Een land in schrikbarend verval

Er stond een indrukwekkende reportage uit Pakistan in The New York Times: het verslag van een treinreis door een deel van het land. Die reis was een goede ingeving van de auteur, want de Pakistaanse spoorwegen zijn een metafoor voor de toestand van het land. Die toestand is in twee woorden samen te vatten: schrikbarend verval.


De spoorwegen waren ooit de trots van Pakistan en vormden het snoer dat de in 1947 onafhankelijk geworden natie aaneenreeg. Het netwerk had een totale lengte van zo'n zevenduizend kilometer, waarover vijfhonderd locomotieven denderden. Nu liggen grote stukken van het spoorwegnet er ongebruikt bij. Van de vijfhonderd locomotieven zijn er hoogstens nog 150 in bedrijf. De meeste conducteurs lopen rond in versleten uniformen. De wagons zijn stoffig en vuil, ze piepen en kraken. Er is zelden air-conditioning. Vertragingen van vele uren zijn aan de orde van de dag.


In het station van het stadje Ruk, dat vroeger fungeerde als kruispunt van twee grote spoorlijnen, is al een half jaar geen trein meer gestopt. Bezuinigingen. Het perron is het domein van waterbuffels. Ook de beroemde Khyber Mail, de door Paul Theroux bezongen treinverbinding van Peshawar naar de Khyberpas, vertoont een desolate aanblik. Herstel heeft geen zin, want het gebied is te onveilig geworden om doorheen te reizen.


Bijna overal waar NYT-verslaggever Declan Walsh uit de trein stapt, ziet hij de gevolgen van het wanbestuur waarvan de Pakistaanse bevolking al zo lang te lijden heeft. Hij bezoekt steden waar de elektriciteit om de haverklap uitvalt, vaak urenlang. Hij komt langs peperdure golfclubs die worden gerund door ex-politici en oud-militairen en die zijn gelegen op land dat de staat voor een habbekrats aan hen heeft verkocht. Hij vertelt het verhaal van Ghulam Ahmed Bilour, de vroegere minister van Transport die ervan wordt verdacht dat hij grote sommen geld, bestemd voor verbetering van de spoorwegen, heeft 'omgeleid' naar andere bestemmingen, die hem en zijn aanhangers direct voordeel opleverden. Dezelfde Bilour die van zich deed spreken vanwege de riante beloning die hij uitloofde voor het vermoorden van de maker van de anti-islamitische videofilm die vorig jaar zoveel ophef veroorzaakte in de moslimwereld; een frappante zet van een man die zelf onder vuur van de Taliban was komen liggen omdat hij ook eigenaar is van bioscopen in Peshawar waar 'onzedelijke' films werden vertoond (kritiek die vervolgens verstomde).


Wat de NYT-reportage extra saillant maakt, is dat ze in druk verschijnt kort na de Pakistaanse verkiezingen, die allerwegen zijn begroet als een bescheiden maar bemoedigend teken dat een meerderheid van de Pakistanen zich niet laat ringeloren door de extremisten en fanatici die zich zo vaak roeren, en dat er wel degelijk sprake is van een rudimentaire democratische wil. En inderdaad: in de Pakistaanse context gezien, is het geen kleinigheid dat er voor het eerst een vreedzame overdracht van de macht heeft plaatsgevonden - tenminste als je bereid bent om de ordeverstoringen, de ontvoeringen en de 130 doden tijdens de campagne door de vingers te zien. Maar betekent dit ook dat er nu echt een betere toekomst gloort voor Pakistan?


In hun veelbesproken boek Why Nations Fail betogen Daron Acemoglu en James Robinson dat instituties bepalend zijn voor de mate van welvaart van een land. Naties floreren als ze 'inclusieve' politieke en economische instituties ontwikkelen, die de burgers verzekeren van gelijkheid voor de wet, eigendomsrechten waarborgen en zorgen voor eerlijke concurrentie. Dit in tegenstelling tot 'parasitaire' (extractive) instituties die macht en ondernemingskansen in de handen leggen van een selecte groep. In het laatste geval kan er, onder gunstige omstandigheden, wel sprake zijn van economische groei, maar die zal niet duurzaam zijn.


Je kunt je afvragen of het economisch succes van China daarmee volledig recht wordt gedaan, maar dat doet hier niet ter zake. Het gaat om Pakistan, dat inderdaad een schreeuwend gebrek heeft aan inclusieve instituties. Dat is in hoge mate te wijten aan een elite die ruim baan heeft gegeven aan patronage, zelfverrijking en corruptie; een elite die niet alleen de spoorwegen, maar ook het onderwijs ernstig heeft verwaarloosd, en die ook nog eens is behept met een obsessief wantrouwen jegens India en het Westen (waar velen hun opleiding hebben genoten en dat wel goed genoeg is om in ruime mate hulpgelden te verstrekken). Het valt zeer te betwijfelen of de nieuwe premier Nawaz Sharif - die zo zeer is geworteld in het huidige systeem en die zijn politieke debuut maakte onder de hoede van dictator Zia ul-Haq - de man is die een heuse kentering teweeg zal brengen.


Wrange noot: nog voordat zijn stuk werd gepubliceerd, is verslaggever Walsh door de Pakistaanse regering het land uitgewezen. Wegens 'ongewenste activiteiten'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden