Een leger in plaats van een put

Op 29 maart 1974 veranderde het leven van de analfabete boer Yang Zhi Fa volledig. Op de plek waar de Chinees een put wilde slaan, bleek zich in de bodem een wereldwonder te bevinden: de terracottakrijgers van Xi'an....

'Die waterput, die hebben we geslagen op een toevallige plek. Zoals boeren hier zo vaak een put slaan. En hier ziet u het resultaat van dat toeval. Het achtste wereldwonder. Ik kan het nog steeds niet geloven.' In zijn stoel achter de toonbank van de souvenirwinkel leunt Yang Zhi Fa achterover en neemt nog eens een trek aan zijn lange pijp.

Yang, gestoken in een simpel Mao-jasje, gaat weer aan het werk. Een toerist reikt hem een net gekocht boek aan. Voor de honderdduizendste keer zet hij zijn handtekening en een stempel. Het boek gaat uiteraard over Yangs eigen wereldwonder: de terracottakrijgers van Xi'an.

Hij wijst naar een foto waarop Bill Clinton naar hem staat te lachen. 'Er zijn hier zoveel belangrijke mensen geweest, ik kan ze me niet eens allemaal meer herinneren. Wie hebben we hier eigenlijk niet gehad? President Clinton heb ik een handtekening gegeven. De president van Mexico, de premier van Noorwegen. Ze zijn hier allemaal geweest.'

Voor een analfabete boer uit de provincie Shaanxi heeft de 66-jarige Yang Zhi Fa het ver gebracht. Eerst was hij soldaat, daarna wijdde hij zich dag in dag uit aan zijn rijst- en groenteplanten, zijn appel- en perenbomen. De dag die zijn leven veranderde, was 29 maart 1974.

Hij moet het verhaal al duizend keer hebben verteld. 'We waren bezig een put te graven. Op een gegeven moment haalde ik het hoofd van een krijger uit de grond. Daar was ik helemaal niet blij mee, want zoiets voorspelt ongeluk. Daarom hebben we dat hoofd maar weggegooid.'

Maar er kwamen nog meer rare brokstukken naar boven, te veel om te blijven doen alsof er niets was gebeurd. 'We hebben ze toen toch maar naar de autoriteiten gebracht. Al de dag daarop kwamen de archeologen een kijkje nemen.'

Zo is het begonnen. Na dat eerste hoofd werd een heel leger van terracotta opgegraven: 1087 levensgrote krijgers en 32 paarden, plus nog acht houten wagens. Tot nu toe is een terrein van tweeduizend vierkante meter onderzocht. Nog ruim tienduizend vierkante meter resteert. Voor zover bekend zitten daar zesduizend beelden in verborgen. Eind vorig jaar is vastgesteld dat de klei waaruit ze gemaakt zijn, afkomstig is van locaties op negen en zes kilometer.

Het ondergronds leger van Xi'an verdedigde zijn dode meester Qin Shi Huangdi ('Eerste Keizer van de Qin'), de naam die koning Ying Zheng aannam nadat hij in 221 voor Christus zijn laatste rivaal had verslagen en voor het eerst China had verenigd. De dynastieke naam Qin (spreek uit Tsjien) leeft voort in het Nederlandse woord China.

Als weinig anderen heeft de eerste keizer zijn stempel gedrukt op China. De grootste bewonderaar van deze fenomenale mensenslager leefde ruim tweeduizend jaar later: Mao Zedong. In Hero, de film die op het ogenblik in China alle kassarecords slaat, heeft regisseur Zhang Yimou een haast humane held van hem gemaakt.

De keizer deed alles om zijn rijk verenigd te houden. Hij verbond de bestaande defensiemuren tot de chang cheng (lange muur), nog altijd het woord voor de Chinese Muur. Hij unificeerde het schrift, maten en gewichten, het geld en de wielassen, legde een wegennet aan, wijzigde de bestuursstructuur en liet de confucianistische boeken verbranden en zevenhonderd geleerden levend begraven.

Zijn grootste zorg waren zijn postume glorie en veiligheid. Ruim 700 duizend arbeiders werkten 38 jaar lang aan zijn mausoleum, vergeleken waarmee dat van Mao op het Tiananmenplein een nietig stulpje is. Het is een immens ondergronds complex met het stratenplan van het oude Xi'an.

Zoals alle moderne Chinese steden is de miljoenenstad Xi'an een vervuilde en kakofonische hommage aan stijl- en karakterloosheid. Maar de herinnering aan de roemruchte, kosmopolitische tijden van weleer zijn nog niet uitgewist. Daarvan getuigen de stadsmuren, de tempels en torens, de musea en de levendige moslimwijk met zijn schitterende moskee in Chinese stijl, een van de grootste van China.

Tijdens de Tang-dynastie (618-907) werd Xi'an (Westvrede) onder de naam Chang'an (Lange vrede) de hoofdstad van China en de grootste stad van Azië, wellicht zelfs van de wereld. Hier kwam, getuige een fameuze inscriptie in het Provinciaal Museum, het Nestoriaanse christendom China binnen. En hier begon de Zijderoute naar het Midden-Oosten en Rome, de langste en gevaarlijkste handelsweg die de wereld ooit gekend heeft.

Op een halfuur rijden in oostelijke richting doemt mega-kitsch op. Een Sint-Pieter, een Piramide van Cheops en een Colossus van Rhodos doen het ergste vermoeden. Even ten zuiden van het gebergte Li Shan komt een piramidevormige heuvel in zicht. De basis is een vierhoek van ruim twee bij bijna één kilometer.

Een lange trap leidt steil omhoog. Kwetterende Chinese kinderen op schoolreisje hebben meer aandacht voor de vreemdelingen ('Tot nu toe heb ik een buitenlander alleen op tv gezien', bekent er een) dan voor de plek waar ze zich bevinden: het mausoleum van Qin Shi Huangdi. De heuvel, oorspronkelijk 115 meter hoog, is afgesleten tot 87 meter.

Op het terras op de top dient men zich naar de Li Shan-bergen te keren en een wens te doen. Vrouwen zetten hun rechter-, mannen hun linkerbeen vooruit, dan zal hun wens zeker worden verhoord. Ergens diep onder hen ligt de stichter van de eerste dynastie nog altijd onbereikbaar in zijn mausoleum, tenzij hij door grafrovers is bezocht.

Aan de voet van de heuvel zijn honderdduizend objecten opgegraven, maar het grootste deel van het terrein is nog niet onderzocht. En het graf zelf is niet geopend omdat de locatie nog steeds onzeker is. Binnenkort gaat men proberen het met sensoren op de grond en in vliegtuigen te lokaliseren.

Volgens een oude beschrijving ligt het graf vol schatten, waarvoor de grondstoffen kwamen uit de nabije goudmijn en jadegroeve. Ter oriëntatie van de keizer op zijn dodenreis is op het plafond een astronomische kaart aangebracht. De vloer bestaat uit een kaart van China's rivieren en meren, die zijn uitgevoerd in stromend kwik.

Automatische beveiligingen moesten grafrovers fataal worden. En opdat niemand de geheimen van de schatkamer zou verraden, werden al degenen die hadden meegewerkt aan de inrichting van het mausoleum levend begraven. De keizerlijke concubines die kinderloos waren gebleven, ondergingen hetzelfde lot.

Vlak naast de grafheuvel ligt een veld dat slechts weinig bezoekers weten te vinden. Daar staat een leger van vijfhonderd krijgers in slagorde opgesteld. Het zijn allemaal individuele persoonlijkheden, ieder met zijn eigen gelaatsuitdrukking en zijn eigen haardracht. De een heeft een krijgshaftige snor, de ander opgebonden haar met een grote gesp, een derde heeft een muts op.

De beelden zijn te koop voor tienduizend yuan per stuk. Het zijn levensechte kopieën van de echte krijgers, die anderhalve kilometer oostwaarts zijn gevonden, de kant waar de legers werden verwacht die de keizer in zijn mausoleum konden bedreigen.

Over de plek waar Yang Zhi Fa de eerste kop uit de grond haalde, is een enorme hal gebouwd, slechts te bereiken via een route langs honderden prullariatentjes. De eerste indruk is, hoe bekend de beelden ook zijn, overrompelend.

Daar staan ze dan in hun sleuven, de beroemde wachters van de keizer, herrezen na een vergeten bestaan van bijna 2200 jaar. De brokstukken van hun holle torso en massieve ledematen zijn aan elkaar gelijmd, hun hoofd staat weer beweegbaar op de romp. Ze staan er weer bij zoals vlak na de dood van hun keizer, toen ze in galerijen vijf meter onder de grond met wapens en al werden opgesteld.

Lang hebben ze destijds niet de wacht gehouden. Vier jaar na de dood van de keizer in 210 voor Christus werd het dode leger overvallen door levende krijgers, die de beelden kapot sloegen, zich meester maakten van hun wapens en hun verblijven in brand staken. De wapens gebruikten ze, ironie der ironieën, om een nieuwe keizer aan de macht te brengen, de eerste van de Han-dynastie.

Daarna hebben de vernielde beelden ruim twee millennia vergeten onder de grond gelegen. Een nieuwe vijand belaagt hen nu: het massatoerisme. De door de toeristen uitgewasemde dampen hebben de beelden met tal van schimmels overdekt. Een Belgische firma reinigt hen.

Sinds 1976 zijn op een grotere diepte in drie kamers de beelden gevonden van officieren en paarden. Dit hoofdwartier van het terracottaleger bevindt zich nu in een expositiehal. Ondanks het fotoverbod kan men zich tussen een paar beelden laten vereeuwigen. In de grote hal kan het verbod voor twintig euro worden overtreden, de prijs van een galafoto vlak voor de eerste rij krijgers.

In een derde opgravingscomplex, waar nog honderden brokstukken van krijgers en paarden liggen, zijn een paar pronkstukken tentoongesteld. Het mooist is een knielende boogschutter. Zijn lange haar is aan de linkerkant bijeengebonden, zodat het niet de boog in kan wapperen die hij met zijn rechterhand gespannen houdt.

Voor de schitterendste vondst is er een apart museum: twee bronzen koetsen, elk getrokken door vier paarden. In duizenden fragmenten werden ze vlak bij het mausoleum opgegraven. Na jaren werk zijn ze hersteld. Ze zijn elk op de helft van de ware grootte. Op de eerste wagen staat de menner onder een instelbare parasol. De tweede is de koets van de keizer. Het dak heeft de vorm van het schild van een schildpad, symbool voor een lang leven.

Alle schatten die tot nu toe zijn gevonden, vormen slechts een fractie van wat er nog onder de grond ligt. Men wil een gebied van zestig vierkante kilometer rond het mausoleum gaan onderzoeken met dezelfde sensortechniek als welke voor het lokaliseren van de grafstad zal worden gebruikt.

Iedere dag keert Yang Zhi Fa met twee andere ex-boeren terug naar de plek waar ze 28 jaar geleden een put wilden graven. Om zijn handtekening te kunnen zetten heeft de analfabeet Yang schrijfles gekregen. Het provinciaal toerismebureau verdient schatten aan het achtste wereldwonder en is van plan ermee naar de beurs te gaan. De ontdekker zelf is er niet rijk van geworden.

Yang verdient nog geen tachtig euro per maand, fooien niet inbegrepen. Zijn zoon is nog altijd de arme sloeber die hijzelf vroeger was: hij heeft geen vast werk en trekt van de ene plaats naar de andere. Toch is Yang zielsblij met de wending die zijn leven heeft genomen. 'Het enige dat ik wil, is doorgaan met wat ik nu doe. Dan ben ik gelukkig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.