EEN LEAGUE ZONDER VOETBALLERS

TWEE WEKEN geleden is de Noordamerikaanse profcompetitie van start gegaan. Om precies te zijn op vrijdag 1 juli. Op die dag speelden de regerende landskampioenen de Colorado Foxes thuis tegen de Los Angeles Salsa; de Montreal Impact ontving thuis de Toronto Rockets, en kreeg vier dagen later de Seattle Sounders...

Jazeker, ik heb het over profvoetbal, en ik maak geen grapje. De APSL, de American Professional Soccer League is aan zijn nieuwe competitie begonnen alsof er niets aan de hand is. Bij de spelers van de teams die naar dit kampioenschap dingen, zoeken we vergeefs naar de namen van Alexi Lalas, Eric Wynalda en Tony Meola. Want de APSL heeft niets te maken met Major League Soccer, MLS, de organisatie die volgend jaar geacht wordt een voetbalcompetitie van start te doen gaan die moet voortbouwen op de veronderstelde duurzame populariteit van de voetbalsport die door het morgen te beëindigen WK zal zijn gegenereerd. Maar als de voortekenen niet bedriegen zal er een kleine burgeroorlog nodig zijn om de lucht te klaren voor het zover is.

Om iets meer te begrijpen van deze merkwaardige situatie is het nodig de persoon van Alan Rothenberg te bekijken, de 55-jarige advocaat die als een spin in het web zit van de huidige en komende ontwikkelingen. Rothenberg is behalve voorzitter van de organisatie van deze World Cup ook President van de USSF, de United States Soccer Federation en voorzitter van MLS. Zijn persoon wordt als essentieel gezien voor het welslagen van een nieuwe, aansprekende competitie en daarom wordt het samengaan van al deze belangen, alsmede het feit dat hij aan dit WK en het succes van de gehele operatie een fortuin zal overhouden, niet alleen op de koop toe genomen, maar zelfs als wenselijk gezien.

Met zijn USSF-pet op kon Rothenberg dus bepalen dat voor de APSL slechts een eventuele functie als tweede divisie was weggelegd in de toekomst. Maar bij William de la Pena, de bebaarde voorzitter van de APSL, roept dit alleen nog maar meer strijdlust op.

'Op dit moment hebben wij de beste spelers in Amerika onder contract', zegt hij 'en het enige dat ik weet van de MLS is dat ze geen spelers hebben. Daarvoor zullen ze dus bij ons moeten aankloppen. Wij hebben stadions, contracten en een infrastructuur. De MLS moet dat allemaal nog maar eens van de grond zien te krijgen.'

De la Pena heeft gelijk: de MLS bestaat, ook als het WK voorbij is, alleen nog maar op papier. Voorzover de spelers van het verrassend tot de laatste zestien doorgedrongen Amerikaanse team niet in Europa onder contract staan lijkt een aantal door makelaars daarheen gelokt te gaan worden voordat in april '95 de MLS competitie van start moet gaan.

Rothenberg heeft met zijn organisatiestructuur een grote gok genomen door privéeigendom van de afzonderlijke clubs voorlopig niet toe te staan - en daarmee de absolute macht te houden over het te creëren 'product' (want laat daar geen misverstand over bestaan, dat is de term waarmee professioneel voetbal hier wordt aangeduid.) Rothenbergs MLS bepaalt in welke steden gespeeld zal gaan worden, en welke spelers waar onder contract zullen komen.

Zeven van de twaalf steden waar de nieuwe clubs zullen gaan spelen zijn nu aangewezen maar, zo zeggen de APSL functionarissen, verder is de MLS nog niets, 'een hoop rook zonder barbecue'.

De la Pena, een oogarts die zijn fortuin maakte met een nieuwe methode van staarbehandeling, is de eerste om toe te geven dat de toeschouwersaantallen bij de APSL wedstrijden matig zijn: de Los Angeles Salsa, waarvan hij de eigenaar is, trekt gemiddeld 5000 toeschouwers, een club als de Detroit Wheels zelden meer dan 2000. Geen cijfers waar sponsors en tv-stations van onder de indruk zullen zijn. Maar men hoopt gebruik te maken van de belangstelling die door het WK is opgeroepen.

Rothenberg is verstandig genoeg geweest om al voor het WK zijn World Cup Organisatie een lening van vijf miljoen dollar te laten verstrekken aan zijn MLS - een lening die niet hoeft te worden terugbetaald als de MLS niet van de grond komt. Het is dit soort financieel gegoochel dat ter discussie staat als hij volgende maand herkiesbaar is als president van de United States Soccer Federation.

Achter dit alles duikt steeds vaker de vraag op: wie is er eigenlijk werkelijk gebaat bij voetbal als big business, behalve Alan Rothenberg? Michael Hiestand, economisch redacteur van USA Today, was een van de eersten die hun twijfels op papier zetten.

'Voetbal als business bestaat niet in dit land - en laten we blij zijn. We hebben nog geen voetballers op de tv die reclame voor frisdrank of schoenen maken (ondertussen overigens wel, jd.) Geen spelers die in staking gaan voor hogere contracten. Geen eigenaars die hun teams naar een andere stad verhuizen omdat ze daar meer geld kunnen verdienen. Geen spelers die alleen nog maar handtekeningen uitdelen als ze ervoor betaald worden. De MLS wil ons dat allemaal wel brengen - en dat noemen ze dan vooruitgang. Als het voetbal geluk heeft, gaat de World Cup weer voorbij zoals ie begonnen is, en laat hij het voetbal achter met niets dan een grote toekomst als vrijetijdssport.'

Voor elke liefhebber die zich hierin kan vinden is er wel een die het er niet mee eens is. Zoals Paul Kennedy bijvoorbeeld, managingeditor van Soccer America, het enige serieuze voetbaltijdschrift dat Amerika rijk is: 'Als je als liefhebber niet alleen zelf wilt spelen maar als toeschouwer ook topvoetbal wilt zien dan is het natuurlijk onvermijdelijk dat er met grote budgetten gewerkt gaat worden. Anders kun je nooit met de Europese en Zuidamerikaanse clubs concurreren - en zul je dus nooit goeie spelers zien.'

Over de uitkomst van dat commerciële gevecht valt nog werkelijk helemaal niets met zekerheid te zeggen, al zijn de meeste geëformeerde waarnemers pessimistisch. Als het enig levensvatbare noemen sommigen het creëren van een competitie langs etnische lijnen, dus met teams van Italiaanse, Ierse, Mexicaanse en (waarom niet?) Nederlandse signatuur zoals die nu al in allerlei soorten en maten voor de amateurs bestaan.

Dit WK heeft aangetoond hoe ver het enthousiasme van Amerikanen met zo'n afkomst nog voor 'hun' teams kan gaan. Een eerste voorbeeld is overigens al gegeven door de Los Angeles Salsa, dat met ingang van volgend seizoen zal gaan meedraaien in de Mexicaanse competitie - uitgaand van de realistische visie dat Zuid-Californië in feite een stuk Mexico is.

Overal waar ik mijn oor te luisteren legde, blijft scepsis overheersen. Voor elke enthousiaste nieuwe liefhebber is er wel een die 'Soccer, Schmoccer' blijft zeggen. 'Ik kijk nog liever naar het financieel nieuwsoverzicht', aldus een tv-kijker. Seamus McFadden, voetbalcoach van de Universiteit van San Diego: 'Ik heb steeds gezegd dat voetbal binnen vijf jaar een enorme vlucht kan nemen - maar dat zeg ik al vijfentwintig jaar.' En sportcommentator Frank DeFord: 'Natuurlijk, er zijn zestien miljoen mensen in dit land die zelf voetballen. Er zijn er ook zeker zestien miljoen die zwemmen. Maar die gaan ook geen geld betalen om andere mensen te zien zwemmen.'

Misschien had die journalist van de Berliner Tageszeitung toch wel gelijk, die al na een week WK verklaarde: 'Professioneel voetbal beginnen in Amerika - dat staat gelijk aan het starten van een varkensfokkerij in Iran.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden