films van onder anderen Frans van de Staak, René Daalder, Adriaan Ditvoorst en Frans Zwartjes. Bij de oprichting van Film International werd zijn voorkeur direct gedefinieerd, zijn passie ging uit naar het werk van Schlöndorff, Herzog, Fassbinder, Truffaut, Malle, Pasolini, de Taviani's, Kurosawa, Wajda en Tarkovski.

'Dat ga ik zo niet openen', zei wethouder De Vos van kunstzaken op 28 juni 1972 voor een vrijwel lege zaal bij de eerste aflevering van Film International en stopte de velletjes van zijn toespraak weer in zijn zak. Twee dagen voor aanvang waren er nog nauwelijks kaartjes verkocht. Bals stuurde hostesses naar Amsterdam met folders, waarin een tekst was opgenomen die typerend voor hem was: 'Als je niet bij Film International bent geweest, moet je verder je smoel houden als er ergens over film wordt gepraat.'

Het boek beschrijft de onstuimige groei van het festival, de verhuizing uit de theaters Lantaren/Venster in de volkse Gouvernestraat naar de bioscopen aan de Kruiskade. Het zwakke punt was eeuwig de slechte projectie, maar het publiek pikte het. 'Rotterdam' was het leukste festival van Europa. Bals stond aan de wieg van een reeks initiatieven als De Filmkrant, de Filmzomer en boven alles de Cinemart, de in het festival opgenomen filmbeurs.

Met zijn levenshistorie wordt ook het verhaal verteld van het filmklimaat in Nederland, de distributie en de filmhuizen. Ook zijn vrienden en vijanden (Pieter Goedings van The Movies) krijgen er hun rol in.

In 1984 werd hij getroffen door een hartaanval. Hij deed geen stap terug, niet in zijn werk en niet in zijn leefgewoonten. 'Op een koude avond', noteert de geschiedenis een jaar later in Cannes, 'werd er gedineerd op het terras van het Grand Hotel. Huub dronk een dubbele whisky, twee flessen wijn en diverse cognacs zonder overigens echt dronken te worden.' Maar hij werd pessimistisch en melancholisch. Hij raakte moe, was uitgeput. Huub Bals overleed op 13 juni 1988. Wat hij naliet was een ongeëvenaard kunstwerk.

De auteurs zeggen in het voorwoord het boek te hebben geschreven vanuit een kritische bewondering. In de slotzin laten ze alle reserve varen in de constatering: 'Een school heeft hij niet nagelaten; wereldwijd wel een groep mensen die door zijn visie op film en omgang met filmmakers in praktijk brengt dat cinematografie de belangwekkendste kunst van onze tijd is.'

Het boek eindigt met een lijst door Huub Bals aangekochte en/of gedistribueerde films, en dat is het mooiste portret dat van hem kan worden geschilderd. Het is een monument. Zonder hem hadden we die films misschien niet kunnen zien.

Jan Heijs en Frans Westra: Que Le Tigre Danse - Huub Bals, een biografie. Otto Cramwinckel, ¿ 39,50. Na 27 februari ¿ 49,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden