Vier vragenzelfdodingsmiddel

Een laatste pil of mantelzorg? Commissie trekt het debat nog niet uit de loopgraven

De adviescommissie Van Wijngaarden presenteerde donderdag haar onderzoeksresultaten naar de maatschappelijke behoefte aan een zelfdodingsmiddel voor ouderen met een doodswens. Maar die resultaten brengen niet meteen het politieke antwoord dichterbij op de vraag of zo’n middel moet worden gelegaliseerd. Vier vragen over een complexe en precaire kwestie.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Hoe groot is de doelgroep? 

Dat is een kwestie van afpellen. De commissie baseert zich op een ‘representatieve steekproef’ onder 21.294 burgers en definieert ouderen als 55-plussers, dat zijn 5,6 miljoen mensen. Binnen die groep gaat het om mensen die niet ernstig ziek zijn maar wel een ‘persistente doodswens’ hebben. Dat zijn er volgens de commissie zo’n 76 duizend. Daarvan heeft ruim de helft, 43 duizend, een ‘actieve doodswens’. Zij hebben zelfdoding overwogen, een behandelverbod bij ziekte of ongeval opgesteld of informatie verzameld. Van deze groep willen zo’n 10 duizend mensen daadwerkelijk levensbeëindiging of hulp daarbij. Dat is 0,18 procent van de totale groep 55-plussers.

De commissie splitst deze groep ook weer op in drie leeftijdsgroepen. Van Wijngaarden noemt het opmerkelijk dat juist de jongste groep (55-65 jaar) met 44 procent het grootst is, maar de commissie weet niet wat daarvan de oorzaak is.

Wat zijn de symptomen?

De groep die levensbeëindiging wenst zonder ernstig ziek te zijn, is divers. Toch ziet Van Wijngaarden een reeks opvallende kenmerken. Tweederde van de groep is vrouw. De helft woont alleen. Het overgrote deel, 85 procent, heeft kinderen. Tweederde woont in de stad. En er zijn uiteenlopende factoren die de doodswens versterken. ‘Piekeren’ is de sterkste factor. Die noemt 81 procent, gevolgd door ‘aftakeling’ (61 procent) en eenzaamheid (56 procent).

De commissie heeft ook 34 gesprekken gevoerd met mensen die zich herkenden in de omschrijving: ‘Ik ervaar geen toekomstperspectief, ik verlang naar de dood, en ik ben niet ernstig ziek’. De doodswens is volgens de commissie ‘vooral een innerlijke dialoog’. Daaruit komt een reeks grijstinten tevoorschijn met veel ambivalentie. 

Een van de vele citaten die de commissie noteert: ‘Die pil hoef ik niet nu, maar ik kan mij voorstellen dat ik hem in een toekomstige situatie wel wil. Ik realiseer me ook hoe moeilijk dat ligt. Kijk, ik heb weleens dat ik me drie dagen achter elkaar depressief voel. Maar dan gebeurt er vaak iets waardoor het leven in één keer weer veel mooier wordt. En dan verdwijnt die depressiviteit weer. Veronderstel dat ik een zelfdodingspil zou hebben, dan zou ik die pil in die drie dagen misschien wel gebruiken. Maar als ik een paar dagen later weer in een hemelse stemming zou zijn, dan zou ik daar spijt van kunnen hebben. Welk moment pak je?’ 

Een andere deelnemer: ‘Nu ik de zelfdodingsmiddelen in huis heb, krijg ik gewoon weer een beetje zin in het leven.’ De beschikking over een middel levert volgens de commissie ook nieuwe, persoonlijke dilemma’s op, zoals de vragen ‘wat is het juiste tijdstip, hoe weet ik zeker dat de poging slaagt en wat betekent het voor mijn naasten?’ De doodswens blijkt complex en veranderlijk, concludeert de commissie

Wat adviseert de commissie ?

De commissie komt niet met concrete adviezen maar met ‘aandachtspunten voor beleid’. Dat moet gericht zijn op een ‘heterogene groep’ (wat betreft geslacht, leeftijd, sociaal-economische klasse, gezondheid en sociale situatie), met ingewikkelde problematiek op allerlei gebieden. De ambivalentie bij de doodswens krijgt de nadruk: ‘Het verdient aandacht dat mensen heel verschillende dingen kunnen bedoelen als ze een doodswens uiten.’

Samenvattend ziet de commissie wel ‘veel behoefte’ om te kunnen beschikken over een zelfdodingsmiddel. De commissie noemt ook een juridisch dilemma: misbruik moet worden uitgesloten. Van Wijngaarden wijst op ‘de staatsverplichting tot bescherming van kwetsbare personen’: mensen die nu al vrezen dat zij anderen tot last zijn, mogen daarin niet verder worden bevestigd. 

Hoe nu verder ?

Uit de eerste politieke reacties bleek donderdag dat dit advies zowel voorstanders als tegenstanders van een Voltooid Leven-wet munitie geeft. De christelijke partijen blijven fel tegen een nieuwe, wettelijke regeling, terwijl de liberalen vasthouden aan hun wens om mensen met een stervenswens op een of andere manier tegemoet te komen. Voor D66-Kamerlid Pia Dijkstra is het duidelijk dat ‘er brede steun is voor eigen regie op een waardig levenseinde’. Een wetsvoorstel waaraan ze al werkte, gaat ze de komende weken verfijnen. ‘Daarna dien ik het in.’  

Het zal nog geruime tijd duren voordat dat wetsvoorstel zal worden behandeld. De kans is groot dat dat afhangt van de verkiezingsuitslag in maart 2021 en de samenstelling van de nieuwe Tweede Kamer. 

‘Hiermee hoef ik nooit van een arts afhankelijk te zijn’
De zogeheten zelfdodingspil is omstreden, maar onder ouderen is er zeker behoefte aan. Een van hen legt uit waarom hij ze in huis heeft én anderen helpt eraan te komen. ‘Het is een geruststelling.’

Langverwacht advies kust het debat over ‘voltooid leven’ wakker
Na tweeënhalf jaar regeren komt dé open zenuw in de regeringscoalitie van Rutte III donderdag weer bloot te liggen. In de kabinetsformatie spraken VVD, D66, CDA en ChristenUnie af dat ze het voorlopig niet meer over ‘voltooid leven’ zouden hebben: het was een te grote potentiële splijtzwam. Donderdag wordt het debat dan toch hervat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden