Een koude vrede die steeds koeler is geworden

Israël onderhoudt al dertig jaar diplomatieke banden met Egypte. Maar de post Caïro is zo impopulair, dat het zoeken naar een nieuwe ambassadeur onlangs anderhalf jaar duurde....

Israël en Egypte consumeerden hun papieren vrede op 26 januari 1980 met het officieel aanknopen van diplomatieke betrekkingen. De toenadering was tot dan toe een exercitie aan onderhandelingstafels geweest. Met het openen van ambassades in Tel Aviv en Caïro kreeg de vrede zijn beslag in de echte wereld. Tot dan toe hadden Israëli’s en Egyptenaren elkaars vlaggen alleen op het slagveld gezien – in 1948, 1956, 1967 en 1973. Nu ineens wapperden ze aan zomaar een kantoorgevel om de hoek.

Het ligt voor de hand om op die symbolische gebeurtenis terug te blikken aan de hand van twee films – een Egyptische en een Israëlische.

De komedie Ambassade in het gebouw was, ondanks die wat slome titel, een kassucces in Egypte. Na veel geld in Dubai te hebben verdiend, keert een zakenman terug naar zijn huis in Caïro. Tot zijn schrik treft hij daar als zijn nieuwe buren de Israëlische ambassade aan. Voor de Egyptische toeschouwers hadden zijn pogingen om de diplomaten uit het pand weg te krijgen, het gewenste hilarische effect.

Niemand minder dan Abdel Imam, de superster van de komische Egyptische film, vertolkte de hoofdrol. Vanzelfsprekend liet hij een heel repertoire aan anti-Israëlische sentimenten de revue passeren, maar van antisemitische kwaadaardigheden was geen sprake. Filmcriticus Tarek El Shenawy ontwaarde in Ambassade in het gebouw dan ook een boodschap van het Egyptische regime aan zijn onderdanen: ‘Haat Israël niet, heb Israël niet lief, vergeet het allemaal gewoon.’

De Israëlische diplomaten in Caïro konden er de humor niet echt van inzien. Toch zagen ze vijf jaar geleden wat pluspunten. ‘Het is de eerste film die ik heb gezien waarin met de Israëlische ambassade wordt omgegaan als iets gewoons’, zei persattaché Jacob Setti destijds tegen The New York Times. ‘Ook laat de film de Israëlische ambassadeur zien als iemand die gewoon aan het werk is en Arabisch spreekt.’

Hier en daar gold Ambassade in het gebouw als een teken van het langzame opwarmen van de ‘koude vrede’ tussen Israël en Egypte. Toch is daar niet veel van terechtgekomen. Zeker, Israël leunt zwaar op Egyptische inspanningen om de in Gaza ontvoerde soldaat Gilad Shalit vrij te krijgen en om het Hamas-bestuur in de Palestijnse enclave af te knijpen. Maar dat komt vooral voort uit welbegrepen eigenbelang.

Minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman is persona non grata in Egypte, omdat hij als parlementariër heeft gezegd dat president Hosni Mubarak ‘naar de hel kan lopen’.

De post Caïro staat onder Israëlische ambassadeurs zo laag aangeschreven dat het onlangs liefst anderhalf jaar heeft geduurd voor een nieuwe diplomaat voor Egypte was gevonden.

De vrede tussen de buurlanden heeft altijd de trekken van een verstandshuwelijk gehad. Voor Israël was het belangrijk de omsingeling door Arabische landen te doorbreken, het zuidwestelijke front weg te nemen en op een normale manier toegang te krijgen tot de Arabische wereld.

Voor Egypte was het belangrijk de grote binnenlandse sociaal-economische problemen aan te pakken, niet langer permanent in staat van oorlog te verkeren en ruimhartige financiële steun van de Verenigde Staten te krijgen.

Maar dat alles heeft de argwaan en weerzin onder beide bevolkingen nauwelijks kunnen wegnemen. In de Israëlische succesfilm The Band’s Visit (2007) komt een Egyptisch politieorkest naar Israël om op te treden. De ontvangst is onvriendelijk en de Egyptenaren raken verdwaald. Wat volgt is een melancholieke schets van een eenzaam en naar binnen gekeerd Israël.

‘Toen ik kind was, keek ik met mijn ouders naar Egyptische films’, zei regisseur Eran Kolirin destijds. ‘Het was tamelijk normaal aan het begin van de jaren tachtig. Op het enige tv-kanaal dat Israël had, voelden we op vrijdagmiddag mee met de hartverscheurende pijn van Omar Sharif. Maar de Arabische films zijn allang verdwenen van onze geprivatiseerde televisie.’

De Egyptische censuur liet de film niet toe tot de bioscopen. Uiteindelijk is The Band’s Visit eenmalig in een hotel in Caïro vertoond. Na een jaar lang soebatten door de Israëlische ambassade.

Alex Burghoorn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden