Een krop ijsbergsla kost hier 13 euro

Afrika is niet langer het verloren continent. Het is dé plek om winst te maken. In de Angolese hoofdstad Luanda stuwt het oliegeld de prijzen omhoog.

Leuke klus: drie dagen naar Luanda, een paar standards spelen bij de opening van het hoofdkantoor van een of andere bank, zegt de Portugese jazz-saxofonist Ricardo Toscano, rechtstreeks ingevlogen uit Lissabon, net aangekomen in het hotel. Welke bank ook weer, vraagt hij medespeler João Frade, accordeonist. O ja, de Banco Espírito Santo, bank van de Heilige Geest, grappig. 'De Angolese president komt ook, schijnt het, spannend.' Muzikaal stelt het niets voor, maar het betaalt lekker.


Zo gaat dat in Angola anno 2012, boom-country. Geld in overvloed. De olie-inkomsten financieren de snelle economische groei, voor 2012 geschat op 9,7 procent. Er wordt in de hoofdstad Luanda gebouwd als een razende; de skyline gaat steeds meer lijken op die van New York, of misschien toepasselijker: die van Dubai.


Dat nieuwe bankgebouw van de Portugese Banco Espírito Santo is een elegante toren van 110 meter hoog, 25 etages met gewelfde witte gevels. Het nationale dagblad Jornal de Angola meldt dat de omzet sinds de vestiging in Luanda in 2003 honderd keer zo hoog is geworden: 8,8 miljard dollar; het personeelsbestand is gegroeid van 94 tot 584.


'Africa Rising', zette Time onlangs op de cover. The Economist was in het begin van het jaar al voorgegaan met een hoofdredactioneel excuus aan Afrika, door het zakenblad in de jaren negentig nog tot The Lost Continent omgedoopt. Helemaal verkeerd gezien, erkende The Economist: voor het internationale bedrijfsleven is Afrika dé plek om winst te maken de komende tien jaar.


Angola is zo'n onverwacht groeiwonder. Het land gold als een 'mislukte staat' bij uitstek, door de burgeroorlog tussen de regerende MPLA en de rebellen van Unita (1975-2002). Toen Unita-leider Jonas Savimbi was gedood, hield het bloedvergieten op en werd Unita een oppositiepartij. Nog steeds wordt Angola gezien als een 'fragiele staat', met een autoritair bewind, een slecht functionerende democratie, corruptie en vergaande verwevenheid van politieke machthebbers en het bedrijfsleven.


Gelikte showroom

De glorie en de pijn van het economische succes van Angola zijn in een oogopslag zichtbaar: pal naast gloednieuwe kantoortorens staan nog altijd de verloederde woonflats met vuilnis op de balkons en voor de deur. Porsche heeft een gelikte showroom met de nieuwste modellen in het centrum van Luanda; boven de façade rijst een vervallen en vieze woonflat op, met drogend wasgoed op de balkons.


Zo'n flat staat ook naast het prestigieuze hoofdkantoor van de staatsolieonderneming Sonangol in het centrum van de stad. De oliewinning blijft de economische groei opstuwen, maar de inkomensverschillen horen tot de grootste ter wereld.


Luanda is de op één na duurste stad voor expats, volgens de metingen van het internationale onderzoeksbureau Mercer - Tokio heeft Luanda dit jaar van de eerste plaats verdreven. De huren in Luanda zijn het hoogst ter wereld: Mercer komt met een gemiddelde van ruim 5.100 euro per maand voor een flatje met twee slaapkamers. Verder dragen de hoge prijzen voor een hamburgermaaltijd en spijkerbroeken bij aan de luxe-status.


De hoge huren zijn te wijten aan de expats uit de olie-industrie voor de kust, zegt agronoom Fernando Pacheco, die twintig jaar geleden de eerste Angolese niet-regeringsgebonden ontwikkelingsorganisatie ADRA oprichtte. Bij de oliewinning wordt zoveel geld verdiend dat alle prijzen zonder morren worden neergeteld. De afgelopen paar jaar wordt Angola overspoeld met buitenlandse zakenlieden die hun geluk komen beproeven, vooral in de bouwsector en bij de banken. Ze nemen het hoge prijspeil voor lief. Vrijwel alles wordt geïmporteerd, uit Portugal, Brazilië, Zuid-Afrika en Azië. Dat verklaart ook waarom de prijzen in de supermarkten beduidend hoger liggen dan in Nederland.


Een winkel in het centrum, Casa dos Frescos. Vers is het duurst: een krop ijsbergsla voor 13 euro, een pondje rode kool voor 7 euro, een komkommer: 4,50 euro. Een kuipje Becel kost er 5,50, zes flesjes Danone actimel: 9 euro. Een zakje Iglo diepvriestuinbonen: 3 euro. Maar ook in 'gewonere' winkeltjes zijn de blikken met bonen duurder dan in Nederland en bij een buurtbakker kost een bruinbrood 4,50 euro (een witbrood de helft).


Voor de grootste cultuuromslag in Angola - tijdens de burgeroorlog berucht om zijn lege winkels - moet je naar het winkelcentrum Belas, in de buurt van een nieuwe luxewoonwijk Luanda Sul (Luanda-Zuid). De kerstsfeer is er in volle commerciële hevigheid binnengedrongen. Bij een enorme kerstboom verdringen zich rijke Angolezen; een kerstman ontvangt winkelende gezinnetjes. Alle chique westerse modehuizen hebben er een pand; er zijn Japanse, Thaise en Mexicaanse restaurants. Dit jaar is ook de Kentucky Fried Chicken aan de overdekte binnenplaats neergestreken: goedkoopste hamburger 16 dollar (12 euro); volledige pakket met emmer patat: 50 dollar.


De welvaart is ook af te lezen aan het enorme aantal auto's: het hele centrum staat het grootste deel van de werkdagen vast - lopen is sneller. De benzine kost er 0,45 euro per liter, een auto is het statussymbool voor iedereen. Zelfs in de armoedige wijken staan soms luxe auto's naast een krotwoning.


Het is weekend: bij het vroegere slavenfort staat de parkeerplaats vol fourwheeldrives en andere opzichtige auto's. Bij het (gesloten) fort is niemand, de eigenaars van die auto's stappen onderaan het fort in motorbootjes die hen naar het eilandje Musulu zullen brengen; daar hebben de rijken hun buitenhuisjes en kunnen ze in de weekenden de drukte ontvluchten, naar cocktailparty's gaan en over de zee racen met hun jetski's en waterscooters.


De opmerkelijke economische activiteit wordt aangejaagd door een kleine groep superrijken met nauwe banden met de politiek of het leger: de familie van de president voorop. Dochter Isabel dos Santos is de rijkste zakenvrouw van het land; ze heeft geïnvesteerd in Braziliaanse en Portugese bedrijven, is mede-eigenaar van het Portugese mediaconcern Zon en heeft een flink aandeel in de Banco Espírito Santo.


Staat binnen de staat

De staatsoliemaatschappij, Sonangol, vormt een staat binnen een staat. Sonangol verstrekt alle licenties aan multinationals als ChevronTexaco, ExxonMobil, Total en Shell. Manuel Vicente was vele jaren de grote man van Sonangol en is sinds dit jaar de vice-president van het land. Hij bouwde een imperium op met investeringen in de bouw, het onderwijs en nog veel meer. Daarnaast zorgde hij, samen met twee oud-generaals, voor een eigen fortuin met zijn investeringsmaatschappij Grupo Aquattro International. Dat blijkt uit gegevens op de site Maka Angola van de onafhankelijke journalist Rafael Marques de Morais.


Het oude Luanda van de nooit afgemaakte flatgebouwen, verwaarlozing en kogelgaten uit de burgeroorlog wordt in hoog tempo verdrongen door de nieuwe weelde. De boulevard langs de baai in het centrum is voor 350 miljoen dollar opgeknapt en geschikt gemaakt voor de flanerende beau monde, de nieuwe rijke Angolezen en de vele buitenlanders die een graantje proberen mee te pikken van de groei.


De overheid laat kinderspeelplaatsen bouwen door Braziliaanse, Portugese of Chinese bouwbedrijven, ze laat straten fatsoeneren en ze legt gigantische nieuwe woonwijken aan met nette tot dure huizen.


Die huizen liggen echter buiten het financiële bereik van het gros van de bevolking. Internationale instellingen schatten dat tweederde van de Angolezen het met hooguit 2 dollar per dag moet doen. De Angolese regering beweert dat de armoede is teruggedrongen tot eenderde van de bevolking.


Die Angolezen wonen in de sloppenwijken, uitgestrekte, smerige oorden aan de rand van de stad. Maar ook in het centrum zijn open plekken volgebouwd met simpele huizen of krotten. Geleidelijk aan moeten die inwoners plaatsmaken voor een zoveelste projectontwikkelaar die zijn geluk gaat beproeven met de bouw van luxe appartementen of prestigieuze kantoorgebouwen.


Propaganda

Agronoom Pacheco: 'Het probleem met deze regering is dat ze alles van bovenaf oplegt. De machthebbers geloven in hun eigen propaganda dat in Luanda een flinke middenklasse groeit, maar die is er nauwelijks. In werkelijkheid is het een kleine bovenlaag van hoger opgeleiden die heel veel verdienen bij banken en buitenlandse bedrijven. Voor al die Angolezen zonder opleiding uit de provincie die de propaganda geloven en naar Luanda komen, is er geen werk, geen inkomen. De winkels zijn te duur voor hen; velen eten vooral maispap. Ze kunnen de nieuwe huizen in de zogenaamde sociale woningbouw niet betalen.'


30 kilometer buiten het stadscentrum ligt de gloednieuwe, door het Chinese bedrijf CITIC gebouwde modelwijk Kilamba Kiaxi. Het was het paradepaardje van de regering - president José Eduardo dos Santos leidde er elke hoge buitenlandse gast rond - maar is nu hét toonbeeld van de falende planning. Het goedkoopste appartement kost ongeveer 100 duizend euro: niet chic genoeg voor de superrijken, te duur voor de rest van de bevolking.


Kosten van de nieuwe stad: 2,7 miljard euro, aan China voldaan in olieconcessies. Sonangol beheert de nieuwe stad. Na een toegangspoort worden de wegen vierbaans, maar ze zijn leeg. De rondrit voert door een spookstad die ruimte biedt aan een half miljoen inwoners. Scholen, kinderspeelplaatsen, sportvelden parkeerterreinen, parken, de bedenkers achter de tekentafel hebben niets vergeten, maar waar zijn de bewoners? De flats zijn gegroepeerd in wijken met elk een eigen pastelkleur: zachtgroen, lichtblauw, roze; maar alleen in de gele wijk staan auto's op de ruime en keurige parkeerplaatsen.


Een jonge moeder stapt uit haar auto, twee kinderen op de achterbank. Ze wonen hier nog maar een paar dagen, zegt de vrouw (ze wil liever niet haar naam noemen), gelukkig wonen er in de gele wijk nu heel wat gezinnen. Het is heel anders, stiller dan in het centrum, waar ze eerst woonden. Veilig en beschermd is het hier wel en als de kinderen na de vakantie ook in Kilamba naar school gaan, hoeft ze niet meer elke dag in de file te staan.


Maar eerlijk gezegd was het niet haar keuze om naar Kilamba te verhuizen, zegt ze lachend. Het kwam door haar echtgenoot, die werkt bij het parlement: de werknemers kregen een gunstige koopregeling aangeboden. Er wordt elke maand een bedrag van het salaris ingehouden als een soort huurkoop; wat de prijs is van het huis ('drie slaapkamers, een woonkamer en twee badkamers') weet ze niet. Ze werden ingeloot, dus ze moesten verhuizen, eigenlijk zijn ze aangewezen. Gelukkig zijn er veel collega's ook naar deze flat verhuisd, met hun vrouwen en kinderen. Dat is dan wel weer gezellig, vindt de vrouw. 'We gaan er maar iets leuks van maken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden