Een lang en gelukkig leven vol schaakspelletjes

IN HET VERLEDEN moet soms geschoffeld worden. Bij gebrek aan beter, of omdat een oud verhaal een nieuwe jas verdient....

In Prinses Roosje verving Van Gestel de feeën door ooievaars, dieren die van oudsher aan de wieg staan van zwangerschap en bevalling. In dit goed gekozen beeld brengt de schrijver goed en kwaad samen. De pasgeboren Roosje wordt, anders dan Doornroosje, niet veroordeeld tot een eeuwigdurende slaap. De witte ooievaar probeert de vloek van haar zwarte zuster te verzachten: 'Sterven zal ze niet. Maar - niemand zal haar nog verstaan, zij zal niemand meer verstaan. Alleen een prins die op het juiste moment niet weet wat hij moet zeggen, zal de betovering kunnen verbreken.' Haar woorden hebben, zoals het hoort, voorspellende kracht. Op een onbewaakt ogenblik - want wie gekooid wordt, slaat zijn vleugels uit - prikt de verveelde Roosje zich aan de snavel van de zwarte ooievaar. Ze spreekt daarna 'het vreemdste taaltje dat ze ooit hadden gehoord'. Geen mens in de bonte parade prinsen die daarin verandering brengt.

Tòt een haveloze prins, die zichzelf ook nog dom vindt, op het moment suprême tot gestotter vervalt en daarmee de betovering doorbreekt. 'Praten is niet mijn sterkste kant', zegt hij. En Roosje antwoordt geheel verstaanbaar: 'Dat belooft wat.' Ze vertrekt en leidt, zo wordt gesuggereerd, in zijn land een lang, gelukkig leven vol schaakspelletjes die ze zo graag speelt. Daarmee is het verhaal nog niet ten einde. Het weinig eenduidige slotakkoord is voor Roosje's moeder, die met het vertrek van haar dochter haar laatste droom in rook ziet opgaan.

Prinses Roosje is een tamelijk onevenwichtig, maar ook mooi en gelaagd verhaal dat stof tot nadenken biedt - al is Peter van Gestel er geen moment op uit de lezer tot een moraal of conclusie te verleiden.

Voor wie toch horen en zien wil: Roosje is ten slotte gelukkig omdat ze doet wat haar hart haar ingeeft. Ze is heel wat ondernemender dan haar weifelende moeder, die na haar huwelijk het schaakbord opzij schoof en het leven leidde dat van haar werd verwacht. 'Vrouwen die nadenken', zegt haar echtgenoot, 'zijn niet mooi om te zien.' Zo kan Prinses Roosje tussen de regels door worden gelezen als een ruggesteun voor moderne moeders die hun dromen en verlangens niet moeten prijsgeven.

Peter van Hugten maakte tekeningen die de fijnzinnigheid van het verhaal op de proef lijken te stellen. Maffe vervormingen, vette lijnen en uitvergrote details kenmerken zijn illustraties, die met beperkte middelen sterke emoties oproepen. Voor een uitgeputte koning in de rozentuin heeft hij niet meer nodig dan een wirwar van blaadjes waarin het hoofdje van de vorst, met kroontje zonder tierelantijnen, nog net zichtbaar is.

Geen groter contrast denkbaar dan met de uiterst gedetailleerde, surrealistische prenten van Anthony Browne. De befaamde tekenaar, die onder andere Alice in Wonderland van nieuwe prenten voorzag, speelt het liefst visuele spelletjes met bizarre symboliek en ingewikkelde metamorfosen.

Hij is, zoals eerder verschenen prentenboeken overduidelijk aantonen, geobsedeerd door apen of liever: gorilla's. Geen wonder dus dat Browne ooit nog eens een boek zou maken over King Kong, de oervorm van zijn inspiratiebron.

In het mooi uitgegeven King Kong, een bewerking van de gelijknamige cult-film naar het verhaal van Edgar Wallace en Merian Cooper, leeft Browne zich zonder voorbehoud uit. De aap verschijnt als hamburger, als rots, als schaduw. Hij is in gevecht met een gevleugeld reptiel en het is altijd spectaculair om King Kong woest klauwend op het dak van het Empire State Building (legendarische scène uit de film) aan het werk te zien. Smartelijk is de prent waarop de gorilla, dolgedraaid en moegestreden, vol aanbidding zijn geliefde Ann aanschouwt, de actrice die door filmregisseur Carl Denham aan onverantwoorde risico's werd blootgesteld. Toch is King Kong geen meesterwerk geworden. Browne vergaloppeert zich. Zijn grenzeloze fascinatie voor de filmbeelden gaat met hem op de loop. Het verhaal dat hij bij zijn prenten schreef, is een weinig evenwichtige en ongeïnspireerde bewerking van de King Kong-geschiedenis en is in het beste geval een illustratie bij de prenten. Het klinkt allemaal nogal fantasieloos en plichtmatig. Browne maakt nadrukkelijk gewag van gegrauw en gesnauw en koude rillingen, maar het verhaal wil maar niet beklemmend worden. 'Het werd me de film wel', staat er ten overvloede. En: 'Allemensen! Wat een avontuur.'

Het lijkt alsof Browne verstrikt is geraakt in de door hem beoogde ingenieuze verstrengeling van film en werkelijkheid. Hij is, anders dan Peter van Gestel, vergeten dat de bewerking van een bestaand verhaal de magie nodig heeft die het verleden tenminste enigszins doet verbleken.

Cornald Maas

Peter van Gestel: Prinses Roosje.

Vanaf ongeveer acht jaar.

Moonpress; ¿ 17,50.

ISBN 90 74100 07 4.

Anthony Browne: King Kong.

Vanaf negen jaar.

Van Goor; ¿ 34,90.

ISBN 90 00 03013 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.