Een kleurrijke architectuurparade

Tegen de hellingen van Durban heeft zich de afgelopen eeuw een wonderbaarlijk mengelmoes van architectuurstijlen genesteld. Van Victoriaans tot art deco, van modernistisch tot Indiaas, hier een vleugje Spaans, daar een verwijzing naar Frank Lloyd Wright, goudkleurige tempels omringd door kapsalon-caravans....

door Jaap Huisman

ALS DE helikopter zwenkt, verandert ineens het landschap. Naar de achtergrond schuiven de eindeloze villa's en landhuizen, allemaal met een eigen zwembad. In beeld komt het squatterskamp Besters, een gekraakt stuk grond op een heuveltop. De golfplaten daken van de hutjes blikkeren in de zon, van bovenaf lijkt het schilderachtig, al die grijs-zilveren vierkantjes die tegen elkaar zijn geplakt.

De piloot cirkelt even boven het kamp, en zet dan weer koers naar de kust. We passeren ogenschijnlijk een resort, een nederzetting rondom een golfbaan met mansions. De groene daken spelen verstoppertje in het groen. Landgoed van Harry Oppenheimer, eigenaar van Anglo American (goud) en van De Beers (diamanten). Oppenheimer is een van de rijkste mannen ter wereld. Het perspectief vanuit de lucht brengt de tegenstellingen, die in Zuid-Afrika al groot zijn, nog dichter bij elkaar.

De heli schiet over het strand, terug naar de basis. Durban, op ooghoogte, is in lente-stemming. De jacaranda bloeit, een lila wolk in de lanen van de stad, en het sein voor de examentijd, weten de studenten van de universiteit van Natal. Daarna valt de zomer in. De jacaranda hoort hier niet thuis. Van oorsprong komt de boom uit Brazilië, zoals zoveel in Durban import is. Steek een potlood in de grond en er groeit een boom uit, luidt het grapje over de weelderige plantengroei. Het kan broeierig vochtig zijn in de 'plantenkas', maar als 's nachts een bui over de heuvels trekt, lijkt Durban de ochtend daarna groen herboren.

Een eeuw geleden landde hier een man die de Mandela van dat moment kan worden genoemd: Mahatma Gandhi. Durban was nog onbeduidend, met een inwonertal van enkele duizenden, van wie velen uit India kwamen. Ze werden hier naar toe gehaald om spoorwegen aan te leggen en op suikerplantages te werken; de trotse autochtonen, de Zulu's, haalden voor dat werk hun neus op.

We staan op de ruïnes van Gandhi's vroegere verblijf, Sarvodaya. In 1985 stonden de gebouwen, rond de eeuwwisseling ontworpen door de Litouwse architect Callenbach, er nog. Een drukkerij, een bibliotheek en de eenvoudige woning waarin Gandhi les gaf. Hier werd de basis gelegd voor zijn satyagraha, het geweldloos verzet. Gandhi leefde in Natal van 1893 tot 1913, zijn langste verblijf buiten India. Na zijn vertrek bleef zijn 'dorpje' het magisch centrum van de Indiase bevolking.

Tot die nacht in 1985. Sarvodaya werd een slagveld. De Indiërs werden verdreven of vermoord. De gebouwen bleven als puinhopen achter. Alleen de gevel van de drukkerij, opschrift International Printing Press, established 1903, heeft de bestorming overleefd. De stenen, zegt onze gids, de architect Rodney Harber, met een bittere ondertoon, zijn links en rechts verwerkt in huisjes.

Harber wil Sarvodaya herbouwen. De drukkerij zou een art-

school kunnen worden, middelpunt van een centrum dat toeristen kan trekken, en waarvan de zwarte gemeenschap kan profiteren, zegt hij. Hij had dit idee willen inwijden, en om de omwonende Zulu's te behagen diende dat te gebeuren met het slachten van een koe. 'Maar dat is nu juist weer een ritueel dat voor de Hindoes onaanvaardbaar is. Dus die bleven bij de ceremonie allemaal weg.' Een hinnikend lachje volgt. De tegenstrijdige belangen maken Zuid-Afrika niet het makkelijkste land om iets van de grond te tillen.

Terug naar downtown Durban passeren we misschien wel het eigenaardigste bouwsel in de stad, The Ship House van de selfmade-architect Dookey Ramdarie. Het steekt als een oceaanstomer op het droge boven de hutjes uit, de naam van Ramdarie groot op de pui.

Durban kan doorgaan voor het Miami van Zuid-Afrika. Op de hellingen achter de enorme stranden - met netten voor de kust om de haaien op afstand te houden - heeft zich de afgelopen eeuw een optimistische architectuur genesteld. De steile straten bieden een adembenemend panorama op de wolkenkrabbers rondom de haven. Durban is een mengelmoes van stijlen, van Victoriaans tot art deco, van modernistisch tot Indiaas. En dan zijn er natuurlijk de Zulu's die na de opheffing van de apartheid naar het centrum zijn getrokken, met geïmproviseerde bouwsels onder viaducten en caravans waarin ze een kapsalon drijven - met de keuze uit vijf soorten crew cuts.

De bezoeker kan kiezen welk Durban hij wil zien, met het gevaar een eenzijdige indruk van de stad over te houden. Het Afrikaanse Durban, dat zich voornamelijk afspeelt in de townships, is een wereld van verschil met het Indiase, dat zich manifesteert in kleurrijke tempels, terwijl het blanke Durban daar weer van afwijkt door zijn exposé van alle Europese bouwstijlen. In en rond Greystreet lijken ze allemaal bij elkaar te komen in één architectuurparade. In het hart van de straat blinkt de Juma Masjid uit 1926, een moskee van de architecten Payne & Payne, met goudkleurige koepels, minaret, bogen en balustrades. Nog geen vijf meter daarvan verwijst de klassieke arcade van de bazaar The Hub naar Engeland.

Grey Street is in kleur en sfeer little India, maar meteen om de hoek is het een en al roze of crême-kleurige art deco. Het Enterprise Building uit 1931, opgesierd met vogel-en leeuwenmotieven in stucco, probeert zich manhaftig staande te houden tussen onelegante blokken uit de jaren zestig en zeventig. Hogerop, in het Berea-district, is er een bouwstijl die typerend is voor Durban, en zijn bloeiperiode beleefde tussen de twee wereldoorlogen. De villa's hebben een vleugje Spaans, een veranda of binnenhof en vaak ferme daken die zijn geleend van Frank Lloyd Wright. Daarnaast staat dan zomaar een blok in internationale stijl, uit dezelfde periode, met slanke balustrades, die relingen van een schip zouden kunnen zijn, en patrijspoorten in de gevel. Het is, hoog in de heuvels, de goudkust van Durban.

Toch is de allerkleurigste architectuur niet daar, maar in Cato Manor, een voormalige bananenplantage. Ooit was dit het domein van Indiërs, totdat de blanke regering hen in 1960 samen met de zwarten verdreef. Jarenlang lagen de hellingen braak. Maar tien jaar geleden vulden de Zulu's het gebied weer, met hun bouwsels kapselden ze de Indiase heiligdommen in. Een ervan is een bedevaartsoord, de Umbilo Shree Ambalvanar Alayam Second River Hindu Temple, een reconstructie van de eerste Hindoe-tempel die in 1875 in Afrika werd gebouwd, maar door overstromingen werd vernietigd. In 1947 kwam de replica gereed. Het is een soort Efteling, deze verzameling van goden- en pauwenbeelden, bonte tapijten, koepels en schrijnen.

Op het moment dat we willen uitstappen om de tempel te bekijken, wordt ons busje door een politieauto gemaand door te rijden: 'Het is nu veel te gevaarlijk om te lopen.' De grenzen zijn scherp getrokken in Durban.

Tot 9 december besteedt het NAi aandacht aan de cultuur, architectuur en stedenbouw van Durban in de tentoonstelling KwaZulu, huis van de Zoeloes. Museumpark 1, Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden