Een knuffel mag nooit in de wasmachine

De allerliefste knuffel van Connor (4) is een beer. 'Hij gaat altijd in m'n bed', zegt Connor. 'Hij wil ook slapen.'..

In bed ligt ook Snuffie, een hond. Praat Snuffie wel eens tegen hem? 'Nee. Want hij is gewoon een knuffel.'

En beer?

'Nee. Hij gaat alleen maar slapen.'

Spelen ze wel met je?

'Ja, vader en moedertje.

Wie is vader?

'Beer. En Snuffie is moeder.'

Volgens vader Rob Sipma is beer altijd heel belangrijk geweest voor Connor. Hij sleepte hem (en Snuffie) overal mee naar toe. Een geweldige troost vormde beer toen Connor in het ziekenhuis kwam nadat zijn handen waren verbrand in barbecue-as. 'Beer moest ook een pleister om zijn poot', zegt Rob.

Een zacht, troostend object: het is een van de functies die knuffelbeesten en -poppen kunnen hebben, volgens drs. Jetty van Waarden van de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Het verschilt per kind, per ontwikkelingsfase, en het hangt samen met het gezin en de cultuur waarin het kind opgroeit. 'Het kan iets zachts zijn dat je altijd bij je houdt. Net als je duim, een speen, een pluis of een lap. Het kan iets vervangen dat er even niet is, bijvoorbeeld je moeder.

'Maar de knuffel kan ook een vriendje zijn', zegt de orthopedagoog, 'helemaal van jou, altijd bij je als jij dat wil. Waar je alles tegen kan zeggen en alles mee kunt doen. Je kunt de knuffel dingen geven die je eigenlijk zelf nog zou willen krijgen. Of dingen die je net hebt meegemaakt ermee verwerken.'

'Hechten' is een ander belangrijk woord in de knuffel-psychologie. Met de knuffel kun je oefenen in hechten. Van Waarden: 'Maar je mag het niet omkeren. Sommige kinderen leren zich te hechten zonder knuffel.'

Naarmate het kind ouder wordt, verdwijnt de knuffel meestal naar de achtergrond, om na het tiende jaar hooguit als sier- of verzamelobject te fungeren.

Sophie is het vriendinnetje van Connor. Heeft Sophie knuffels?

'Ja. Honden. Beren. Kleine beren. Grote beren.'

Welke knuffel vindt ze het liefst?

'Die grote pop. Zo'n sterke pop. In z'n voeten.'

In zijn voeten? Hoe heet die pop?

'Nini. Hij is nu naar school. Naar Pèpè z'n school.'

Wie is Pèpè?

'Amber Pèpè. Net als mij. Het is een jongen.'

Hoe oud is-ie?

'Vijf.'

Sophietje (voluit Amber Sophie) is drie jaar. Sinds kort heeft zij een denkbeeldig vriendje, dat zij Pèpè noemt.

Een kwart van alle kinderen heeft zo'n imaginaire vriend, volgens een onderzoek waar dr. Roel de Groot laatst over las. Het vriendje speelt een rol vergelijkbaar met die van de knuffel: een kameraad met wie je in je hoofd gesprekken voert, problemen oplost, die je kunt vertrouwen en die nooit boos op je is.

De Groot, psycholoog/orthopedagoog aan de Groningse universiteit, is secretaris van de Nationale Speelraad, die speelgoed onderzoekt en erover voorlicht.

Hij noemt knuffels 'ongelooflijk belangrijk'. Ze doen niet lelijk tegen je en ze lopen niet weg. De knuffel biedt volgens De Groot veiligheid in een bedreigende, complexe wereld. 'Het kind hecht niet aan het uiterlijk van de pop, maar aan de geur. Moeder moet het daarom niet wagen de knuffel in de wasmachine te stoppen.'

Knuffel en individualisering - ook daartussen ziet de psycholoog een verband. Vroeger leefden de kinderen in een grote familie, en liepen in de boerderij de beesten binnen. 'Nu wordt een kind elke avond ''opgesloten'' in zijn eigen kamertje. Dan is de knuffel de troostprijs.'

Zelfs ziet De Groot een link met de seksualiteit. 'De knuffel is een soort vrij-instrument. Ze zitten in een latente seksuele fase. Dat wordt op die manier mooi gekanaliseerd.'

Eén knuffel of een bed vol? 'Er is er maar één de hoofdknuffel', zegt hij. 'Daar ben je heel close mee. Je grijpt ernaar bij paniek of angst.'

Beide deskundigen benadrukken dat de pop uiterlijk liefst niet gedetailleerd en ontwikkeld is. Er moet volop ruimte blijven voor de fantasie.

Wat dat betreft, geeft De Groot een pluim aan de antroposofen (van de Vrije Scholen) die een serie simpele lappenpoppen ontwikkelden. Van een soort spookje voor de kleintjes, niet meer dan een doekje met een bolletje erin (lekker voelen en sabbelen), tot aan een ledematenpop die kan zitten en met haar om te borstelen.

'Daartussen groeien de poppen mee met het kind. Voor een box-kindje heeft het bolletje al armpjes gekregen, en stipjes voor de mond en de ogen', zegt Anca van der Elsken uit Delft. Zij maakt ze al bijna twintig jaar, geeft cursussen en schreef het boekje Van lappen tot poppen.

De oudste broer van Sophie kreeg zo'n antroposofisch babypopje toen hij werd geboren, een paars spookje dat hem zijn hele leven vergezelde en al eens, totaal versleten, van nieuwe stof werd voorzien. Nog altijd ligt het naast z'n kussen.

Stan wordt morgen 11.

Rob Vreeken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.