Een lang geding, en het eind is niet in zicht

Een kort geding werd een lang geding. Jan Post, directeur van de Judo Bond Nederland, eind vorig jaar op non-actief gesteld door het bestuur van de Judo Bond Nederland, hoort volgende week woensdag of hij kan terugkeren op het bondsbureau van de JBN....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

UTRECHT

Het dossier is inmiddels buikdik, de faxen raakten in de file, de postbestellers kregen hernia en de zaak zelf werd alleen maar onoverzichtelijker. Het werd bovendien meer een fiscale dan juridische zaak. Een bondsbestuur kent zichzelf en de voorzitter een vrij te besteden representatiebudget toe. De bondsvoorzitter gebruikt dat om een bezoek aan een seksclub te betalen, de directeur maakt dat intern bekend en die directeur wordt vervolgens uit zijn functie ontheven. Hij had, ondanks een duidelijk verzoek vanuit het bondsparlement, zijn mond moeten houden.

Jan Post vond declaratiebonnen van Frans Hoogendijk, werd 'in paniek' opgebeld door de voorzitter, maakte fotocopieën en legde de oorspronkelijke bonnen terug in de map. Ja, Hoogendijk vergat in de drukte wel eens wat, zei hij gisteren, zijn tas bijvoorbeeld. Zo kon Post een dossier opbouwen, insinueerde hij.

Post daarentegen zegt dat hij Hoogendijk voortdurend ondersteunde. Hij wilde de tweevoudig wereldkampioene Irene de Kok aanstellen als pr-medewerker, maar zag daarvan af omdat Hoogendijk ertegen was. Maar toen de geruchten over oneigenlijk declareren en fraude steeds hardnekkiger werden, kon hij niet anders dan het verzoek om bewijsmateriaal te leveren, honoreren. En toen moest hij ook rapporteren dat de Judo Bond Nederland internationale reizen van Hoogendijk betaalde, die door de voorzitter ook nog eens werden gedeclareerd bij de Europese Judo Unie.

Hoogendijk zei gisteren, na afloop van de derde zitting in kort geding, dat hij zich geheel had gehouden aan het mandaat dat het JBN-bestuur hem verstrekte. Namelijk dat hij per jaar 18.000 gulden vrij te besteden had. Hij mocht dus ook naar een seksclub met leden van de EBU, hij mocht desnoods 'duizend ijsjes' kopen. Als hij maar bonnen kon overleggen.

Hoogendijk verdedigde zich verwoed: hij was in 1992 en 1993 zelfs ruim binnen het kader van de 18.000 gulden gebleven. Uit een vertrouwelijke reactie van Post op een verklarende brief die het JBN-bestuur naar de bondsraadsleden deed uitgaan, wordt echter gesteld dat Hoogendijk het niet uitgegeven bedrag opspaarde. In 1994 zou hij bijna 39.000 gulden hebben 'geconsumeerd'.

Duidelijk is dat de judobond een fiscaal onaanvaardbare regeling heeft getroffen voor de representatiekosten. Het bestuur besloot zichzelf en de voorzitter een bedrag toe te kennen dat zonder mankeren zou worden uitbetaald. Als de bestuursleden maar wel de moeite namen ergens een bon vandaan te toveren. Die bonnen zaten aan het maandoverzicht vast en de bonnen waren plotseling verruild, toen Post de opdracht kreeg om de geruchten over fraude te verifiëren

Een uiterst zwak punt in Hoogendijks verweer na de derde Utrechtse zitting, was de specificatie van zijn declaraties. Zo had hij in 1992 een diner opgevoerd met vertegenwoordigers van het NOCNSF en het sponsorbureau Trefpunt. Directeur Van den Wall Bake bevestigde schriftelijk dat zo'n etentje nooit had plaatsgehad. Van den Wall Bake was zeer verbolgen.

Hoogendijk: 't Is al zo lang geleden, ik weet niet meer met wie ik gegeten heb. Misschien is het wel iemand anders geweest. Bovendien was het toen nog wennen aan de nieuwe vergoedingsregeling waartoe door het JBN-bestuur was besloten.'

Ook in derde termijn liepen de opvattingen over die regeling sterk uiteen. Directeur Post luisterde bandjes van oude notulen af en kon slechts concluderen dat onkosten alleen gedeclareerd mochten worden als ze gelieerd waren aan judo-activiteiten. Hoogendijk daarentegen zei dat hij met instemming van zijn medebestuursleden een vrij te besteden bedrag kreeg en dat als de fiscus niet akkoord ging of een neiging tot diep spitten kreeg, hij persoonijk eventuele inkomstenbelasting of boetes zou betalen. Maar binnen de regelgeving van de bond had hij zich nergens aan bezondigd.

Directeur Post bestreed dat. Hoogendijk zou 'dubbel' hebben gedeclareerd en de voorzitter had een bezoek aan een seksclub en andere obscure of kleine etablissementen in Rotterdam nooit vergoed mogen krijgen. Hoogendijk verzon maar wat, was Post's conclusie.

Het uit de hand gelopen conflict in de toch al geplaagde judobond, geeft vooral aan dat 'kleine' sporten, op zoek naar professionalisering, schipperen moeten, en desnoods konkelen. Het JBN-bestuur kende zichzelf onderling een onkosten-regeling toe, die fiscaal ondeugdelijk is maar waarvan de voorzitter kan zeggen: 'Ik ben binnen de afspraken gebleven.'

De vraag blijft, als er niets aan de hand is, waarom Post na 25 jaar dienstbetoon, waarvan de langste periode onbezoldigd, ontslagen moet worden. Vermoedelijk omdat hij fiscaal te relevante vragen stelde.

De Utrechtse rechtbankpresident heeft woensdag waarschijnlijk niet het laatste woord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden