Een lastig en angstig joods jongetje

Het leven van de Hongaarse schrijver Károly Pap valt samen met de periode die voor de joodse gemeenschap van Hongarije hoopvol begon en eindigde in haar zo goed als volledige vernietiging....

De slinkende groep van orthodoxe joden zag geen heil in deze ontwikkeling. Emancipatie was volgens hen heidens bedrog dat zou eindigen in de verdwijning van het joodse volk in de 'smeltovens van de ballingschap'. De grootvader van Pap was zo'n orthodoxe jood, en hij kon niet weten hoe letterlijk zijn visioen werkelijkheid zou worden. Pap kwam in januari 1945 om in Bergen-Belsen. Zijn assimilatie, zijn onderscheiding in de Eerste Wereldoorlog, noch zijn bijdragen - romans, verhalen, toneelstukken en essays - aan de verrijking van de Hongaarse literatuur hebben hem tot Hongaar onder de Hongaren kunnen maken.

Wat er leefde onder de Hongaarse bevolking ten aanzien van de joden, werd in 1944 duidelijk. In geen enkel land in Oost-Europa voelden joden zich zo sterk verbonden met hun geboortegrond en hun taal als in Hongarije, nergens anders hebben hun landgenoten zo efficiënt meegewerkt aan hun uitroeiing.

Pap publiceerde zijn autobiografische roman Azarel in 1930. Hij kijkt daarin terug op zijn kinderjaren in een Hongaarse provinciestad. De kleine Gyuri Azarel is van jongs af aan in conflict met zijn omgeving. Voor nostalgie, vertedering of zelfs maar vergeving achteraf is geen plaats in deze herinneringen.

Pap beschrijft het innerlijke leven van het vroegrijpe, angstige jongetje dat door iedereen als lastig en zelfs als 'gek' wordt ervaren. De kleine Azarel stelt voortdurend vragen. Over het bestaan van God en over de vreugdeloze, enkel als plicht ervaren regels van het joodse geloof. Zijn vader, de liberale rabbijn van de stad, verbiedt hem zulke vragen te stellen en als dat niet helpt krijgt hij een pak slaag.

Zijn hart hunkert naar liefde, maar van zijn moeder krijgt hij niets dan spot en afwijzing, door zijn broer en zusje wordt hij uitgelachen, zijn klasgenoten mijden hem. Hij verlangt naar magie en betovering, maar de bomen spreken niet tot hem en de meubels gaan niet dansen op zijn verzoek. Als de kleine Gyuri buiten loopt, gooien de kinderen uit de arme buurt met stenen naar hem. Die kinderen zijn niet joods zoals hij, ze zijn arm en dragen vodden. Maar ze zijn allemaal flinker dan hij en hij begrijpt waarom hij belaagd wordt. Hij is immers anders. Laf en lui, een jood.

Hij loopt weg van huis en sjokt bedelend door de straten. Hij stelt zich voor om bij de christenen, in hun kerk onderdak te vragen, verlangend naar de warmte en de blijheid van hun geloof. Maar in werkelijkheid doet hij iets anders. Schreeuwend rent hij naar de synagoge en schreeuwend eist hij van God een bewijs van zijn bestaan.

Als hij na een lang ziekbed weer opstaat, kiest hij voor de weg van de minste weerstand. Hij berust in zijn lot en neemt zich voor alles te vergeten.

Wat hij ook wil vergeten is de 'Zwarte Grootvader', de orthodoxe jood Jeremiah die hem van de 'heidenen' wilde redden en opvoeden in de zuiverheid van de Leer. Als peuter woonde Gyuri bij hem, slapend op stro in een tent, vlak bij een met gras en kruiden overwoekerd kerkhof. Na de dood van de grootvader keert hij terug in zijn ouderlijk huis en droomt hij elke dag van hem, zijn boeken, zijn gebedskleed en de mysteries van de graven.

Voor een kinderziel is dit allemaal te veel. Een klein kind is niet in staat om te observeren en zijn gevoelens onder woorden te brengen op een manier zoals Gyuri dat doet. Pap heeft zijn prille alter ego opgezadeld met al het leed, de twijfels, de keuzes, de zelfhaat en de conflicten die een jood in het vooroorlogse Hongarije op zijn pad vond. Dat de lezer dit niet als ongeloofwaardig ervaart en Gyuri als een authentieke personage aanvaardt, komt door de knappe structuur. Telkens laat Pap de lezer op het juiste moment beseffen dat hij de herinneringen leest van een volwassene aan de nachtmerries uit zijn kinderjaren.

De stijl die Pap hanteert is direct en beeldend. Zijn taal, in de uitstekende vertaling van Györgyi Dandoy, doet denken aan de expressieve, groteske stijl van schilders uit de jaren dertig. Een kunstenaar als Georg Grosz zou de sombere wereld van de jongen Azarel als een beklemmend stripverhaal getekend kunnen hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden