Een koninkrijk voor een Bad Moon Space Ork Dreadnought

Het is 40.000. Aarde is al lang niet meer wat ze geweest is. De mensheid is verstrooid over vele naargeestige werelden op duizenden lichtjaren van elkaar....

Het zijn donkere tijden.

Ook in mijn huis.

In de woonkamer staan verse Blood Angels te wachten op een nieuwe verfbeurt (blood red en skull white). Boven ontstaat een Bad Moon Space Ork Dreadnought. En op de grote tafel woedt een slag tussen een legertje Blood Angel Space Marines en de Orks van warlord Ghazghkull Thraka.

Het zijn net witte muizen.

Een halfjaar geleden waren er nog maar drie.

Drie van die tinnen soldaatjes uit Outer Space, die tussen duizenden soortgenoten in een Games Workshop in Engeland lagen en die ik alleen maar had meegenomen omdat ze zo mooi waren. Een Eldar Titan Legend met ranke lange benen, rare gebogen vleugelstangen op zijn rug en een glanzend insektenhoofd. En twee aerodynamische Eldar Jetbikes, met dezelfde gestroomlijnde mierekoppen, maar veel kleiner, op ruimtewaterscooters. Cadeautje voor een jongen van twaalf. Leuk om te schilderen en ergens neer te zetten. Dacht ik.

Maar mooi niet.

Want ze waren nog niet af, of ook in Amsterdam bleken ze te koop, 'die scifi-mannetjes', zoals de verkoper ze oneerbiedig noemde. Stonden in een hoek van het American Book Center, achter Star Trek en de dagboeken van Captain Kirk. En na een paar weken stond er thuis al een aardig troepje bij elkaar. Een pelotonnetje Space Marines, een paar Orks met vomit green-gezichten, en de Eldar.

Leuk om ergens neer te zetten?

Mooi niet.

Want zo'n troepje, dàt wekt pas echt verzamelwoede op!

Sindsdien groeien er echte legers op de tafel, waarop nu langzaam ook een landschap verrijst met graspapier, bergen, bossen en ruïnes. Het Slagveld. En ook het spel is aangeschaft: Warhammer 40.000 - een kruising tussen stratego en schaken: meer dan honderd nieuwe soldaatjes, dobbelstenen, vuurschijven en kartonnen steekvlammen, dikke boeken met regels, lijsten van wapens en hun firepower, en vooral de Codex Imperialis: het Boek der Boeken, waarin de namen staan (en de puntenwaarde) van al die Ogrins, Snypers, Psykers, Weirdboyz, Electro Priests, Inquisitors en andere gedrongen types met veel te grote wapens.

We hebben ze nog lang niet allemaal. Lopen vaak te twijfelen bij de rekken in de winkel: nog een Ork? Die zijn fijn om te schilderen, ook al is het 'de vijand'. Of een Tyranid? We zijn verslaafd.

En om het vuur aan te wakkeren, verzinnen de designers er elke twee weken nog nieuwe figuurtjes bij. 'Zo'n verslaving moet je aan de gang houden. Het mag de jongens niet gaan vervelen', geeft Adam Dickson van Games Workshop in Nottingham ruiterlijk toe. Dat concept werkt. In Engeland hebben ze nu al tachtig eigen winkels en 600 man personeel. En het blijft groeien. Zestigduizend jongens - het zijn bijna alleen maar jongens - zijn al geabonneerd op het tijdschrift White Dwarf. Negenduizend doen er jaarlijks mee aan de schilderwedstrijd. Er bestaan competities. Warhammer is, ondanks de troosteloze wereld waarin het zich afspeelt, een volstrekt onschuldig spel, zegt Dickson: 'Het is veel onschuldiger èn veel socialer dan videogames, en: de jongens die het spelen worden, zonder dat ze het merken, beter in wiskunde.'

In Nederland, waar niet één Games Workshop-winkel is en de figuurtjes mondjesmaat verkrijgbaar zijn, schat hij dat twintig-, misschien al dertigduizend jongens aan de Warhammer zijn - die bestellen in veel gevallen per mail order. 'De groei van de omzet in Nederland was vorig jaar 250 procent. Internationaal groeit Games Workshop jaarlijks met 30 procent. Dat geeft wel aan hoe verslavend het is. Tom Kirby, onze hoofddirecteur zegt: We go for world domination, but it takes time.'

Bij het American Book Center hebben ze onlangs een halve etage ervoor leeggeruimd. Het spul is niet aan te slepen. Een verkoper (zelf aan de Space Hulk, een oude versie van Warhammer 40.000): 'Sinds december is de omzet verdubbeld. Je ziet ze ook allemaal terugkomen. Ja, als je er eenmaal aan begint kun je er niet meer mee ophouden. Soms is het zelfs zielig om te zien. Als er een nieuwe zending is, dan zie je jongens helemaal gek worden. Je ziet ze voor de rekken staan met al die nieuwe figuurtjes en denken: ''O nee! Dit is te erg'' en vlug weer naar buiten lopen.'

Thuis hebben de Space Marines inmiddels met hun tank de aanval ingezet. De Orks schieten als gekken terug maar komen firepower te kort. Daarom hadden we gisteren de Space Ork Dreadnought gekocht - voor het evenwicht.

Maar die is nog niet af.

Michel Maas

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.