Een kortstondig verblijf op Twitter

Het vorige millennium was niet mijn millennium. Dat kreeg ik een paar jaar geleden tenminste te horen van een astroloog die een korte blik wierp op mijn horoscoop....

Op dit moment lijkt het wel alsof iedereen vliegende haast heeft het vorige millennium los te laten. Weg ermee! Nee, dit nieuwe millennium, dit is pas ons millennium! Dus weg met de postkoetsen, de regenten, de koningshuizen, de langzaam draaiende molens, de oude koeien en het oud papier.

Zo spoorde de vernieuwde website van het vernieuwde Vrij Nederland me in de geest van al deze vernieuwing aan snel de tweets van Stephen Fry te gaan lezen op Twitter. Omdat Fry de kunst verstaat ‘écht iets grappigs, zinvols of prikkelends te zeggen in 140 tekentjes’. En ik, in mijn haast op tijd te arriveren in het nieuwe millennium, spoedde me erheen, maar omdat er net niet zoveel grappigs, zinvols of prikkelends gebeurde, dwaalde ik af naar het wat langzamere weblog van Fry, waar hij me doorverwees naar een essay dat in het jaar 1891 was verschenen in de Pall Mall Gazette.

Zodat ik opeens gewoon weer een krant las uit de 19de eeuw. Niet de bedoeling. Maar wat was dat stuk van Oscar Wilde uit 1891 grappig, zinvol en prikkelend. En het opmerkelijkste was nog wel dat het essay, The Soul of Man Under Socialism, net zo goed vandaag geschreven had kunnen zijn. Zoveel verandert er nu ook weer niet in een eeuwwisseling of twee.

Terwijl filmster Stephen Fry er op zijn twitterpagina vrolijk op los kwetterde – ‘Hurrah for curry’ en ‘Poor old yfrog. Absolutely hopeless. Sorry about that’ – las ik eerst het lange essay van Wilde en toen nog eens het lange blogbericht van Fry zelf over de journalistiek en over de democratie van het internet. Zoveel is er nu ook weer niet veranderd in de laatste paar eeuwen, leek de belangrijkste conclusie van Fry.

‘In vroeger tijden had je de pijnbank,’ schreef Wilde. ‘Nu is er de pers.’ En Fry schreef dat je vroeger de pers had, en nu had je Twitter daar ook nog eens bovenop – het was niet helemaal zeker of je van vooruitgang kon spreken. ‘Is het twinternet nu de vijfde macht geworden? En zo ja, is het wel veilig in de handen van mensen zoals jij en ik? Vooral ik?’

De kop boven zijn blogbericht luidde ‘Polen, politesse en politiek in het Tijdperk van Twitter’ – Poles, Politeness and Politics in the Age of Twitter. In een vlaag van verstandsverbijstering had Fry tijdens een interview namelijk iets vreselijks gezegd over de rol van de Poolse burgers in de Holocaust. ‘Er tuimelden tijdens dat interview woorden uit mijn mond die zo idioot, onderontwikkeld en beledigend waren als je je maar kunt voorstellen. Ik bedoel, wat dacht ik wel niet? Wel, laat ik dit zeggen, ik dacht niet. ’

Niet nadenken: klein nadeel van snel praten. Maar omdat Fry de ongekroonde koning van de Britse tweet is, een opinieleider van betekenis, vendeldrager van het Nieuwe Twitterende Volksleger, werd zijn mening niet alleen serieus genomen, maar hem ook behoorlijk kwalijk genomen, zodat hij zich geschrokken moest verontschuldigen op het net. ‘Wie ben ik nu helemaal?’ En daar lag de kwestie van de democratie en de controlerende machten op tafel.

Was Fry, filmster met aanleg voor verstandverbijstering, wel de aangewezen man om invloed uit te oefenen op een stampende en steigerende kudde van negenhonderdveertienduizend volgelingen? ‘Wanneer een halve gare als Stephen Fry dat soort invloed kan uitoefenen’, hoorde hij de politieke partijen en de denktanks al zeggen, ‘Stel je dan eens voor wat wij kunnen bereiken met een goede Twitterstrategie.’

Want het was wel duidelijk dat de andere, traditionele machten bezig waren in te zakken. Dat de politiek en de pers, in hun wanhopige poging achter het volk aan te hollen, het volk al voor een groot deel waren kwijtgeraakt. Twitter zou de democratie in deze constellatie uitkomst kunnen bieden, maar de dienst leek vooral uitkomst en gevaar tegelijk.

Net op dat moment publiceerde in Nederland de schrijver P.F. Thomése een vlammend stuk tegen het Tijdperk van Twitter; tijdperk waarin de redeloosheid regeert, waarin iedereen praat en niemand luistert: ‘Schrijvers, bellers, sms’ers, chatteraars, twitteraars: allemaal kleine dictators.’ Maar met die analyse zou Fry het niet eens zijn. Integendeel. Vooralsnog wordt Twitter gedomineerd door bien pensants, vrije geesten met weldenkende meningen. Maar wat als die situatie verandert? Wat als allerlei griezels gaan oproepen tot agressie en geweld?

Twitter, schreef Fry, kan prima informeren, maar ook flink de plank misslaan. Twitter, leren de gebeurtenissen van de laatste tijd, kan het volk verzamelen tegen een dictator, maar de dictator ook in de kaart spelen; tweets kunnen signaleren dat er iets mis gaat – een vliegtuig stort neer, een dansfeest ontaardt in een veldslag – maar zonder persinformatie steek je van die berichten niet bijster veel op. Er verandert al met al niet veel in een millennium, concludeerde Fry. Ballades, gazettes, of tweets: ze kunnen elkaar niet vervangen. Je kunt slechts hopen dat ze allemaal bijdragen aan een betere manier om onszelf te regeren.

Maar wacht! Had ik hier eigenlijk niet willen schrijven over het essay van Oscar Wilde? Jawel, en dat zou ik ook hebben gedaan, als ik hier evenveel ruimte ter beschikking had gehad als Stephen Fry, de meester van de 140 tekentjes, op dat razendsnelle nieuwe medium van het web.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden