'Een laan is te veel eer voor haar'

In de Joodse gemeenschap is een zeventig jaar oude wond opengetrokken door de geplande vernoeming van een laan naar de dubieuze verzetsheldin Gezina van der Molen.

VAN ONZE VERSLAGGEVER SANDER VAN WALSUM

AMSTERDAM - 'We hádden al zoveel verloren. We waren letterlijk gedecimeerd. En nu moesten we ook nog onze kinderen afstaan aan christelijke pleegouders.' Bijna zeventig jaar na de oorlog kan Auschwitzoverlevende Bloeme Evers-Emden (87) er nog altijd niet bij dat oud-verzetsvrouw Gezina van der Molen Joodse weeskinderen hun identiteit wilde ontnemen door hen bij christenen - bij voorkeur van gereformeerde snit - onder te brengen. Van der Molen is daar ten dele in geslaagd. Als redster van zestig à tachtig Joodse kinderen tijdens de Duitse bezetting en als medeoprichter van het illegale Trouw genoot ze veel gezag - hetgeen de Nederlandse regering nog tijdens de oorlog tot uiting bracht met haar benoeming tot voorzitter van de Voogdijcommissie voor Oorlogspleegkinderen (OPK).

Voor Evers-Emden, die als psychologe verscheidene boeken heeft geschreven over de lotgevallen van ondergedoken kinderen, was het geen brandende kwestie meer. Ware het niet dat een nieuw aan te leggen laan in Aerdenhout (gemeente Bloemendaal) vernoemd zal worden naar Gezina van der Molen. Dat is, zegt Evers-Emden, toch echt te veel eer voor een godvruchtige vrouw die tijdens de oorlog het goede deed met de verkeerde motieven en die na de oorlog de terugkeer van Joodse kinderen in hun eigen cultuur met kracht heeft verhinderd.

Tegen het initiatief van de gemeente Bloemendaal, waar Van der Molen tot haar dood in 1978 woonde, hebben de Vereniging Joodse Oorlogskinderen (JOK) en de vereniging Joodse na-oorlogse generatie (Jonag) bezwaar aangetekend. JOK-voorzitter Peter Manasse (70) heeft er met de voltallige straatnaamcommissie over gesproken. 'Stuk voor stuk intelligente mensen', zegt hij. 'Twee van hen zijn verbonden aan de VU. Maar voor hen doet de opstelling van Van der Molen geen afbreuk aan haar verdiensten tijdens de oorlog.'

De gemeente stelt zich op het formele standpunt dat tegen 'bestuursrechtelijke besluiten', waar de naamgeving van een laan toe behoort, geen bezwaar kan worden gemaakt. Maar bij de fractie van GroenLinks in de Bloemendaalse gemeenteraad en bij de tweede man van de plaatselijke VVD - de dominante partij in de gemeente - nam Manasse enig begrip waar voor zijn standpunt. Hij heeft de hoop dat het onheil te elfder ure kan worden afgewend dus nog niet opgegeven.

Manasse zelf, die met zijn moeder 'in de onderduik' de oorlog overleefde, rekent zich overigens niet tot 'de slachtoffers van Gezina van der Molen'. Zijn moeder, die door de oorlog ernstig was getraumatiseerd, bracht hem in 1947 weliswaar onder bij een protestants-christelijk pleeggezin, 'maar dat werd geleid door een rechtvaardige vrouw'. Nog altijd kan hij elk gezang en elke psalm meezingen, maar hij heeft niet het gevoel een christelijke heropvoeding te hebben moeten ondergaan. Met zijn vroegere pleegmoeder is hij, tot haar dood, altijd innig bevriend gebleven. Met enkele van zijn negen (niet-Joodse) pleegbroers en -zussen heeft hij nog geregeld contact.'Ik beschouw hen als familie.'

'Buren hebben er ook een'

Volgens Evers-Emden, die voor haar deportatie naar Auschwitz in september 1944 op zestien onderduikadressen heeft verbleven, was Van der Molen weliswaar tamelijk extreem in haar opvattingen, maar was 'het redden van Joodse zieltjes' een vrij gangbaar motief voor met name protestants-christelijke Nederlanders om Joden op te nemen - al waren er ook mensen die, aldus Evers-Emden, 'een Joodje wilden hebben omdat de buren er ook een hadden'. In het algemeen viel Joden betrekkelijk weinig mededogen ten deel, ook niet toen de nazigruwelen langzaamaan bekend werden. 'Na de oorlog kwam ik op de Amstelkade een oud-klasgenoot tegen die had gehoord dat ik in Auschwitz was geweest. 'Dat was niet leuk hè?', zei hij slechts, om vervolgens te vertellen dat die rotmoffen zijn fiets hadden afgepakt. Ik zei: 'Goh, wat erg. Wat heb je toen gedaan?'

Bij Volksherstel, de belangrijkste organisatie voor maatschappelijk werk, kreeg ze 'een jurk in de perfecte kleurstelling': blauw-wit gestreept, net als de kampkleren die ze in Auschwitz had gedragen. 'Dat geschenk heb ik geweigerd. De gever noemde mij een ondankbaar nest.'

JOODSE KINDEREN NA OORLOG TOEGEWEZEN AAN GEREFORMEERDE GEZINNEN

De volkenrechtjurist Gezina van der Molen (1892-1978) heeft in 1943 vele tientallen Joodse baby's uit de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam gesmokkeld, waar Joden in afwachting van verder transport werden samengebracht. In hetzelfde jaar was ze betrokken bij de oprichting van verzetskrant Trouw. Er zijn straten naar haar vernoemd in Alphen aan den Rijn, Pijnacker, Spijkenisse, Coevorden en Enschede.

Na haar benoeming door de Nederlandse regering in ballingschap tot voorzitter van de Voogdijcommissie voor Oorlogskinderen (OPK) stelde Van der Molen zich op het standpunt dat Joodse ouders die hun kinderen tijdens de oorlog 'vrijwillig' hadden afgestaan uit de ouderlijke macht ontzet moesten worden. Dit voorstel werd na de oorlog weliswaar afgezwakt, maar nog steeds verkeerden Joodse voogden bij een geschil over de toewijzing van een Joods weeskind in het nadeel ten opzichte van niet-Joodse voogden.

Van der Molen betoogde in juli 1945: 'Onze Joodse kinderen zijn Nederlandse kinderen. Wie de kwestie der oorlogspleegkinderen beschouwt als een zuiver Joodse aangelegenheid, stelt zich op hetzelfde rassistische (sic!) standpunt waarop onze onderdrukkers stonden.' 'Jood' was voor haar een religieuze, geen culturele identiteit. De gereformeerde kerk zag Joden als het uitverkoren volk dat tot zijn bekering tot het christendom dwalende was.

Van de Joodse onderduikers vond ongeveer een kwart onderdak bij gereformeerde Nederlanders. In 1945 stonden bij de OPK 3.942 Joodse onderduikkinderen geregistreerd. Van hen keerden 1.902 terug naar hun ouder(s). Van de 1.004 kinderen over wier lot de OPK besliste, kwamen 403 onder niet-Joodse voogdij. Soms werden beslissingen ten gunste van een Joodse voogd gesaboteerd. Zo werd het Joodse weeskind Anneke Beekman (1940) heimelijk in een Belgisch klooster ondergebracht om haar voor toewijzing aan een Joodse voogd te behoeden.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden