'Een kosthuis en wat geld, meer willen ze niet'

Het gaat hem, laat dat duidelijk zijn, niet om de centen. Valentin Mocanu, een uit Boekarest afkomstige pingpongfreak, laat zich bij zijn streven om Roemeense tafeltennissters onder te brengen bij Nederlandse clubs vooral leiden door menslievendheid....

In de jongste editie van het bondsorgaan van de Nederlandse Tafeltennis Bond biedt ene Mocanu vanuit zijn woon- en verblijfplaats Venlo Roemeense tafeltennissters 'te koop' aan. Twee vrouwen, Gogorita en Zugravu, en een man, de ook buiten Roemenië niet onbekende Gheorghe. De vrouwen maken deel uit van de nationale selectie, die vorig jaar als derde eindigde bij de WK in Maleisië, de man mag pronken met de nationale seniorentitel.

Of Nederlandse clubs zo vriendelijk willen zijn zich per omgaande bij Mocanu te melden. Er was er maar een die aan de oproep gehoor gaf: de voorzitter van de ietwat schimmige eredivisieclub Lelystad United. Mocanu heeft het bange vermoeden dat het bij dat ene telefoontje blijven zal. En mokt en moppert dan ook dat Nederlandse clubs liever goede sier met spelers en speelsters uit China of andere buitengewesten dan met de kostelijke waar die hij in de aanbieding heeft. Het kost wat, een Chinese gastspeler, maar dan heb je ook wat in huis, redeneren de clubs. Maar dat valt, meent Mocanu, nog maar te bezien.

De geboren en getogen Roemeen wijst op het fiasco van De Treffers in de Europa Cup. Al in de kwartfinales legde de vrouwenploeg uit Klazienaveen het loodje, ook al was de equipe voor deze bijzondere gelegenheid versterkt met twee Chinese topspeelsters. Dat was, zo wil Mocanu maar gezegd hebben, nooit gebeurd met speelsters uit zijn stal. Die zijn nog niet verzadigd en willen maar al te graag vlammen voor een paar centen.

Valentin Mocanu was zelf ooit een tafeltennisser van formaat. In zijn jonge jaren maakte hij als speler van Polytechnica Boekarest deel uit van de nationale subtop en trainde zich suf om nog hoger te geraken in de hiërarchie. Totdat hij op 23-jarige leeftijd het lot in eigen hand nam en serieus overwoog zijn land, het land van Ceauscescu, te ontvluchten. Maar hoe? De grenzen zaten potdicht voor de gijzelaars van het Genie der Karpaten.

Op een goede dag besloot hij zich te verschansen in een D-trein met als tussenbestemming Wenen en Amsterdam als eindstation. Hij schroefde een luik open in een van de portalen en hield zich in een weinig comfortabele positie meer dan twintig uur schuil tussen de elektrische bedrading.

Altijd al had Valentin Mocanu gedroomd over vrijheid, over stappen in Amsterdam en flaneren in Parijs. 'Ik had een doel in het leven en dat doel heette: persoonlijke vrijheid. Ik woonde met mijn vader en moeder en mijn broer en zus redelijk comfortabel in Boekarest. Het leven was er zo verschrikkelijk slecht nog niet. Wat mij erg beviel was dat ik, omdat ik nu eenmaal vrij aardig pingpongen kon, niet zo vaak naar school hoefde. En toch wilde ik weg. Omdat ik niet de vrijheid had om te zeggen wat ik wilde zeggen en te leven zoals ik wilde leven. Ik wilde leven waar ik me veilig zou kunnen voelen, waar ik mijn mond open kon doen en waar het mogelijk was op de trein naar Parijs te stappen, als ik daar toevallig zin in had.'

Na de barre treinreis lonkte de vrijheid voor de verstekeling. Hij vroeg in het bureau Warmoesstraat asiel aan en kreeg van een dienstdoende diender, hij is er de man nu nog dankbaar voor, twee briefjes van honderd. Het was genoeg om in de rosse buurt een goedkoop hotelletje te vinden, de lege maag te vullen en daarna was er nog net genoeg over voor 'wat ander lekkers'.

De jonge vluchteling besloot zo snel mogelijk te integreren in de Nederlandse samenleving, als pingponger en als burger. Trainde dat de stukken eraf vlogen in het tafeltenniscentrum aan de voet van de Westertoren, volgde een trainerscursus bij de alom bekende celluloidvirtuoos Bob Lijesen, leerde de jeugd bij Tempo Team de fijnste kneepjes van het vak, werd lid van TSO in Purmerend en speelde voor clubs als Treffers in Wormer en ZTTC in Zaandam. En leerde tussen al die beslommeringen door Nederlands in woord en geschrift via een spoedcursus aan de VU.

Al gauw werd het Mocanu duidelijk dat het land waartoe hij zijn toevlucht had gezocht nou niet bepaald kon worden beschouwd als een toptafeltennisland. 'Het tafeltennis hier stelde maar weinig voor, zeker vergeleken met Roemenië. Eigenlijk was het helemaal niks, nul komma nul. De enige die het tafeltennis een beetje professioneel probeerde te beoefenen was Bettine Vriesekekoop. Voor haar heb ik dan ook altijd een diep respect gehad. Wat zij heeft gepresteerd, al die titels die ze heeft veroverd, eigenlijk zou het Nederlandse volk daar tot in lengte van dagen trots op moeten zijn. Haar respecteerde ik, de rest niet. Er werd en wordt maar wat aangeklooid.'

Mocanu dacht dat hij in Nederland de kost zou kunnen verdienen als tafeltennisser. Mooi niet dus. Daarom pakte hij van alles en nog wat aan. Verkocht exotische vissen, werkte in hotels. Dat schoot dus ook niet op.

Vijf jaar geleden keerde Valentin Mocanu naar zijn geboorteland terug. Om te werken als manager in een Nederlands bedrijf. Het ging hem voor de wind. Maakte carrière. Bracht het tot algemeen manager van een Nederlandse meubelfabriek. Het ging hem goed, zo goed dat hij anderen in zijn voorspoed wilde laten delen. Sponsorde voor tienduizend Duitse marken per seizoen de Roemeense vrouwenselectie, onder wie Emilia Ciosu, Michaela Steff en Otilia Badescu. Zijn (Nederlandse) baas belooofde hem de sterren van de hemel en, alsof dat niet voldoende was, ook nog eens aandelen in het bedrijf. Mocanu kreeg die sterren noch de aandelen. Wat hij wel kreeg was op een kwaaie dag de zak.

Mocanu keerde gedesillusioneerd en tamelijk berooid naar Nederland terug en deed op de dag van het grote vaarwel 'al die arme donders' de toezegging dat hij zou proberen hen bij Nederlandse clubs onder te brengen. Dat moest toch geen al te groot probleem zijn, want wat zou dat nou allemaal moeten kosten? 'Ze zijn buitengewoon bescheiden. Wat ze vragen is kost en inwoning en een beetje geld. Veel willen ze niet, met een gage van enkele honderden guldens per maand zouden ze al dolgelukkig zijn.'

En dan bedenkt Mocanu ineens dat die paar honderd gulden misschien wel een struikelblok zouden kunnen zijn in een land dat zuinigheid koestert als een deugd. 'Nederlanders willen altijd voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Het eerste wat ze mij vragen is: wat gaat ons dat kosten? Een volstrekt onbenullige vraag voor iemand die woont in wat misschien wel als het rijkste land ter wereld moet worden beschouwd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden