Een korte trip

Europeanen begrijpen het niet, maar Amerikanen zien de Grateful Dead als een heel belangrijke band. Toegegeven, de beginperiode bij Warner was meesterlijk....

Vlak voordat in november 1967 het eerste nummer van muziekkrant Rolling Stone verscheen, deed de politie van San Francisco een inval aan 710 Ashbury Street, waar popgroep de Grateful Dead woonde. Hun debuutalbum was nog geen mens buiten het Haight/Ashbury-kwartier opgevallen. 'De Dead' en Rolling Stone waren dus blij met elkaar: popgroep gearresteerd wegens marihuanabezit! Het verhaal kwam als geroepen, voor tijdschrift én band.

28 Jaar later, in 1995, wijdde Rolling Stone een nummer aan de dood van Grateful Dead-boegbeeld Jerry Garcia, die destijds overigens niet thuis was en de dans ontsprong. Zijn bebaarde tronie prijkte bijna even vaak op de cover van het blad als Lennon, Jagger en Dylan. 'In de rock-'n'-roll heb je eerst de muziek van de Grateful Dead', schreef redacteur David Fricke, 'en dan pas komt de rest.' In de Amerikaanse popcultuur is die stelling niet eens zo heel overdreven: je hebt Elvis, Beatles, Stones en Dylan - en vlak daarna komt de Grateful Dead.

Wij, Europeanen, vinden dat raar. We kennen natuurlijk het imposante leger 'Deadheads', dat blowend en trippend met de band meereisde en nog steeds op tournee is, al is Garcia dood en de band opgeheven. We kennen het urenlange instrumentale gedrens dat de optredens kenmerkte. Maar een album- of songtitel kunnen we nauwelijks noemen. We kijken met verbazing naar de Dead, zoals een Amerikaan naar een Europese voetbalwedstrijd die in 0-0 eindigt.

Ons beeld is gebaseerd op de jaren na 1973, het jaar waarin mede-oprichter en zanger Ron 'Pigpen' McKernan als eerste bandlid naar de knoppen ging, de rest van de groep het eigen label Grateful Dead Records oprichtte (later kwam de band bij Arista terecht) en de belangrijkste bandleden (Garcia, Bob Weir en Phil Lesh) het steeds drukker kregen met nevenprojecten.

Maar de échte Grateful Dead, die prachtige, spannende popmuziek maakte, stond daarvoor onder contract bij Warner Brothers. De schitterende cd-box The Golden Road (1965-1973) bevat de zes studioplaten en drie live-albums die de groep voor Warner opnam, plus een dubbelaar met opnamen uit de prehistorie, toen de groep nog The Warlocks heette. Dit is alles wat je van de Grateful Dead hoeft te weten. En genoeg om van mening te veranderen.

De Warner-periode bestaat grofweg uit drie fasen. In de eerste, de periode tot en met het in vier dagen opgenomen Dead-debuut (1967), imiteert de groep opzichtig The Byrds, compleet met 'jingle-jangle'-gitaren. Logisch dat het daarmee begon: Garcia was van origine bluegrass-banjospeler, Weir had ervaring als folkzanger.

Hallucinerender dan welke andere band ook werd het groepsgeluid pas op Anthem Of The Sun (1968) en Aoxomoxoa (1969), waarmee de band het psychedelische genre definieerde. Vooral het klassieke 'Anthem' is meesterlijk, zeker als je bedenkt dat de groep de plaat opnam met een viersporenrecorder. De vervreemdende geluidseffecten werden gecreëerd door eerder opgenomen live-versies van de songs door de studioversies heen te laten klinken.

Op 'Anthem' werd voor het eerst geëxperimenteerd met wat jarenlang een van de handelsmerken van de band zou zijn: twee tegen elkaar in roffelende drummers, Bill Kreutzmann en Mickey Hart. Het nummer Alligator markeert het begin van Garcia's unieke samenwerking met dichter Robert Hunter, die vanaf dat moment als 'extern bandlid' vrijwel alle songteksten van de Dead voor zijn rekening zou nemen.

Net omarmd door de hippies, keerde de band vervolgens resoluut terug naar de basis en kwam, vlak na Bob Dylans Nashville Skyline, met twee sterk country-geënte albums: Workingman's Dead en American Beauty (beide 1970). Het grote Amerikaanse publiek ging op slag plat voor American Beauty, dat in de VS geldt als een van de beste popplaten ooit.

Het waren juist de uitgerekend in Amerika zo legendarische concerten die de basis vormen van het Europese onbegrip. Zowel uit de psychedelische jaren als uit de countryfase is er een live-registratie, respectievelijk Live/Dead (1969) en Europe '72, dat één opname uit het Amsterdamse Concertgebouw bevat. Ook aan de studioplaten zijn live-stukken toegevoegd, die laten horen dat de Dead op het podium vanaf het begin de neiging had aan het borduren te slaan. Het enige voordeel: de meestal akelig valse samenzang stopte dan even.

Dat je stoned als een garnaal moet zijn om van een Grateful Dead-concert te kunnen genieten, zal de echte 'Deadhead' slechts beamen. Niet voor niets debuteerde de groep tijdens de mede door beatschrijvers als Allen Ginsberg en Neal Cassady geïnitieerde 'Acid Tests' van 1965 en 1966, met als wetenschappelijke vraagstelling: 'Wat gebeurt er als je een publiek blootstelt aan een combinatie van psychedelische drugs en rockmuziek?'

De 'long, strange trip' van de Grateful Dead was eigenlijk een dertig jaar durend antwoord op die vraag. Het zou in oeverloos geleuter verzanden. De Golden Road-box bevat de essentie. En plotseling voel je precies wat die ontelbare 'Deadheads' voor altijd willen vasthouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden