Een leven lang wonen in hetzelfde huis

In hun tuin staat nog de boom waar ze als kind in klommen: schrijfster Steffie van den Oord trok door Nederland en interviewde honkvaste ouderen.

Uitzicht op het erf van Theo van der Aa. Beeld Marie Wanders / de Volkskrant

In de woonkeuken van de boerderij van Theo van der Aa in Noord-Brabant ligt een Perzisch tapijt op tafel. Vanuit het raam zie je de stal waar dertig koeien staan. De boerenhoeve is sinds 1635 in de familie - de haard in de keuken stamt uit 1851. 'Doet wel en ziet niet om', staat er in de schouw gebeiteld. Zou het daaraan liggen dat Theo van spreuken aan elkaar hangt, aan dat spreekwoord dat hij als kind duizenden keren heeft gezien? 'Vat een kuukske', zegt Theo nadat hij een sigaartje heeft opgestoken. En meteen daarna: 'Oost west, thuis is het ook niet alles. Mijn hele leven woon ik hier, ja, op twee jaar na, toen heb ik bij een tante gezeten. Maar ik moest van de landbouwschool af toen vader ziek werd. Er moest gewerkt worden, hè. Als 14-jarige had ik 's avonds al de aardappelen klaarstaan en de pudding gekookt voor de volgende dag. Ach ja, arbeid is zaligheid, maar er naast gegaan is ook geen kwaad gedaan.' Dan, met een blik naar buiten: 'Best weer is het niet, maar de buurman heeft hetzelfde, zeg ik altijd maar. Er is geen beter weer dan brandweer en geen mooier werk dan vuurwerk.'

'Je had eigenlijk naar de toneelschool gewild, toch, Theo?', zegt schrijfster Steffie van den Oord die bij hem aan de keukentafel zit. Ze praat luid en nadrukkelijk, alsof ze ervan uitgaat dat iedereen EEN BEETJE DOOF is. Helemaal niet gek als je bedenkt dat ze het afgelopen jaar heeft doorgebracht met het interviewen van stokoude mensen - Theo (80) is de jongste, de meesten zijn rond de 100. Of ze waren het. 'Veel mensen gaan vrij snel dood nadat ze met mij hebben gesproken', lacht Van den Oord later in de auto. Maar Theo is springlevend; hij schenkt koffie in en neemt het bezoek mee naar zijn boerenschuren die hij vol antiek heeft gestouwd. Zijn hobby - twee vrijgezelle zoons van 46 en 43 runnen de boerderij. 'Ja, die wonen nog thuis', zegt Theo. 'Ze hebben geen verkering, want diejen schoonvader heeft geen dochter.' En als Van den Oord hem vraagt of hij naar de boekpresentatie wil komen van het boek waarin hij een hoofdstuk is: 'Ik weet het niet, hoor. Op 6 mei is mijn jongste broer jarig. Den helen dag.'

Theo van der Aa: Oost west, thuis is het ook niet alles. Beeld Marie Wanders / de Volkskrant

Van oude huizen, de mensen die blijven

Ze zijn niet te googelen, de oude mensen die Steffie van den Oord (46) voor Honkvast interviewde. Vijftien mannen en vrouwen sprak ze voor haar boek, dat de ondertitel draagt Van oude huizen, de mensen die blijven. Mensen die hun hele leven in hun geboortehuis zijn blijven wonen, ernaar zijn teruggekeerd of nog in het huis wonen waar ze als twintiger introkken na te zijn getrouwd. Soms wonen ze honderd jaar op dezelfde plek. De wereld om hen heen is veranderd, maar op hun erf is alles hetzelfde gebleven. Goed, er kwam een wasmachine en een koelkast, in de jaren zeventig een schrootjesplafond en daarna heus wel een computer, maar in de keuken ligt nog een gebarsten rood-witte tegelvloer en in de tuin staat de kastanje waar ze als kind al in klommen.

Theo van der Aa vond ze via via - eigenlijk is hij iets te jong, zegt Van den Oord, maar het is zo'n mooie, markante figuur. De meeste anderen vond ze door in haar lichtblauwe Fiat 500 door het land te rijden. Naar dorpen, het liefst naar dorpen - in de stad is het een stuk moeilijker zoeken. In de dorpen kent iedereen iedereen. Zag ze een oude boerderij met vitrage voor de ramen en geraniums op de vensterbank, dan kon het voorkomen dat ze dacht: hier. Hier zou degene kunnen wonen die ik zoek. Of hier zou iemand kunnen wonen die diegene ként, een achternicht in een nog oudere woning of een dorpsgenoot, daar, in dat vervallen huisje aan de rand van het gehucht.

Boven en onder: het huis van Theo van der Aa. Beeld Marie Wanders / de Volkskrant
Beeld Marie Wanders / de Volkskrant

Mia in Lobith

Zo ontdekte ze Mia in Lobith. Iemand in de rij bij de dorpsslager zei: 'Ben je al bij de aardbeienvrouw geweest?' Ze reed erheen en vond Mia in het veld. De 96-jarige Mia zette koffie, het filter tot de rand gevuld voor twee kopjes, 'er moet pit in zitten', en vertelde haar levensverhaal. Drie zusjes en een broertje verloren als kind, bijna elk jaar kwam er een grafje bij. 'Ik tuinierde dus al vroeg.' Een dienstje in de oorlog bij Fräulein Doktor - Mia groeide op in Duitsland - een bombardement, brandende puinhopen, alles kwijt. Alleen het vege lijf gered. Van het Arbeitsamt moest ze gaan werken op een tuinderij. 'Van de hel belandde ik in het paradijs: een reusachtig aardbeienveld op een heuvel. Het mooiste wat ik ooit heb gezien.'

Ze doet het nog steeds, aardbeien telen, en plukken, elke zomer weer. Nooit kinderen gekregen, wel miskramen - drie, telkens in de zesde maand. 'Daarna begreep ik waarom moeder niet was meegegaan naar het kerkhof om haar kinderen te begraven.' Piekeren hielp niet. Werken wel. Nog steeds vult ze elke zomer duizend doosjes aardbeien. Een bordje langs de weg is niet nodig, de mensen komen wel. 'Als ik maar aan de gang blijf. Als ik dat niet doe, gaat het hard achteruit.'

Haar levensverhaal vertelde Mia niet in een uurtje. Een keer of zes, zeven ging Van den Oord naar haar toe. Piepklein opschrijfboekje mee, niet te opvallend - mensen moeten niet het idee krijgen dat ze worden uitgehoord. Gewoon, koffiedrinken, dat is haar strategie.

Bij Theo van der Aa is ze simpelweg op een dag het erf opgelopen. Ze kwam een beetje neuzen naar antiek en oude spullen; ze houdt zielsveel van alles wat oud is, dus ze hoefde haar belangstelling niet te veinzen. Ze heeft zelfs nog een kast van Theo gekocht. Onder de waslijn op het erf begon-ie over zijn moeder, later, in een werkhok, over zijn met de brommer verongelukte broer. 'Ik had er geen idee van dat ze dat allemaal in de publiciteit zou brengen', zegt hij nu. Waarom hij haar dat alles dan vertelde? 'Omdat ze luisterde', zegt hij. 'Als gij naar mij zou luisteren, had ik het oe ook verteld.'

Het huis van Theo van der Aa. Beeld Marie Wanders / de Volkskrant

Dat is nog maar de vraag, want luisteren kan Van den Oord als geen ander. Luisteren en schrijven, ze doet niet anders meer sinds ze vertrok bij de VPRO-radio. 'We maakten een uitzending over de millenniumwisseling', zegt ze. 'Ik stelde voor om 100-jarigen te interviewen, want het was ook een eeuwwisseling, en duizend jaar, dat is zo lang, wat kun je daar nou mee? Prachtige verhalen kreeg ik te horen. En daar moest ik dan drie minuten radio van monteren, dat vond ik eigenlijk zo zonde. Ik heb een halfjaar vrijaf genomen en al die verhalen opgeschreven. Eeuwelingen is dat geworden, mijn eerste boek.'

Ze is daarna niet meer in vaste dienst gegaan. Ze kocht met haar man een huis ('uit 1928') in Nijmegen, kreeg twee kinderen, werd freelancer. Honkvast is haar zevende boek, daarnaast maakt ze radio- en tv-documentaires en geeft ze les in schrijven. 'Als kind in Ammerzoden, waar ik opgroeide, was ik al gefascineerd door de oude vrouw van het snoepwinkeltje in het dorp. Anna van het hoekske - Anneke Pis noemden we haar. Het stonk een beetje in dat winkeltje, dat ik heel duister en geheimzinnig vond. Waarschijnlijk kon ze haar plas niet ophouden, denk ik nu. Als kind komt het natuurlijk niet in je op om naar iemands levensverhaal te vragen. Maar ik ben altijd nieuwsgierig geweest.'

Geschiedenis

Van den Oord tekende de eerste jaren van haar schrijverschap alleen de geschiedenis van levende mensen op. In dode was ze niet geïnteresseerd. Dacht ze. Tot ze op een dag in het Nijmeegs archief terechtkwam om een verhaal te checken dat iemand haar verteld had. Het bleek van A tot Z verzonnen; dat kon ze vergeten dus. Maar ze vond er wel een ander verhaal dat de moeite was om te vertellen. Een 'liefdesmoord' van driehonderd jaar eerder, die behoorlijk goed was gedocumenteerd. Ze raakte gegrepen. Het archief werd haar tweede huiskamer. Na een boek over de liefdesmoord schreef ze er nog een over tien andere historische moorden. Elk detail pluisde ze uit.

Van den Oord, achter het stuur van haar Cinquecento, waar ze, net iets langer dan 1 meter 50, haast tegenaan geplakt zit: 'Ruim twee jaar geleden was ik weer met zo'n geschiedenis bezig. Over een stel landlopers van rond 1800, een prostituee die langs de kant van de weg een kind baart en sterft. Je vindt oude brieven en het voelt alsof je erbij bent, alsof je die vrouw hebt gekend. En toch, ik kreeg geen letter op papier. Mijn moeder was net overleden. Mijn eerste grote verdriet. Ik was lamgeslagen, kwam tot niets meer. Toen dacht ik: ik moet weer levende mensen spreken. Oude mensen, ja, die hebben tenslotte allemaal met verlies en verdriet te maken gehad. Hoe gaan zij daarmee om? Waar trekken ze zich aan op? Dat is in Honkvast het thema geworden, zie ik nu het af is. Misschien zocht ik wel troost.'

Zerkzicht

Ze parkeert op een erf in het Gelderse dorp Olburgen, achter het geboortehuis van Annie Gieling (88). 'Zerkzicht' heet het hoofdstuk dat aan Annie gewijd is - tegenover het kerkhof woont ze. Een schitterend verhaal, vindt Van den Oord, want op dat kerkhof ligt Dora begraven, een 19de-eeuwse zieneres en plaatselijke beroemdheid waar Annie druk mee is. Annie ijvert namelijk voor Dora's zaligverklaring. Ze schrijft brieven tot aan de paus. Van den Oord, voordat ze door de achterdeur naar binnen loopt: 'Annie heeft nooit een man gehad en haar zus Bep, met wie ze hier in het ouderlijk huis samenwoonde, is een paar jaar geleden overleden. Maar Dora brengt gezelschap. Bijna elke dag komen er wel Dora-vereerders naar het dorp.'

Binnen zit Annie achter de kiprolletjes van Tafeltje Dekje. Daarnaast, op tafel, staat een grote tv. In het halletje belandt een Privé op de mat. 'Die Umberto Tan toch', zegt Annie. 'Steffie, zet jij even thee?'

De huiskamer van Annie Gieling aan de rand van Olburgen. Beeld Marie Wanders / de Volkskrant

O ja, ze vond het prima dat Van den Oord op een dag kwam binnenlopen. 'Kijk, ik heb het nog op een briefje staan: Steffie, 25 september 2015. Dat is de eerste keer geweest. Ze vond het zo interessant dat ik hier altijd gewoond heb. Ik liet haar maar vragen, hoor, van vragen word je wijs.'

En zo vertelde ook Annie het verhaal van haar leven: dat ze slechtziend was, dat ze te dik was vroeger, dat zij wel 'verkikkerd' was op een 'knaap', maar niemand ooit op haar. Kinderen heeft ze dus niet gekregen. Maar, zegt ze, ze heeft wel zeventig baby's op de wereld geholpen - als kraamverzorgster was ze er soms eerder bij dan de dokter. 'Op een gegeven moment mocht het niet meer', zegt ze, terwijl ze haar rollator naar zich toe trekt. 'Toen moest je opeens papieren hebben om bij een bevalling te helpen. Ach, het is altijd goed gegaan.'

Annie Gieling. Beeld Marie Wanders / de Volkskrant

Op het kerkhof tegenover haar huis wijst ze op het graf van Dora. 'Je moet in haar geloven, hoor. Dora heeft me altijd geholpen. Ik ben 35 kilo afgevallen door net zo te vasten als zij heeft gedaan.' Een rij verder liggen Tonnie (5 maart 1923 - 6 mei 1923) en Mimie (1930 - 1931). 'Mijn zusjes. Dat moet mijn moeder veel verdriet hebben gedaan. Maar als kind dacht je daar niet aan. En kijk, daar liggen vader en moeder. Mijn zus ligt verderop.'

'EN JIJ, Annie?' - de stem van Steffie van den Oord schalt over het kerkhof. 'Heb jij al een plekje gereserveerd?' Annie schudt van nee. Opgewekt: 'Ze moeten maar weten waar ze me laten. Als ik mezelf maar weer kan vinden.'

Annie heeft een doel, legt Van den Oord als ze Olburgen weer uitrijdt, op haar 88ste. 'Ze kan niet eerder dood dan dat Dora wordt zaligverklaard. En ze verheugt zich elke maand op de Dora-mis die in de kerk naast de begraafplaats wordt gehouden. Na afloop drinkt ze koffie met de diaken, daar kijkt ze dan naar uit.'

Annie Gieling schrijft brieven aan de paus. Beeld Marie Wanders / de Volkskrant

Eigen aardappels poten

Meer nog dan na Eeuwelingen is haar duidelijk geworden wat een mens op de been houdt, een leven vol onvermijdelijke tegenslag lang. Ze somt op: 'Lichtpuntjes creëren. Annie verheugt zich op de mis, Mia kijkt elk jaar uit naar het aardbeienseizoen. Bezig blijven. Neem Freerk uit mijn boek, die, nadat zijn vrouw na 71 jaar huwelijk was overleden, op zijn 96ste nog leerde biljarten. Nu is hij 102 en heeft hij wekelijks zijn biljartavond, waar zijn pilsje al klaarstaat als hij binnenkomt. Dat is toch mooi? En: gewoon doorgaan. Soms is er niets meer dan dat. Ik sprak voor mijn boek ook met de oudste joodse vrouw van Nederland, ze is inmiddels overleden. Twee van haar drie kinderen zijn weggevoerd in de oorlog en toch zei ze: 'Ik geniet iedere dag.' Ze zei er zelf erachteraan: 'Knap hè.' Die avond ging ze bridgen. Het zit 'm in zulke kleine dingen. Die geven houvast. Theo met z'n antiek en z'n spreuken - dat gaf ook houvast toen een kleinkind van hem aan wiegedood overleed.'

Het brengt haar als vanzelf op haar moeder. 'Nu heb ik al die mensen geïnterviewd, en mijn eigen moeder niet. Daar heb ik zo'n spijt van. Maar goed, ik heb het bij mijn vader wel geprobeerd en dat werkte toch niet echt. Gek is dat, hè?' Iets later: 'Ik heb na haar dood een poes genomen, en een piano. Ik heb ook geprobeerd aardappels te poten.' Ze schiet in de lach. 'Een veld vol bintjes had ik ingezaaid. Het leverde één aardappel op.'

Honkvaste ouderen

Scroll door de onveranderde woonkamers en de ongewijzigde erven van Theo van der Aa, Annie Gieling en de andere honkvaste ouderen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden