Een kleine man met grote dadendrang

Slechts 1,65 meter lang is Nicolas Sarkozy en voor een groepsfoto gaat hij op zijn tenen staan. Maar zijn dadendrang is enorm. Hoe de zoon van een Hongaarse migrant het tot president van Frankrijk heeft geschopt...

Voor inzicht in de persoonlijkheid van de nieuwe president van Frankrijk vormen twee simpele gegevens een nuttige opstap. De betrokkene is niet langer dan 1,65 meter en zijn katholieke doopceel uit 1955 vermeldt een lange, buitenlandse naam: Nicolas Paul Stéphane Sárkozy de Nagy-Bócsa.

Om met het eerste te beginnen: zijn geringe lengte vormt voor Sarkozy een obsessie, zoals blijkt uit een ietwat genant groepsportret waar hij op zijn tenen staat. Zijn vijanden drijven er graag de spot mee. ‘De kleine dictator’ of ‘de kleine Napoleon’ wordt hij wel genoemd.

Die goedkope spot valt niet alleen op te tekenen uit de mond van gewone kiezers, maar circuleert ook in de hoogste kringen. Zo duidde premier Dominique de Villepin, zelf boomlang, zijn rivaal Sarkozy binnenskamers geregeld aan als ‘de dwerg’. Toch werd de aristocratische reus door deze dwerg politiek volkomen knock-out geslagen. Zoals ook de eveneens zeer lange president Jacques Chirac zijn meerdere moest erkennen in Sarkozy. De betrokkene mag het dan zelf als een handicap ervaren, zijn kleine postuur is zijn geldingsdrang bepaald ten goede gekomen.

Ook zijn buitenlandse naam heeft daar zeker aan bijgedragen. Sarkozy is van oorsprong een outsider, iemand die geen deel uitmaakt van het establishment.

Kort samengevat luidt zijn familiegeschiedenis als volgt. Vader Pál, die tot de Hongaarse landadel behoorde, kwam na de Tweede Wereldoorlog naar Parijs, waar hij kennismaakte met Dadu Mallah, de dochter van een Grieks-joodse dokter. Zij kregen drie zonen, van wie Nicolas de middelste is. Vader ontpopte zich als een zo fervente rokkenjager dat zijn huwelijk op de klippen liep. Nicolas was toen 4 jaar.

Dat jeugdtrauma, waarop Sarkozy’s hang naar politieke vadermoorden wel wordt teruggevoerd, wordt verergerd door twee omstandigheden. Ten eerste betaalde zijn vader nauwelijks alimentatie, waardoor moeder Dadu als advocate de kost moest verdienen voor haar drie zonen. Dat leidde later tot heftige ruzies tussen vader Pál en zoon Nicolas. Ten tweede wierp zijn oudste broer zich op als vaderfiguur. Ook dat had eindeloze ruzies tot gevolg. ‘Zo lang ik me kan herinneren, heb ik nooit geaccepteerd dat mensen op mijn tenen gingen staan’, vertelde Sarkozy zijn biografe Cathérine Nay.

Als scholier was hij middelmatig. ‘Met jouw resultaten en jouw achternaam ga je het in Frankrijk niet redden’, hield zijn vader hem voor. Ook die krenking voedde de tomeloze dadendrang die Sarkozy vanaf zijn studietijd aan de dag legt.

De ENA, de bestuursopleiding waar de hoogste politici en bestuurders van het land elkaar leren kennen, was niet weggelegd voor Sarkozy. Hij werkte bij een bloemist om zijn rechtenstudie te betalen. Sarkozy kiest voor ondernemingsrecht en wordt partner op een advocatenkantoor.

Een groot deel van zijn tijd besteedt hij echter aan de passie waar hij vanaf zijn 19de door is gegrepen: de politiek. Met zijn traditionele opvoeding is hij afkerig van links, hoe hip dat in de jaren zeventig ook is. Maar de toenmalige rechtse president Giscard d’Estaing vindt hij elitair en arrogant. Daarom sluit Sarkozy, liefhebber van volkse geneugten als wielrennen en chansons, zich aan bij de gaullistische partij van Jacques Chirac.

Al snel manifesteert hij zijn kwaliteiten: een ongeëvenaarde werklust, een briljant redenaarstalent, onverschrokkenheid en een scherp inzicht in machtsverhoudingen. Van eenvoudig afficheplakker werkt Sarkozy zich snel op in de politiek van de voorstad Neuilly, waar de superrijken wonen en waar hij een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht. Al op zijn 28ste weet hij het burgemeesterschap in de wacht te slepen.

Dat is tegen het zere been van een oude, geslepen partijgenoot: Charles Pasqua. Die dacht in de jeugdige Sarkozy een bondgenoot te hebben gevonden om zelf burgemeester te worden. Maar Sarkozy werpt zich onverwachts op als kandidaat. De eerste vadermoord is een feit.

Zijn lef toont hij niet alleen door Pasqua ‘te naaien’, zoals hij tegen vrienden roept, maar ook bij een gijzelingsdrama in Neuilly. Een man, voorzien van explosieven, neemt een kleuterklas in gijzeling. De jonge burgemeester gaat zeven maal alleen de school in om te onderhandelen. Een aantal kinderen krijgt hij vrij. Na twee dagen vallen commando’s de school binnen en doden de gijzelnemer. Sarkozy is de held.

Zijn privéleven is turbulent. In 1982 trouwt hij en kort daarop krijgt hij twee zoons. Maar net als zijn vader valt hij al snel voor een andere vrouw. Als burgemeester sluit hij in 1984 het huwelijk van Cécilia Ciganer-Albeniz – en wordt ter plekke stapelverliefd. Hij wil maar één ding: de plaats innemen van de bruidegom. Twaalf jaar later krijgt hij zijn zin en treedt hij in het huwelijk met Cécilia, met wie hij een zoon krijgt.

Zijn aandacht gaat volledig uit naar zijn politieke carrière. ‘Je moet je altijd opstellen achter een oude politicus om hem op het juiste moment te kunnen opvolgen’, luidt zijn adagium. Begin jaren negentig is hij de vertrouweling van de machtigste twee rechtse politici: Jacques Chirac en Edouard Balladur. De laatste is in 1993 premier geworden en heeft Sarkozy tot zijn minister van Begrotingszaken én regeringswoordvoerder gemaakt. Chirac, die zijn zinnen heeft gezet op het presidentschap, waardeert Sarkozy ook hogelijk. Hij ziet met genoegen hoe die aanpapt met zijn dochter Claude. Sarkozy weet zich op te werpen als de ideale schoonzoon, ook al heeft hij een relatie met Cécilia.

Maar Sarkozy belandt in een loyaliteitsconflict wanneer Balladur zich, tegen de afspraken met zijn ‘vriend’ Chirac in, kandidaat stelt voor het presidentschap. Sarkozy laat Chirac vallen – zijn tweede politieke vadermoord.

Sarkozy’s gok pakt verkeerd uit, want Chirac wordt in 1995 verkozen. Voor Sarkozy begint zijn ‘tocht door de woestijn’. De clan van politici rond Chirac moet niets van hem hebben. Sarkozy is opnieuw outsider.

Maar bij Chiracs herverkiezing in 2002 wordt hij toch weer tot de regering toegelaten. De hyperactieve redenaar is nu eenmaal het grootste politieke talent van zijn generatie. De moeizaam herkozen Chirac wil per se een succes maken van zijn tweede termijn. Maar Sarkozy maakt er een lijdensweg van.

Als ‘eerste smeris van Frankrijk’, de bijnaam van de minister van Binnenlandse Zaken, waakt Sarkozy over de veiligheid. Al valt er na vijf jaar op zijn resultaten flink wat af te dingen, Sarkozy slaagt erin de Fransen het gevoel te geven dat hun veiligheid bij hem in goede handen is. Vanaf zijn aantreden wordt hij ongekend populair. Ondertussen doet hij er alles aan Chirac af te schilderen als een president wiens dagen zijn geteld.

Al in 2003, een jaar na zijn aantreden, geeft Sarkozy op de vraag of hij tijdens het scheren wel eens aan het presidentschap denkt, grijnzend als antwoord: ‘Niet alleen tijdens het scheren.’ De Chirac-clan ziet dat als een vernedering van de president. Onpartijdige waarnemers vinden dat Sarkozy veel te vroeg uit de startblokken is geschoten. Maar hij neemt geen woord terug.

Zijn oppositie tegen de president en diens clan voert hij met zoveel verve dat de linkse oppositie soms buiten beeld raakt. Dankzij zijn populariteit weet hij de centrum-rechtse UMP, die de absolute meerderheid in het parlement heeft, aan Chirac te ontfutselen. Doodleuk reist hij als minister van Binnenlandse Zaken naar China en de Verenigde Staten – in het volle besef dat de buitenlandse politiek het exclusieve domein van de president vormt. Aan de Chinese president vraagt hij hoe het bevalt om nummer één te zijn, na jarenlang nummer twee te zijn geweest. Met smaak vertelt hij dat door aan de media.

Nog een provocatie: Sarkozy nodigt journalisten uit op zijn ministerie op Quatorze Juillet, de nationale feestdag die altijd in het teken staat van het tuinfeest op het Elysée. Chirac moet machteloos toezien.

Met zijn hang naar provoceren zoekt Sarkozy voortdurend de grenzen op. Voor velen gaat hij er overheen wanneer hij in november 2005 als minister van Binnenlandse Zaken verzeild raakt in de banlieue-rellen. De jonge relschoppers noemt hij ‘tuig’. Met die uitspraak gooit hij olie op het vuur, zeggen zijn critici. Veel voorstadbewoners voelen zich gestigmatiseerd. Voor hen wordt Sarkozy een grotere vijand dan de extreemrechtse Jean-Marie Le Pen. Maar Sarkozy neemt ook nu geen woord terug. Hij krijgt gelijk in opiniepeilingen: een meerderheid steunt zijn optreden tijdens de geweldsexplosie in de voorsteden.

Achter zijn hardheid gaat politieke berekening schuil: Sarkozy aast op de vijf miljoen kiezers van Le Pen. Ook tijdens de verkiezingscampagne richt hij zich vooral op hen. Grote ophef veroorzaakt hij met zijn pleidooi voor een ‘ministerie voor Immigratie en Nationale Identiteit’. Daarmee geeft hij zich bloot als een ‘extreem harde, rechtse politicus’, stellen zijn linkse tegenstanders. Zelf spreekt hij dat nauwelijks tegen. ‘Rechts moet ophouden zich ervoor te schamen rechts te zijn’, is zijn favoriete zinswending.

Zo drukt Sarkozy Le Pen weg. Die probeert zijn noodlot af te wenden door zichzelf af te schilderen als ‘een echte Fransman’ – terwijl Sarkozy, met zijn Hongaarse achtergrond, ‘de kandidaat van de immigratie’ zou zijn. Het mag niet baten: Le Pen verliest één miljoen kiezers, Sarkozy krijgt in de eerste ronde elf miljoen stemmen (ruim 31 procent).

Maar dat succes heeft een keerzijde. Zijn gevis in de vijver van Le Pen heeft een wissel getrokken op Sarkozy’s vermogen om president van álle Fransen te zijn. Zelfs een deel van de rechtse kiezers zegt ‘bang’ voor hem te zijn. ‘Sarkozy zet groepen Fransen tegen elkaar op’, luidt een veelgehoord verwijt.

Ook de autoritaire inslag van Sarkozy boezemt angst in. Zijn harde optreden in de banlieues, waar hij liever de ordepolitie inzet dan de wijkagenten, vormt daarvan een illustratie. Zijn gehamer op gezag en orde en zijn afkeer van de opstand tegen de gevestigde orde in ‘mei 1968’ gelden als aanvullend bewijs.

De anekdotes over Sarkozy’s gedrag achter de schermen, waar hij vreselijk tekeer kan gaan, bevestigen het beeld van een autoritaire, kortaangebonden man. ‘Zijn grote tekortkoming is dat hij mensen kan vernederen, hij gedraagt zich onnodig gemeen’, schrijft zijn overigens milde biografe Cathérine Nay. Nu hij alle macht krijgt die de Vijfde Republiek aan de president toekent, vrezen vooral linkse intellectuelen voor misbruik daarvan.

De vraag is of zij Sarkozy daarmee niet onderschatten. Zijn politieke antennes zijn tijdens zijn hele carrière van ruim dertig jaar meer dan uitstekend gebleken. Hij weet als geen ander dat hij niet nog meer omstreden moeten raken, wil hij zijn hervormingsplannen doorvoeren. Zeker de eerste jaren zal hij zich hoeden voor machtsmisbruik.

Wel zal hij er flink tegenaan gaan. Wie verwacht dat Sarkozy het kalm aan gaat doen nu hij de absolute top heeft bereikt, vergist zich. Hij zal zijn niet geringe energie inzetten voor het doorvoeren van pijnlijke hervormingen, zoals die van het pensioenstelsel.

Een ‘hete herfst’ ligt in het verschiet. Net als Margaret Thatcher, in de jaren zeventig premier van Groot-Brittannië, stevent hij af op een harde confrontatie met de vakbonden. Een verdere complicatie is zijn gespannen verhouding met de jeugd in de voorsteden. Die ervaart zijn uitverkiezing als een provocatie.

Ondertussen koestert Sarkozy zijn ‘Franse droom’: aan het einde van zijn ambtstermijn moet volledige werkgelegenheid zijn bereikt. Lukt hem dat, dan zou hij in 2012 zijn geslaagd waar zijn beide voorgangers – Mitterrand en Chirac – hebben gefaald. Zijn plaats in de geschiedenisboekjes is dan verzekerd. Gezien de grote weerstanden die hij oproept, is de omvang van die uitdaging omgekeerd evenredig aan de lengte van de nieuwe president.

Nicolas Sarkozy
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden