Een Landbouwgeneraal die de WAO ging doen

In 1992 doorstaat topambtenaar Tjibbe Joustra een politieke storm over zijn bewind op het ministerie van Landbouw, dat autoritair wordt genoemd....

nverstoorbaar als een Boedha Ozit Tjibbe Joustra (53) bij een van zijn spaarzame interviews, eind 2003, aan de vergadertafel van zijn voorzitterskamer. Niet overdadig ingericht, die kamer. De tafel, de bijbehorende stoelen en het bureau zijn, evenals de televisie, aangeschaft door zijn verre voorganger Flip Buurmeijer en meeverhuisd naar het nieuwe hoofdkantoor.

In de kamer staat wel een nieuw zitje: twee zetels en een ruime tweezitter. 'De hele inrichting heeft zesduizend euro gekost', vertelde Joustra eind vorig jaar.

Onaangedaan bleef hij onder alle onderzoeken naar de kosten van het nieuwe hoofdkantoor van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, UWV, de uitvoerder van WW en WAO. De gangen zouden met marmer zijn bekleed. 'Natuursteen', volgens Joustra. Zijn kenmerkende reactie op de reeks onderzoeken naar de kosten van het nieuwe hoofdkantoor: 'Ach, zo gaan die dingen.'

Hij is gevormd op het ministerie van Landbouw en Visserij. Na zijn studie rechten in Groningen werd hij in 1976 medewerker van de directie Juridische Zaken van dat ministerie. In 1984 werd hij directeur van de directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken én plaatsvervangend secretarisgeneraal. In 1987 werd hij, 36 jaar oud, de hoogste ambtenaar van Landbouw, secretaris-generaal, en bleef dat tot 2002.

Als topambtenaar was Joustra de constante factor op Landbouw.

Hij zag vijf ministers en een interim-FOTO manager komen en gaan, en overleefde een reeks politieke crises. Zelf speelde Joustra in 1992 een hoofdrol in zo'n crisis. Berichten over de bestuurscultuur op Landbouw – afluisterpraktijken en intimidaties – leiden tot een extern onderzoek. Oud-minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Smit schreef een vernietigend rapport over de autoritaire ambtelijke leiding. Joustra weerstond de roep om zijn vertrek. Hij werd er laconieker van en liet meer over aan ondergeschikten. En bleef nog tien jaar zitten.

In die laatste tien jaar coördineerde Joustra het beleid in de veecrises, eerst de varkenspest in 1997 en vervolgens de mond-en klauwzeer, MKZ, in 2001. En tussendoor was er de gekkekoeienziekte. Volgens Joustra ging het om veterinaire kwesties, waarin hij 'de generaal' was. Tijdens deze crises leerde hij Pieter Cloo kennen, de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees, RVV.

Begin 2001 gaf Joustra aan voor 'iets anders' in de markt te zijn. 'Niet een ander ministerie. Ach, als het maar gecompliceerd is, en hectisch, dan vind ik mijn weg wel', zei hij toen. Het werd het nationale Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, UWV, dat op 1 januari 2002 officieelvan start ging. Net voor de overstap probeerde hij nog vergeefs topman van de FAO te worden, de landbouw-en voedselorganisatie van de Verenigde Naties.

Landbouw was een strak georganiseerde club vergeleken bij de uitvoering van WW en WAO die Joustra aantrof. Voortvarend, zonder zich veel aan te trekken van de mores in de sector startte Joustra de sanering van het UWV. Voor de financiën, ICT en personeelszaken haalde hij Pieter Cloo binnen. 'Samen de MKZ gedaan, nu doen ze samen de WAO', heette het bij het UWV.

Het leek onbegonnen werk. Bij zijn aantreden vond Joustra zes aparte organisaties, die tot één uitvoeringsorganisatie moesten worden gesmeed. Daarnaast moest de winkel open blijven: premies moesten gei¿nd, uitkeringen betaald. Tegelijkertijd mocht Joustra zich niet mengen in de Haagse discussie over de toekomst van de WAO – privatiseren of niet – maar moest hij wel gegevens aanleveren.

En de winkel bleef open: wonder boven wonder, want het aantal WW-aanvragen liep rap op. Voortvarend begon Joustra een reorganisatie waarbij zesduizend van de 22 duizend banen vervielen. Computersystemen worden compatibel gemaakt of vervangen. En de 176 kantoren worden opgegeven voor 18 vestigingen.

Dat vestigingsbeleid lijkt, met de daarmee gepaard gaande verbouwingen, een achilleshiel te zijn. Voor Joustra is Haagse luxe gebruikelijk, maar in de sociale zekerheid is dat not done. Zo is het voor een minister of een topambtenaar in Den Haag normaal een kamerheer te hebben. Ondenkbaar in de sociale zekerheid; eenvoud troef.

Maar gesterkt door hun ervaring met politieke crises verwachtten Joustra en Cloo dat ook deze storm wel overwaait. Politiek gezien is Landbouw echter een ministerie van de periferie, vergeleken met de open zenuw die sociale zekerheid heet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden