Een lesje Hollandse voetbalschool

We beseffen het niet, maar we hebben een unieke voetbalcultuur, zegt Kees Jansma. Dat laat de perschef van Oranje buitenlandse media graag zien door met hen een rondje te maken langs amateurvelden, waar al dat Nederlandse talent groeit en bloeit. 'Ze kijken hun ogen uit.'

Kees Jansma heeft op deze woensdagmiddag in mei een voetbalteam van de openbare basisschool De Kameleon onder zijn hoede genomen. Zometeen zal zoon Ruben tonen een buitenspeler te zijn die de Hollandse voetbalschool tot voorbeeld strekt.

De velden van DEV zijn het toneel van het jaarlijkse schoolvoetbaltoernooi. Langs de zijlijn staan moeders in kniehoge laarzen die meteorologisch tegen een stootje kunnen.

Het weer is dan ook veranderlijk in Doorn. Na zonneschijn dreigt alweer regen. Het sportpark van 'De Elf Vrienden' getuigt van deze overdaad. Het is spetterend groen, op en rond de velden.

Spelers en coach van De Kameleon vormen een kring. Ze slaan de armen over elkaars schouders en buigen voorover. Kees Jansma houdt een peptalk. Hij zegt dat ze goed waren in de eerste wedstrijd en dat ze zo moeten doorgaan. Maar belangrijker is dat ze de lol erin houden.

De Kameleon wint ook de tweede wedstrijd, maar het derde en laatste duel gaat nipt verloren. De coach moet zichtbaar zijn best doen de lol erin te houden. 'Eigenlijk ben ik hier te prestatiegericht voor ingesteld', zegt hij later in de auto.

We maken een rondje langs de Hollandse voetbalvelden, zoals Jansma dat vaker heeft gedaan met vertegenwoordigers van de buitenlandse media. Dat rondje is zijn antwoord op hun vraag waar die voortdurende aanwas van voetbaltalent vandaan komt. Dat groeit en bloeit dus op al die veldjes verspreid over het hele land.

We beseffen het niet, zegt Kees Jansma, maar Nederland heeft een unieke voetbalcultuur. Al op jonge leeftijd kunnen de kinderen terecht bij clubs die alles te bieden hebben. Ze worden naar hun aanleg ingedeeld en de besten staan al meteen onder deskundige begeleiding.

Bij het verlaten van zijn woonplaats Doorn zegt Jansma: 'Dat heeft dus twee kanten. Je kunt zeggen: wij verwennen ons talent te veel. Alles is geregeld voor ze, inclusief schone kleedkamers en warme douches. Maar uit de doorstroming blijkt dat het resultaten heeft. Kijk naar de Clasies van nu. In Rotterdam staat weer een heel nieuwe generatie van straatvoetballertjes op.'

Onlangs bezocht Kees Jansma het complex van een tweede divisieclub in Alicante. 'Geen veld, geen begeleiding, he-le-maal niets. Wij zouden zeggen: een aggenebbisj zootje. En zo is het overal in het buitenland. De voorzieningen van een gemiddelde amateurclub zijn vaak niet te vergelijken bij wat je in andere landen ziet.'

Kees Jansma maakte deze reis door het Hollandse voetballandschap al met cameraploegen uit Amerika, Spanje en Oostenrijk. 'En allemaal kijken ze hun ogen uit', aldus de man die de mediazaken rond het Nederlands elftal regelt.

Het zal een uitje worden waarin de woorden fantastisch en formidabel worden uitgesproken, zoals een tv-commentator mooie doelpunten bewondert. De reis gaat van Doorn naar Alphen aan den Rijn, van de Utrechtse Heuvelrug naar het Groene Hart. Jansma noemt het zijn eigen garden route.

In Alphen aan den Rijn streek hij ooit neer met zijn eerste gezin. Zoon Raymond ging er op 7-jarige leeftijd voetballen bij de plaatselijke club Alphense Boys. Met zoon raakte ook vader betrokken bij het wel en wee van Alphense Boys. Dat is hij nu, 32 jaar later, nog altijd.

Nieuwe gezinsvorming leidde naar Doorn, waar zijn jongste zonen lid zijn van DEV. Ook hier is Kees Jansma een spin in het web. Hier begint dus ook zijn lesje Hollandse voetbalschool.

Bouwvakkers zijn druk bezig DEV met ingang van het nieuwe seizoen een nieuwe kantine te bezorgen. Het malse gras waarop de basisscholen van Doorn elkaar deze woensdag bestrijden, zal in september vervangen zijn door kunstgras. Het zijn volgens Kees Jansma de twee basisvoorwaarden om Doorn ook in de toekomst warm te houden voor voetbal. 'DEV is schattig, maar achterhaald.'

De romanticus in hem kan zwijmelen bij de mooie ligging van de voetbalvelden, maar de veroudering wint het van zijn verbeelding. In de huidige kantine is alles te vies om beet te pakken en de kleedkamers nodigen niet uit tot douchen.

Achterhoedegevecht

De eerste halte op weg naar Alphen is voetbalclub Jonathan uit Zeist, een voorbeeld van hoe het volgens hem moet. 'Kijk eens, het is half vier en moet je zien hoe druk het is.' De woorden fantastisch en formidabel rollen voor de eerste keer door de auto.

Jansma wijst naar de kunstgrasvelden, het clubgebouw en de veldjes die speciaal voor de jongste lichting voetballers zijn aangelegd. 'Dit vind ik echt hét voorbeeld van een niet eens zo gigantische club die veel leden heeft gewonnen door een serieuze aanpak. Kijk, overal verlichting.'

Dat is ook zoiets, verlichting. 'Voor ons is het normaal, maar ik weet nog goed dat we twee jaar geleden met het Nederlands elftal een Cruyff Court openden in een township van Johannesburg. Er was nog geld over en Bert van Marwijk opperde de mogelijkheid van verlichting. Dat vonden ze eerst onzin, maar in zo'n wijk is openbare verlichting heel belangrijk voor de sociale structuur.'

Dat is de tweede les die uit het aanschouwelijke onderwijs van Kees Jansma valt te trekken. Het verenigingsleven is het cement in een versplinterende samenleving.

We rijden langs het complex van Bunnik '73 en komen Utrecht binnen via de Laan van Maarschalkerweerd. Ruim een kilometer lang wordt het decor, links en rechts, gevormd door drukbezochte sportvelden van clubs als Kampong en Hercules. Dat eindigt pas bij het stadion van FC Utrecht.

Nieuw Galgenwaard is een stadion waar het voetbal wordt omzoomd door het zakenleven. Opnieuw komt de voetbalromantiek ter sprake. Het vorig weekeinde was Jansma met zijn echtgenote naar Londen. Eerst shoppen, daarna naar de Cupfinal in het nieuwe Wembley.

Hem hoef je niets te vertellen over het oude Wembley en de opeenstapeling van memorabele wedstrijden, maar bij mevrouw Jansma moet je daar niet mee aankomen. Die wil een schoon toilet, eten en drinken wat ze wil en een omgeving waarin ze zich veilig voelt. 'Dan kan ik wel zeggen dat het vroeger beter was, maar dat is het niet.'

Een soortgelijk verhaal gaat op voor kunstgras. Jansma begrijpt de antipathie. 'Alle jongens in het Nederlands elftal zweren ook bij echt gras.' Maar het is een achterhoedegevecht. De overgang naar nepgras is een niet te stuiten ontwikkeling. De huidige voetbaljeugd is er al helemaal aan gewend. Volgende generaties zullen niet beter weten.

Daarom ook dat hij er zich bij DEV zo hard voor heeft gemaakt. 'Ja, ik vind kunstgras een prioriteit, ook in tijden van bezuinigingen. Met kunstgras is je accommodatie het hele jaar te gebruiken.'

DEV zal in de nieuwe kantine onderdak bieden aan buitenschoolse opvang, zoals veel andere clubs al doen. Ook daarvoor is het kunstgras een welkome aanvulling. Maar is dat niet funest voor de positie van Nederland in de voetbaltop? 'Het is een internationale ontwikkeling. San Siro (stadion in Milaan, red.) gaat ook over op kunstgras omdat de grasmat niet goed te houden is door het intensieve gebruik. Kunstgras is een logische stap.'

Het is ook niet het eerste waarover zijn buitenlandse gasten zich verbazen op hun ontdekkingstocht door voetballand Holland. 'Wat ze ongelooflijk vinden, is dat je kinderen op een club kunt achterlaten bij één of twee geschoolde leiders. Voor ons is dat volstrekt normaal, maar dat is het dus niet.' Ook DEV gaat daarvoor geld vrijmaken. 'Als jongens bij ons in het eerste willen voetballen en ze hebben de ambitie om trainer te worden, gaan wij dat voor ze betalen.'

We zijn in Woerden beland en parkeren de auto voor de ingang van VEP. Ook hier een sportpark waar het aan niets ontbreekt. 'Dan vragen die buitenlanders: waar zijn we in godsnaam? In Woerden dus. Bij VEP, een kleine vereniging. Hiernaast speelt Sportlust '46, een hoofdklasser. Ik ben er laatst geweest. Nou jongen, je gelooft je ogen niet.'

Kees Jansma kreeg het voetbal en het bijbehorende verenigingsleven met de paplepel ingegoten. Toen zijn vader voorzitter werd van voetbalclub TONEGIDO in Voorburg, speelde het gezinsleven zich voor een belangrijk deel af op het sportcomplex. 'Hij zal een van de eersten zijn geweest die zei dat een sportclub de beste manier was om ellende te voorkomen.'

Later, toen die ellende zich had voltrokken en zijn zoon verenigingsman werd, kwam Jansma senior kijken bij Alphense Boys. 'Hij had een werelddag. Kinderen, kleinkinderen, mooi weer. Maar aan het eind van de dag zei hij: hoop buitenlanders hier. Ik zei: wel allemaal jongens die hier zijn geboren.'

Naarmate we dichter in de buurt van Alphen komen, verschuift het gespreksonderwerp van DEV naar Alphense Boys. Hebben ze in Doorn moeite het hoofd boven water te houden, in Alphen barsten ze van de ambitie. De club fungeert als een tussenstation naar het grote werk en is een magneet voor omringend talent. Dit jaar stappen zeventien talenten over naar een profclub. In de kantine hangt het shirt van Jens Toornstra, de bekendste leverantie aan het betaald voetbal.

DEV is een witte vereniging. Alphense Boys was dat ook toen Kees Jansma de kantine voor het eerst betrad, maar is dat allang al niet meer. De verkleuring gaat Jansma aan het hart.

Gajes

'Je kunt op je reet zitten en klagen over de verloedering, maar dat is de gemakkelijke weg. Ik ben er enorm mee bezig. Natuurlijk zit er gajes tussen, maar het is wel ons gajes. Ik heb ook altijd tegen de voorzitter gezegd: geen zalvende teksten, maar duidelijkheid scheppen. Dat is lastig.'

Net zo lastig is het om hun ouders bij de club te betrekken, zoals dat in autochtone gezinnen bijna vanzelfsprekend is. 'Je moet niet vergeten: wij zijn er in Nederland mee opgevoed. Zij niet.'

De reis gaat verder naar Bodegraven, naar ESTO en naar Rohda '76. Een herinnering komt boven. Liggend op het hoofdveld van Rohda sprak Jansma telefonisch met een vriendin over relatieproblemen. De vriendin is nu zijn echtgenote die weleens vraagt of het niet wat minder kan met Alphense Boys? Nee, dat kan het niet. 'Dit is mijn leven.'

Wat opvalt tijdens de rit: al die middelgrote gemeenten hebben drie of meer voetbalclubs. Ze spelen op sportparken waar de ene voetbalclub vaak grenst aan de andere. Veel van die verenigingen vinden hun oorsprong in een geloofsovertuiging die haar betekenis allang verloren heeft. Is samenvoeging een idee?

Kees Jansma vindt om financiële en organisatorische redenen van wel. Maar hij ondervindt in Alphen aan den Rijn hoe lastig het is zoiets aan de orde te stellen. Onlangs gooide de wethouder een balletje op over samenwerking tussen ARC en Alphense Boys, waarmee de weg naar betaald voetbal ingeslagen kon worden. 'Dat moet op een ledenvergadering besloten worden. Maar daar komen alleen de oudgedienden en die willen vasthouden aan hun eigen club.'

We passeren in Alphen aan den Rijn eerst het rood-zwart van ARC om Jansma's garden route te beëindigen bij het rood-wit van Alphense Boys. Het uitzicht wordt gedomineerd door een moskee. In de kantine zal Kees Jansma straks een gesprek hebben met een mogelijke versterking van het eerste elftal.

Voor het zover is, vertelt Kees Jansma nog even over zijn wekelijks ritueel met bondscoach Van Marwijk. Elke zondagavond sms'en ze met elkaar over de resultaten van hun club. Hoezeer ze allebei ook zijn opgenomen in de grote voetbalwereld, de kern ligt bij Alphense Boys en sv Meerssen.

'Voor de spelers van het Nederlands elftal heb ik laatst geregeld dat de regionale kranten worden bezorgd in het trainingskamp. Het eerste dat ze doen, is bladeren naar de sportpagina. Kijken hoe hun kluppie ervoor staat.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden