Een kleine wagen die groot voelt

Duitsers zijn ook weleens bescheiden. Zoals met de nieuwste Adam van Opel: het model Rocks. Heel klein, maar dat gevoel verdwijnt zodra je gaat rijden.

Bezoekers van het Auto Mobil International 2014 bekijken de Opel Adam.Beeld epa

Het pientere pookje. Dat is oud. Stamt uit de tijd dat Nederland nog personenauto's maakte. Nou ja, Dafjes. De Van Doorne's Automobiel Fabriek had in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn eigen variant van de automaat, die in de marketing dus als een slimme pook werd aangeduid. Zo snugger was dat echter niet; vijftig jaar geleden had schakelen nog een stoer imago. Een automaat kocht je pas als je dacht toe te zijn aan de laatste auto in je leven.

Een halve eeuw verder weten we beter. Veel luxe, duurdere auto's zijn voorzien van automatische transmissie. De techniek is verfijnd, de kosten en het brandstofverbruik worden beter binnen de perken gehouden; schakelen is niet langer het hoogst haalbare voor de automobilist.

En laat juist nú Opel met een auto zijn gekomen waarin je je helemaal lens schakelt. De kleine stadsauto Adam (genoemd naar de oprichter van het merk) werd geïntroduceerd in 2012 en verscheen afgelopen najaar in de nieuwe gedaante Rocks. Met een pookje dat de geuzentitel pienter met trots zou mogen dragen.

Marketingmeuk

Aan de Adam Rocks gingen de uitvoeringen Jam, Glam en Slam vooraf. Allemaal auto's, volgens Opel, voor mensen jonger dan 35. Wat de Rocks van zijn voorgangers onderscheidt, behalve de technische innovaties: hij staat 15 millimeter hoger op dezelfde wielen, waardoor de auto opeens een 'mini-crossover' wordt genoemd die een 'offroadkarakter' heeft gekregen en gericht is op mensen óúder dan 35.

15 millimeter?! Kom op, Opel.

In de uitvoering die V ter beschikking stond, zit de nieuwe 1.0-driecilinder-turbomotor met een handgeschakelde zesversnellingsbak (goedkopere versies hebben een 1.2 of 1.4 turboloze motor en vijf versnellingen). Het blijkt een combinatie die in staat is tot grote prestaties. Hij accelereert in zijn 5 op de snelweg soepel naar de 120. Maar de grootste prestatie levert Adam in de stad. Wie opschakelt zoals op het dashboard wordt aangegeven, zit voordat hij 50 rijdt al in de zesde versnelling en verbruikt dan extreem weinig brandstof: wij passeerden veelvuldig de 1:20-grens. Je moet wel de lol inzien van schakelen, want van 0 naar 50 kilometer per uur en intussen van zijn 1 naar zijn 2 naar zijn 3 naar zijn 4 naar zijn 5 en naar zijn 6, dat is nogal wat. Al zorgt de strak afgerichte versnellingsbak ervoor dat dat schakelen geen straf is. Het hoeft overigens niet, dat snelle opschakelen, maar dan raak je wel snel je brandstofbonuspunten kwijt - zoals je ook op de snelweg boven de 110 op een normaal verbruik van 1:16 zit. Terugschakelen hoeft minder snel: schakellui noemde de pr-man dat. Mooi woord, maar het dekt maar de helft van de lading.

Veel moois onder de motorkap dus (dat ook nog eens opvallend weinig lawaai maakt), maar liever dan daar te speuren gaan we zitten, in het vertrouwen dat het onder die motorkap tegenwoordig wel goed zit.

Gereden Opel ADAM ROCKS

Prijs 24.380 euro (vanafprijs 18.495 euro)

Verbruik 5,1 liter / 100 km

Energielabel C

Motor 1.0 Turbo 3-cilinder

Transmissie 6 versnellingen, handgeschakeld

Gewicht 1.041 kg

Lxbxh 3,74x1,81x1,49 meter

Topsnelheid 196 km/u

Vermogen 86 kW (115 pk)

Achter het stuur valt op dat het even duurt voordat de ideale verhouding tussen stoel, stuur en pedalen is gevonden. Ideaal werd het eerlijk gezegd niet: wie graag hoog zit, moet bij een juiste afstand tussen stuur en stoel te ver reiken naar de pedalen. Dus bleef de stoel uiteindelijk lager dan gewenst. Kan gebeuren in zo'n cockpit waarin de manoeuvreerruimte klein is. Want klein is het, in Adam. Vier volwassenen - we probeerden het - raden we stellig af. Veel te klein is ook de bagageruimte.

Verder geen klachten over het interieur; alles is duidelijk, functioneel en degelijk. Analoge meters en een perfect functionerend digitaal display voor het infotainment. Helemaal Opel, zeg maar, net als de buitenkant. Er is - zoveel is duidelijk - goed gekeken naar de Fiat 500, maar de doordachte vormgeving daarvan hebben de Duitsers niet weten te vertalen tot iets met eigen smoel. Adam is niet lelijk, maar valt evenmin op. Terwijl de fabrikant toch de indruk wil wekken dat we hier met een heftig karretje voor jonge mensen te maken hebben. Dat kun je er wel van maken door de eindeloze reeks personalisatie-opties die het model vergezellen, alleen jaagt dat de prijs behoorlijk op. Standaard is het stoffen schuifdak dat ook tijdens het rijden geopend en gesloten mag worden; in Nederland best een handige voorziening.

Het gevoel van klein verdwijnt zodra je gaat rijden, dan voelt de Adam als een vorstelijke middenklasser. Beetje misplaatste bescheidenheid dus van de Duitsers, dat ze zo duidelijk de succesvolle maar piepkleine Fiat 500 als uiterlijk voorbeeld hebben genomen.

Mag het licht uit?

Duitse topmerken vechten om het beste licht. Audi trok ervoor naar de poolcirkel.

BMW, Audi en Mercedes zijn verwikkeld in een vermakelijk partijtje opscheppen. Onderwerp: led en laser. Licht dus. Preciezer: koplampen. Terwijl de eerste Kia Picanto met standaardledlicht nog op de markt moet komen, hebben peperdure Duitse auto's al laserstralen aan boord.

Voorlopig is led nog het nieuwe zwart: lage energieconsumptie, weinig warmteontwikkeling, bestand tegen trillingen en gezegend met een lange levensduur. Nadeel: vooralsnog valt de lichtopbrengst van een enkele diode niet mee en moeten ze in groepsverband opereren. Maar uit dat nadeel valt makkelijk een voordeel te peuren.

Een ledkoplamp bestaat uit veel elementen, die samen de dagrijverlichting, het dimlicht, het grootlicht, het knipperlicht en de bermverlichting vormen. Door groepjes leds aan of uit te zetten, kunnen in één unit de diverse soorten verlichting worden gevormd. Elektronica bepaalt wanneer welke diodes mogen meedoen. En zo is het bij de genoemde fabrikanten mogelijk geworden het grootlicht automatisch te dimmen wanneer een tegenligger nadert, een voetganger oversteekt of wanneer uit de navigatiegegevens blijkt dat een bocht in het verschiet ligt.

Audi noemt dit systeem Matrixverlichting en demonstreerde de werking door een trosje Audi's A6 met grootlicht over onverlichte wegen in Noorwegen te sturen. Bij elke tegenligger dimde het licht bliksemsnel en volautomatisch: de Noren hadden geen idee van de geavanceerde techniek die voorkwam dat ze geen hand voor ogen zagen. Journalisten, voorzien van een gemeen fel ledzaklampje, konden op afstand het grootlicht van een zachtjes rijdende Audi minder fel doen schijnen, door hun zaklamp op de koplampen te richten. Met fietsers zou het ook werken, meenden de aanwezige koplampkundigen. Mits ze recht op de auto af zouden rijden met de ledkoplamp aan. Hier is dus nog ruimte voor verbetering.

Laserkoplampen zijn vervolgens koekjes uit dezelfde trommel. Volgens Audi worden de lasertjes voorzien van 'honderdduizenden individueel aangestuurde microspiegels' waarmee de laserstralen worden opgebroken in pixels waarmee nauwkeurig een plek op de weg kan worden verlicht - of juist niet. 'Zelfs kan er grafische informatie op de weg worden geschreven.' Zo. En nou Mercedes en BMW weer.

Door: Theo Stielstra

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden