Een lang weekeinde

REMCO CAMPERT

Een week geleden, 4 mei, las ik poëzie voor in het Amsterdamse Concertgebouw. Het Nederlands Kamerkoor zong. Ik was onder de indruk. Mijn gedichten voerden me terug naar de Tweede Wereldoorlog, die maar niet voorbij wil gaan, die ieder jaar meer aanwezig lijkt te zijn. Kranten, radio, televisie: de oorlog viel dagenlang niet te ontwijken. Met een zekere wellust, leek het wel, dompelen we ons erin onder, alsof in de meidagen heden en toekomst zijn opgeheven. Het verhaal wordt steeds nadrukkelijker verteld. Ieder jaar zijn er minder mensen, die de oorlog nog hebben meegemaakt. Goede verstaanders, die aan een half woord genoeg hebben, zijn er bijna niet meer.

Toen ik, na me van mijn ereplicht te hebben gekweten, van het gebouw met de lange en imposante traditie terug liep naar huis, op drie minuten afstand, voelde ik me opgelucht en bevrijd. Ik veroorloofde me zelfs een frivole zwaai met mijn wandelstok. Weg, sombere gedachten! Ik zocht het bed op en viel in slaap, uitgeput van het herdenken (Pim Fortuyn was er ook nog bijgekomen).

De volgende ochtend, 5 mei, werd ik opgehaald door een auto met chauffeur, die me naar een ander Concertgebouw zou brengen, het Concertgebouw van de stad Brugge, waarin een Poëzienacht was georganiseerd. Hier kon ik wat minder treurige poëzie voorlezen. In de auto nam ik de zaterdagkrant door. Ik las een interview met een 18-jarige acteur in de dop, die op zijn 15de in Utrecht een Gouden Kalf won voor zijn rol in een naar een boek gemaakte film. Of hij het boek had gelezen, werd hem gevraagd. 'Nee. Ik ben niet zo'n lezer. Ik houd gewoon niet van boeken', antwoordde hij. Geschokt door deze brute mededeling voelde ik, schrijver van boeken, een lichte verontwaardiging in me opkomen. Wat dacht die knaap wel?! Toen herinnerde ik mezelf op die leeftijd. Ik las wel, maar dat ik nu van boekenliefde brandde kan ik ook weer niet zeggen. Het grote verslinden kwam pas later.

En had ik 15 jaar oud een Gouden Kalf gewonnen? Nog geen blikken medaille van de pingpongclub. Het jeugdige filmwonder heeft een vriendin met wie hij al acht maanden is. Die 'heeft helemaal niks met toneel of kunst'. Dat vindt hij 'heel fijn'. Ik gaf het op om er verder over na te denken.

Het passeren van de Belgische grens ging ongemerkt voorbij. Ik had me intussen overgeleverd aan een berekening, waarvan de uitkomst aan de absurde kant was. Net als in Amsterdam was er voor mijn optreden in Brugge acht minuten uitgetrokken. Ik was er niet de enige dichter tijdens de Poëzienacht. Naar Brugge was het drieënhalf uur rijden. De volgende dag terug, na verblijf in een hotel en wat doelloos rondslenteren langs chocolaterieën en souvenirwinkels, vergeven van kantwerk, opnieuw drieënhalf uur. Als ik zondag 6 mei weer veilig mijn woonstad zou bereiken, was ik al met al bijna dertig uur van huis geweest om acht minuten poëzie voor te lezen. De berekening klopte zoals zelden een bus geklopt heeft, maar ik hield er het gevoel aan over dat ik mijn controle over de tijd verloren had en dat het nog wel even zou duren voor ik die weer terug kreeg.

Maar ach, wat is tijd? 'De tijd duurt één mens lang', schreef ik eens. Ik ben er nog. Ik heb de tijd. Daarvan maak ik gebruik om met vakantie te gaan, in de hoop u over een paar weken terug te zien.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden