Een leger strijkstokken op buikhoogte Hongkong Chinese Orchestra voor het eerst in Nederland

Conservatieve musici in China moesten er lang niets van hebben: traditionele instrumenten in een op westerse leest geschoeid symfonie-orkest. Maar het Hongkong Chinese Orchestra experimenteert al twintig jaar met aangepaste harpen en herziene oeroude composities....

TOINE BERBERS

ALLEDAAGS TAFEREEL in doorsnee concertzaal: Vijfentachtig in avondkledij gestoken musici staan op en het publiek applaudiseert als de dirigent het podium betreedt. Hij heft zijn dirigeerstokje en het orkest zet in.

De eerste noten klinken evenwel verre van gewoon. Ze komen regelrecht uit China en doen denken aan de klassieke rolschilderingen op zijde, waar beekjes langs steile rotswanden en bamboebosjes kabbelen. Ook de instrumenten zien er bij nadere beschouwing allemaal anders uit dan hun Europese tegenhangers.

In het midden staan horizontale harpen op slanke poten. Klarinetten klinken schril en violen jankerig, ze worden ook anders vastgehouden en heten hier suona en erhu. Exotische snaar- en blaasinstrumenten roepen in de verte herinneringen op aan doedelzakken, mandolines en panfluiten. Het leger strijkstokken schuift heen en weer op buikhoogte en niet boven de schouder. Erhu's, gaohu's, en zhonghu's staan dan ook op schoot. Alleen de dirigent, die met heel zijn lichaam de toon zet, biedt het vertrouwde beeld.

Het Hongkong Chinese Orchestra is dan ook geen alledaags muziekgezelschap. Het is de vrucht van een gewaagd experiment in de geschiedenis van de Chinese klassieke muziek: het samenbrengen van traditionele instrumenten in een op westerse leest geschoeid symfonie-orkest.

Zondagavond zal dit fascinerende orkest, op initiatief van het Nieuw Ensemble en het Festival van Contrasten ter ere van het veertigjarig bestaan van de Erasmusprijs, voor het eerst in Europa spelen. Het Amsterdamse Concertgebouw staat dan de hele avond in het teken van het 'ultieme misverstand tussen Oost en West', waarbij het orkest onder meer samen met het Nieuw Ensemble een wereldpremière brengt van de Chinese componist Xu Shuya.

In ruim twintig jaar ontwikkelde het Hongkong Chinese Orchestra zich van een club van welwillende amateurs tot het professionele, kloppende hart van het Chinese muziekleven. Het orkest speelt voor volle zalen aangepaste stukken uit het verre verleden en laat eveneens nieuw werk componeren.

Hoe eenvoudig het concept ook lijkt, het idee om het rijke scala aan Chinese conventionele instrumenten in te zetten in een symfonie-orkest was uiterst controversieel. Dirigent Yan Huichang (45) glimlacht als hij terugdenkt aan de stortvloed van kritiek uit de begindagen van zijn orkest: 'Het was ketters en ongehoord. We verkrachtten duizenden jaren cultuur.'

Op de achtergrond klinken de tonen van Yans musici, die repeteren voor de Journey to the Netherlands. Het orkest heeft zijn vaste oefenruimte op de zevende verdieping van een markt-en kantoortoren, in de Hongkongse volkswijk Sheung Wan. De pre-tour concerts zijn de eerste zorg, want het orkest is mateloos populair in de havenstad en kan niet naar Nederland vliegen zonder trouwe fans een voorproefje te gunnen.

Reaching out to the city of windmills, staat te lezen in de kleurige promotiefolder. Het orkest is trots op de internationale erkening en het optreden in het Amsterdamse Concertgebouw, 'een van de vermaardste concertzalen ter wereld'.

'We hebben een lange weg afgelegd', zegt Yan, die het orkest sinds anderhalf jaar leidt. De doorbraak in het Westen, die onder zijn voorganger begon met optredens in Australië, Canada en de Verenigde Staten, is nu een feit.

Dit toont het ongelijk van de historici die bang waren dat de unieke Chinese klassieke muziek zou worden aangetast door westerse frivoliteiten. Conservatieve musici geloofden niet dat het mogelijk was het rijke scala aan instrumenten te combineren in één compositie, zonder de originele, klassieke muziek geweld aan te doen. 'De vaste bewonderaars voelden zich het meest op hun gemak bij ensembles in theehuizen', vertelt Yan.

Toch was het idee van een groot orkest niet nieuw. Door de eeuwen heen zijn er altijd keizers geweest die graag honderden musici verzamelden om verre gasten of courtisanes te imponeren. Hun muzikale arrangeurs hielden zich evenwel strikt aan bestaande scholastische principes en durfden nooit de verschillende instrumenttypen te mengen.

Pas in de jaren dertig werd de verandering ingeluid. Westerse bands traden voor het eerst op in de nachtclubs en concertzalen van het decadente Shanghai. Platenbonzen en studiodirecteuren roken geld en stimuleerden nieuwe trends waarin Amerikaanse jazz en Engelse music hall werden gemengd met oude Chinese melodieën. De eerste voorzichtige plannen om blaas-, strijk-, slag-, en tokkelinstumenten te combineren, werden geboren.

De communistische overwinning in 1949 betekende de doodsteek voor de wufte Shanghaise uitgaanswereld, maar de nieuwe machthebbers hadden wel interesse voor de mogelijkheden van de symfonie. Bovendien waren ze gek op volksmuziek; in de jaren vijftig ontstonden de eerste Chinese orkesten.

Het revolutionaire elan van die dagen sloeg ook over op de musici. 'Men was bereid grenzen te verleggen', zegt Yan. 'Veel musici vonden oude wetten en conventies knellend en wilden verder.' Assistenten brengen snel lijvige muziekboeken die zijn betoog kracht bij moeten zetten.

De pioniers moesten onoverkomelijke artistieke hobbels nemen. Want hoe combineer je instrumenten met volslagen verschillende toonbereiken? 'Het was een allegaartje', zegt Yan.

En hoe ontwikkel je een concertrepertoire uit oude, rechtlijnige klassieke melodieën? Met een samenraapsel van zeer uiteenlopende instrumenten? Componisten werden aangemoedigd hun fantasie de vrije loop te laten en sloegen aan het arrangeren. Ze putten uit de eigen rijke traditie, maar schroomden niet leentjebuur te spelen bij westerse collega's.

Waarbij steeds de vraag werd gesteld welke instrumenten nu wel of niet in het orkest moesten worden opgenomen. China's vele provincies hebben de meest uiteenlopende tokkelinstrumenten en schalmeien voortgebracht. 'Het aantal typen harp was duizelingwekkend', weet Yan. Wilde het idee van een orkest levensvatbaarheid krijgen, dan moest er een standaard gesteld worden.

De culturele revolutie maakte op het Chinese vasteland al snel een einde aan het experiment. Maar in het Brits geregeerde Hongkong en de afvallige provincie Taiwan ontstond een tegenbeweging: de oude waarden werden er juist in ere hersteld. Door de economische opbloei kwam er bovendien geld vrij voor de kunsten.

Met overheidssteun werd in Hongkong een vijftienkoppig kamergezelschap, dat in 1972 was begonnen met het vertolken van folkloristische deuntjes, nieuw leven ingeblazen. Vijf jaar later stond er het volwaardige Hongkong Chinese Orchestra, dat record aantallen bezoekers trok.

Tegelijkertijd onderwierpen historici en muzikanten het instrumentarium aan een grondige herziening. 'Het waren de juiste mensen op de juiste tijd en de juiste plek', zegt directeur William Yan (geen familie). Yan runt het orkest en speelt een belangrijke rol bij aanschaf en ontwikkeling van nieuwe instrumenten.

De twaalftoonsmuziek in het Westen vormde voor de Chinese musici een bron van inspiratie. De Oostenrijkse componist Arnold Schönberg bleek duizenden jaren eerder voorlopers te hebben gehad: musici die de Pingzhong, een twaalftonig klokkenspel, gebruikten aan het keizerlijke hof.

Maar niet alleen de geschiedenis, ook de instrumenten zelf werden 'herontdekt'. De musicologen schoven fretten, de ijzeren staafjes op de hals van snaarinstrumenten, net zolang heen en weer tot ze beter op elkaar waren afgestemd. Allerlei strijk- en tokkelinstrumenten kregen een tweede leven. Hun zijden snaren werden vervangen door met staal bekleed nylon. Er bleek een tekort aan lage tonen te zijn, dus ontwikkelde men alten en bassen. Om de hoge tonen in het orkest te versterken werd de yueqin, een soort mandoline, opgelapt. Zelfs houtsoorten werden aangepast. De enige direct-westerse inbreng werd de pauk.

Voor klassieke stukken halen de muzikanten nu nog wel eens de oude instrumenten tevoorschijn, maar omdat het orkest steeds meer nieuw werk wil spelen, moet er continu aan de instrumenten worden gesleuteld. 'We proberen de oorspronkelijke geest vast te houden, maar we moeten aanpassen', zegt dirigent Yan zonder spijt. Yan behoort tot de groeiende groep musici die enthousiast de nieuwe tijd heeft omarmd. 'De enorme mogelijkheden die een orkest biedt, verrijken onze muziek', zegt hij.

De Hongkongse experimenteerzucht waait over naar traditionelere orkesten in Peking, Shanghai, Taipei en Singapore. De Chinese instrumentmakers passen hun producten in overleg met de afnemers gewillig aan en doen hun voordeel met de opbloei. Yan waarschuwt dat ze voorlopig rekening moeten houden met nog meer vondsten. Zo is er net een nieuw ontwerp van de yangqin, een van de twee horizontale harpen, naar de fabriek gestuurd.

T OCH IS niet iederéén enthousiast over de snelle ontwikkelingen, geeft componist Chen Ning-chi toe. De kwaliteit van de musici steeg snel, maar de partituren die ze voorgeschoteld kregen, wilden nog wel eens tegenvallen. 'Er waren geen vaste regels of vormen. Het stond ieder vrij te laten zien wat hij wilde', zegt hij. De vraag naar nieuw repertoire was zo groot dat de kwaliteit er onder leed. 'De dialectiek leert ons dat succes gepaard gaat met mislukking', schrijft hij openhartig in een jubileumbundel.

Het westerse symfonie-orkest deed er vierhonderd jaar over voor alle instrumenten optimaal op elkaar waren afgestemd. 'Wij zijn pas veertig jaar bezig', zegt William Yan, de directeur, nederig. Toch sparen de componisten elkaar niet. In seminars discussiëren ze on-oosters openhartig over de kwaliteit van het afgeleverde opus.

Zo kreeg de componist Doming Lam vorig jaar zware kritiek op zijn bewerking van een oud stuk tot pianoconcert. 'Zo'n teer stuk voor zijde- en bamboe-ensembles mag niet ondoordacht worden opgesmukt', zei de eerbiedwaardige musicoloog Qin Pengzhang.

Lam, van wie in Nederland het gewaagde Herfstexecutie ten gehore wordt gebracht, voerde aan dat hij afgegaan was op een kokettere grammofoonversie uit de jaren dertig. 'Het ging mij om frank en vrije vrolijkheid.' Voor Qin het perfecte bewijs van oppervlakkigheid. De discussie is nog niet voorbij.

Hongkong Chinese Orchestra. Concertgebouw Amsterdam, 15 november, op de avond van het 'Ultieme Misverstand' tijdens het Festival van Contrasten. Met onder meer het Nieuw Ensemble, Fay Lovsky, en Joan Berkhemer.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden