Een koffer vol sinaasappels

Als Tabe Bas ‘Heb je nog even’ zei, wist je dat er weer een prachtig verhaal kwam. Hij voelde zich overal thuis, tussen de schakers, op het toneel, in de film, en als zanger....

Tabe Bas, vorige week donderdag op 81-jarige leeftijd overleden, was operazanger, schaker, acteur, geheelonthoudend levensgenieter, Amsterdammer en verteller van prachtige verhalen die altijd klopten. Hij was een bron van kennis. Al van verre hoorde je hem aankomen, altijd zong hij uit volle borst, wandelend langs de grachten of fietsend. Hij was altijd opgewekt. Toen hij eens na een oogoperatie een vriend, klagend over rugpijn, tegenkwam, zei hij stralend: ‘Van ons beiden zou je best één gezond mens kunnen maken.’ Jarenlang was Bas een stuwende kracht van De Kring, de kunstenaarssociëteit, ‘waar niets van wat je uitspookte op kunst mocht lijken’. Daar organiseerde hij de jaarlijkse feesten met zaklopen, sjoelen en touwtrekken. Hij was getrouwd met Erica Scholten, lerares klassieke talen.

Bas groeide op in de Rivierenbuurt, op een bovenhuis, en daar is hij blijven wonen. Zijn vader, die ook Tabe heette, deed in lichtreclames en was een groot schaak- en operaliefhebber; kleine Tabe kreeg op zijn achtste een abonnement op Schaakwereld en werd op zijn elfde lid van de Eerste Nederlandse Populaire Schaakschool. Tijdens de oorlog hadden ze het moeilijk, vertelde Bas in een interview met Allard Hoogland in Matten, het tijdschrift met schaakverhalen. Lichtreclames werden verboden en zijn moeder Betsy was Jodin. Maar zijn vader kreeg een oude niet-Joodse heer zo gek om voor de rechtbank te getuigen dat hij de biologische vader van Betsy was, en zij dus maar half Joods was. Zij hoefde geen ster meer te dragen.

Na de hbs ging Bas toneelspelen bij Albert van Dalsum. Hij nam zanglessen, en stapte als bariton over naar de opera. Op het Leidseplein zaten ook de schaakcafés, waar hij zijn latere vrienden Hein Donner en Karel van het Reve ontmoette. Hij werd lid van de schaakvereniging VAS, waarmee hij verscheidene titels behaalde, en in 1954 zelfs de Nationale Bondwedstrijden won. ‘Maar daar deed alleen het mindere volk aan mee’, zei Bas, die zichzelf maar ‘een rommelaar’ noemde.

De opera wisselde hij af met zingen in ‘krengen’, zoals hij musicals noemde. Hij stond naast Wim Sonneveld in My Fair Lady en Lex Goudsmit in Anatevka. Een grote ster werd hij niet, maar hij was tevreden met wat hij kon. In films als De Aanslag, Sil de Strandjutter en Wat zien ik speelde hij mooie, kleine rollen.

Tabe Bas was ook een van de grondleggers van de fameuze Donderdagtafel op De Kring, zoals Annemiek Hendriks in haar boek In intieme kring schrijft. Een wekelijkse maaltijd voor vrienden, eind jaren vijftig ontstaan en voortgekomen uit de biljartclub, ‘zoals’, zei Bas, ‘het café, dat ontstond omdat mannen na het bordeelbezoek nog wat wilden napraten’. Café en Donderdagtafel maakten zich los en gingen zelfstandig verder.

Alcohol kon Bas niet verdragen;hij dronk sinaasappelsap, dacht dat hij daar een beetje dronken van werd, en stopte eens op reis zijn tas vol sinaasappels. Hij vergat daardoor wel schone kleren mee te nemen. Hij was een bindende kracht, gul en warm, en kende iedereen. Nooit opdringerig, soms onzeker en naïef, altijd enthousiast. ‘Heb je nog even?’, waren zijn gevleugelde woorden, als hij nog iets wilde vertellen. Het werden ook zijn laatste woorden, aan de telefoon met een vriendin, die daarna niets meer hoorde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.