Opinie

'Een kortere werkweek maakt iedereen blij'

Bij een werkweek van 15 uur verdwijnen stress en arbeidsongeschiktheid als sneeuw voor de zon, schrijft socioloog Inge Varekamp.

Zakenmensen zitten in het zonnetje op de Zuidas. Beeld anp

Meer participeren op de arbeidsmarkt moeten we van de overheid. Langer doorwerken, meer uren in de week en meer mensen aan het werk. Waarom eigenlijk?

Op het eerste gezicht denk je dat de economische groei die dat oplevert de werklozen aan het werk gaat helpen, en misschien zijn er dan ook wat meer aardige werkgevers die een plaatsje hebben voor al die arbeidsgehandicapten. Maar steeds maar groeien en hard blijven werken, werkt dat op de lange termijn? Onze economie is geweldig gegroeid, ons gemiddeld inkomen per inwoner is sinds 1950 verviervoudigd. Geholpen voor de werkgelegenheid heeft het niet en of we daar veel gelukkiger van zijn geworden is de vraag. Daarbij is het aantal arbeidsongeschikten de afgelopen decennia erg toegenomen.

We stevenen af op een tweedeling op de arbeidsmarkt: steeds meer mensen staan aan de kant, en aan de werkers die overblijven worden steeds hogere eisen gesteld.

Niet aan de bak
De econoom Keynes voorspelde in 1930 dat in westerse landen door de technische vooruitgang en kapitaalaanwas de levensstandaard in honderd jaar zou vervier- tot achtvoudigen. We zouden dan genoeg hebben aan pakweg 15 uur per week werken. Wat betreft de economische groei klopte zijn voorspelling. Maar daarentegen zijn we wel íets minder gaan werken, zeker in Nederland met de traditie van parttime werk, maar lang niet zo veel minder als Keynes logisch en wenselijk leek. En zitten we momenteel met heel veel mensen die niet aan de bak komen.

 
Ook voor de ouderen die met het optrekken van de pensioenleeftijd langer door moeten werken wordt de kans groter dat ze met plezier in hun werk de eindstreep halen

De arbeidspsycholoog Paul de Beer bepleitte daarom een paar maanden geleden in De Groene Amsterdammer om de arbeidstijdverkorting weer van stal te halen. Dat is een goed begin. Vader en zoon Skidelsky, respectievelijk econoom en filosoof, doen in hun boek Hoeveel is genoeg? een pleidooi voor een verdergaand plan: de droom van Keynes waarmaken en naar een veel kortere werkweek gaan.

Het leuke van dat plan is dat het ook het probleem van de arbeidsongeschiktheid deels oplost. Veel mensen met een arbeidsbeperking kunnen het huidige tempo en de lange werkdagen, soms met lange reistijd erbij, niet volhouden, ze hebben een medische urenbeperking. Als de werkweek flink korter wordt, dan wordt het voor velen met een chronisch ziekte of handicap gemakkelijker om te blijven werken. Ook voor de ouderen die met het optrekken van de pensioenleeftijd langer door moeten werken wordt de kans groter dat ze met plezier in hun werk de eindstreep halen.

Onverzadigbaarheid
Waarom werken we eigenlijk niet al lang de 15 uur in de week die Keynes voor ogen stond? Skidelsky en zoon noemen twee factoren. De eerste is de onverzadigbaarheid, die een beetje aangeboren is aan de mensen, maar die ook door reclame wordt aangezwengeld.

Nieuwigheden, nog een colbertje en een paar laarzen, het blijft leuk, voor even in ieder geval. Maar het loopt soms de spuigaten uit. Als vrienden van me een huis kopen, dan bekruipt me wel eens enige gêne als ik de verbouwplannen aanhoor. Er moet dus altijd een nieuwe keuken in. Waarom, denk je dan, dit zit er zo te zien nog geen tien jaar in, niks mis mee. Maar ja, er moet een kookeiland middenin en er moet een speenvarken in de oven passen. Skidelsky en zoon wijzen op het relatieve aspect van rijkdom: het gaat er vooral om dat we het beter hebben dan de buren. Tegen dit gevoel van tekort helpt economische groei niet, want de buurman groeit mee. Wat in de praktijk wel blijkt te helpen is als het verschil met de buren niet zo groot is: in landen met meer inkomensgelijkheid bestaat veel minder drang om harder te werken en rijker te worden.

Daarmee komen we op de tweede factor die de Skidelsky's noemen. Een fors kortere werkweek gaat gepaard met een fors lager inkomen. Dat valt niet altijd mee; als WW'er merk ik dat netto een kwart minder inkomen slikken is.

Inkomensongelijkheid
Het gemiddelde inkomen is de afgelopen decennia toegenomen, maar sinds 1980 is ook de inkomensongelijkheid toegenomen. Het zijn vooral de rijksten die erop vooruit zijn gegaan. In Nederland zijn de inkomensverschillen minder groot dan in de VS en Engeland, maar nog steeds aanzienlijk. De 30 procent inwoners met de laagste inkomens ontvangen hier nu zo'n 16 procent van het totaal, de 30 procent aan de top ontvangen 48 procent van het totaal. Dat is drie maal zo veel. Daar kan best wat af.

Ofwel minderen die werkweek, en nivelleren. Ik begrijp ook wel dat dat niet een twee drie geregeld is. Maar op de lange termijn zijn de voordelen groter dan de nadelen en de verzorgingsstaat en het milieu varen er wel bij. Dus overheid en politici, laten we eens een andere kant op denken. Die bovenste 30 procent van de Nederlanders moeten vast wennen, laten we die consumindertherapie aanbieden.

Inge Varekamp is socioloog en onderzoeker op de terreinen arbeid en gezondheid.

 
Het gaat mensen er vooral om dat ze het beter hebben dan de buren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden