Een leven lang terug naar de rivier

Geboren werd Willem van Toorn in Amsterdam, maar verwekt is hij aan de rivier. Ergens in een uiterwaard, vermoedt hij....

Als stadsjongetje om er te logeren in het paradijs van zijn ooms en tantes. Als Willem van Toorn om zich er met andere kunstenaars teweer te stellen tegen technocraten, natuurfanatici 'en andere boeven' die het rivierenland van zijn ouders en grootouders wilden verwoesten. En als schrijver van de roman De rivier, die het afgelopen weekeinde bij Querido is verschenen.(¿ 39,90).

We staan bij het renaissance-kasteeltje van Neerijnen, misschien wel de oorsprong van het boek, waar in 1988 een radeloze hoofdingenieur van Rijkswaterstaat hem vroeg: 'Wat vindt u dan in godsnaam zo mooi aan dat landschap?'

We staan op de dijk en kijken uit over 'de práááchtige uiterwaard' naar de imposante Waal en de nieuwe brug bij Bommel. Hier wilden zogeheten natuurbouwers een Donau-oever aanleggen waar misschien wel de zwarte ooievaar zou gaan nestelen. 'Met een hek eromheen, waarachter je dan mag kijken, en de deskundige legt je uit wat je ziet. Krankjorum.'

We rijden richting Tiel over de dijk. Die hier recht, breed en slecht is 'met niks meer erop'. Want het polderbestuur nam na het hoge water in de winter van 1994/95 de gelegenheid te baat de dijkverzwaring volgens het oude plan uit te voeren. Mismoedig neemt Willem van Toorn 'de barbarij' in ogenschouw. De plakken asfalt op het talud, de plaatsen waar dijkwoningen stonden, de plekken die zogenaamd aan de natuur zijn teruggegeven. 'Wetlands', Fremdkörper in een cultuurlandschap dat in eeuwen gevormd is, functioneel, door mensen die er hun bestaan vonden.

We gaan bij Varik de dijk af de stenige vlakte op, waar de dijkverzwaarders hun werkeiland hadden. Waar ze 'uit schaamte' een boom hebben laten staan die ze de Bol van Varik noemden, naar de kring van bazaltblokken rond de stam.

Vanaf de Bol ziet Willem van Toorn boven de dijk op een balkon een man een tekentafeltje neerzetten. Hij herkent Willem den Ouden, zijn vriend en strijdmakker van het afgelopen decennium. Samen hebben ze 'de mensen het landschap van het rivierenland laten zien'. Schilder Den Ouden door zijn beelden, schrijver Van Toorn door zijn woorden. Hun activisme bestond feitelijk uit die ene aansporing: 'Kom nou toch es kijken! Met je eigen ogen.'

Het was niet tevergeefs. Op veel plaatsen zijn en worden de dijken langs de rivieren volgens Willem van Toorn 'goed en zorgvuldig' verzwaard en verhoogd. Zonder nergens toe dienende kaalslag, met behoud van het unieke van zo'n steile rivierdijk, waarop je lijkt te zweven als je er overheen fietst en kijkt op de huizen. Alleen dit stuk, de dijk bij Varik naar Tiel, waar hij fietste van oom naar tante en terug, het land van zijn ouders - dat nou uitgerekend dit stuk tot zo iets zielloos verpest moest worden.

Schilder Den Ouden zat altijd in de uiterwaard te schetsen, te tekenen, te schilderen. In de tijd van de hysterie na het hoge water met een achteruitkijkspiegel op zijn ezel: om te zien of er iemand hem van achteren belaagde. Na de verwoestende dijkverzwaring kon hij het letterlijk niet meer aanzien. Hij kijkt nu over de uiterwaard naar de rivier en de lucht erboven. De schittering van het licht schildert hij, niet meer de uiterwaard.

Schrijver Van Toorn schreef een boek, 'een herinneringsroman eigenlijk'.

In de procedure tegen Rijkswaterstaat en de polderbesturen probeerde hij op verzoek van de advocaat de rechtbank te Arnhem duidelijk te maken hoe bijzonder het rivierenland was. 'Ik had even een gevoel van totale vervreemding: wat ben ik aan het doen, waarom sta ik hier? En ik wist toen dat ik het ooit voor mezelf zou opschrijven. Voor een antwoord op die vraag moet je naar het begin. Het begin zijn mijn ouders die in de crisistijd noodgedwongen de Betuwe verlieten voor een bestaan in Amsterdam-West.'

De rivier, ter nagedachtenis aan zijn ouders, is impliciet opgedragen aan het land van zijn ouders. 'Ze zijn altijd emigrant gebleven in de grote stad.' Het was ook het motief voor zoon Willem om zich daadwerkelijk te bemoeien met het verzet tegen de 'dijkverzwaringsverkrachting' van het land van zijn ouders. 'Het zou niet deugen als dat land hen voor de tweede keer werd afgenomen.'

Wat in godsnaam is nou zo mooi aan dit landschap?

'Waarom vinden mensen Toscane mooi? Omdat je eraan kunt zien wat mensen er sinds de oudheid hebben gedaan. Dat is ook het interessante van het rivierenland. Het herbergt menselijke vormgeving en vindingrijkheid van eeuw op eeuw op eeuw. Het is altijd gebruikt, altijd veranderd. Je kunt eraan aflezen wie we zijn, waar we vandaan komen, wat we hebben gedaan.

'Ik heb es een keer een boos essay geschreven over de arrogantie van de ontwerpers. Die zonder zich werkelijk te verdiepen in de bewoners hun artisticiteit willen uitleven in verdomme het land van mijn opa. En of ze nou ontwerpen voor projectontwikkelaars of natuurfanatici, het komt op hetzelfde neer: cultuurhaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden