Een keuken naar mijn smaak

Culinair recensent Mac van Dinther kookt graag, eet graag en wast graag af – en dat allemaal in een tien jaar oude keuken die geen rooie cent gekost heeft....

Ik ben dringend toe aan een nieuwe keuken. Toen ik tien jaar geleden mijn nieuwe huis kocht, verkeerde ik in onzekere financiële omstandigheden. Ik had mijn oude huis nog niet verkocht, ik betaalde me blauw aan overbruggingshypotheken en bouwdepots. In het plan van de aannemer was een simpele standaardkeuken voorzien. Ik had nog een gasfornuis en een koelkast. Laten we het daar maar even mee doen, zeiden mijn vrouw en ik tegen elkaar.

Dat heeft tien jaar geduurd. In al die jaren heeft mijn keukentje mij prima gediend. Goed, hij is niet groot, maar daar kun je tegenover stellen dat hij compact is. Ik moet op mijn knieën om de pannen uit de kast te halen, mijn kruidenkast is een chaos door ruimtegebrek en de aanblik van mijn keuken heeft al menig bezoekende culi het hoofd doen schudden: de goedkoopte spat ervan af. Maar alles went en ik heb altijd op het standpunt gestaan dat lekker eten uit een goede pan komt en niet van een granito aanrechtblad of uit Piet Hein Eek-kastjes. En goede pannen heb ik wel.

So far, so good. Tot nu dan. Laatst keek ik nog eens goed naar mijn keuken. Het witte plastic folie raakt los van de kastdeurtjes, het spaanplaat begint op te zwellen van het vocht, het aanrechtblad is smoezelig. ‘Wordt het niet eens tijd voor iets nieuws?’, zei ik tegen mijn vrouw. Die knikte. Niet al te enthousiast overigens.

Op zoek dus naar een nieuwe keuken. Maar omdat ik een typische impulskoper ben, de natte droom van elke handige verkoper, stel ik eerst een lijstje op met wensen waaraan de ideale keuken voor mij moet voldoen. Die zijn:

- Een goed fornuis dat gemakkelijk schoon te maken is. Mijn huidige gasfornuis moet zijn ontworpen door een man die nooit het ingebrande vet uit de hoekjes heeft hoeven schrobben.

- Een oven die op lage temperaturen kan voor het door mij zo gekoesterde slow cooking.

- Een flinke koelkast. De huidige zit altijd vol.

- Handige laden voor mijn potten, pannen en vlijmscherpe messen.

- Een overzichtelijk kruidenrek.

- Veel ruimte om spullen neer te zetten tijdens het koken.

- Een tafeltje om aan te zitten. Geen must, maar wel handig.

- Geen afwasmachine. Ik was mijn hele leven al met de hand af, ik ben niet van plan daar verandering in te brengen, zelfs niet in een nieuwe keuken.

- Mooi? Vooruit, mijn nieuwe keuken mag ook mooi zijn.

Ik begin mijn zoektocht waar miljoenen Nederlanders beginnen als ze hun huis willen inrichten: IKEA. Op een doodgewone dinsdagochtend staan ruim voor openingstijd al tientallen klanten te dringen voor de ingang van het woonwarenhuis in Duiven. Het restaurant op de eerste verdieping, waar ontbijt wordt geserveerd voor 1 euro, zit bomvol. Ik heb afgesproken met Pjotr Scharrenberg (28), de frisse teamleider van de keukenafdeling in zijn gele polo. Van koken heeft Pjotr niet zo veel verstand, van keukens des te meer.

Hij komt zonder koffie of plichtplegingen ter zake. Heb ik mijn huiswerk gemaakt? Je mag bij IKEA niet zomaar binnenlopen met vage keukenplannen. De bedoeling is dat je thuis een opzet maakt met de keukenplanner op internet. Met een verkoper loop je die dan na in de winkel. ‘Daarom kunnen we zo goedkoop zijn.’

Ik ben er zeker vier uur mee bezig geweest, zeg ik. Het was nog een heel gedoe. Pjotr knikt begripvol. Het programma is nieuw en vertoont nog wat gebreken. Maar het ziet er toch aardig uit, vindt hij wanneer hij mijn ontwerp inspecteert. ‘Rood. Dat is eens wat anders.’ Zijn ouders hebben het ook.

Ik ben hier en daar nog wel wat vergeten. Zoals grepen op de kasten, waar ik domweg niet aan heb gedacht. En apparatuur, waarvan ik niet wist dat je die bij de IKEA kon kopen. ‘We hebben alles’, zegt Pjotr. Systematisch werken we zijn checklist af. Op de rode kastjes past mooi een walnoothouten blad. Daar mag je geen hete pannen op zetten, waarschuwt Pjotr. Maar dat mag eigenlijk op geen enkel blad.

Om te koken: heb ik al eens aan inductie gedacht? Veiliger, zuiniger en sneller dan gas. Wel duurder in aanschaf. ‘Maar dat haal je er op termijn uit.’ En het schoonmaken is een eitje. Doekje erover, klaar. Verkocht, zeg ik; topkoks koken er tenslotte ook op. Ik besluit tot een zelfreinigende oven – ‘die kan alles’ – en een stoere brede koelkast. ‘Chic’, prijst Pjotr. Stoomoven? Nee. Espressomachine? Nee.

De vitrinekastjes boven het aanrecht laat ik op zijn aanraden vallen. Leuk, die ruitjes. ‘Maar het wordt snel vettig.’ Het is een trend geweest om helemaal geen bovenkastjes op te hangen. Dat zag er mooi strak uit, zegt Pjotr. Maar waar laat je dan je spullen? Aan de onderkant krijg ik anderhalve spoelbak voor de afwas en lades voor de pannen – nooit meer op de knieën. En voor mijn kruidenkast heeft de Zweedse winkelketen dé oplossing, zegt Pjotr. Hij trekt een ondiepe brede la open. De bodem heeft een golfpatroon waarin glazen kruidenpotjes keurig naast elkaar liggen. Voor mijn geestesoog verschijnt een nooit eerder geopenbaard visioen van een geordende kruidenkast. Doen, zeg ik.

Als we de laatste hand leggen aan het ontwerp, begin ik te twijfelen. Is dat rood niet erg rood? Geen zorg, zegt Pjotr. Als het me de keel uithangt, hoef ik er alleen maar nieuwe deurtjes voor te hangen. Op de binnenkant zit 25 jaar garantie.

Tweeënhalf uur later sta ik buiten met een schets van mijn nieuwe IKEA-keuken. Kosten: 6.500 euro. Niks mis mee, op de kleur na misschien. Alleen: het is een keuken die ik zelf had kunnen bedenken – ik héb hem ook zelf bedacht. Een keukenman met visie moet meer uit mijn keuken kunnen halen, denk ik.

Visie hebben ze bij Arclinea, een Italiaanse keukeninrichter uit de topcategorie. In de showroom in Breda spettert het van de roestvrijstalen kookeilanden, aanrechtbladen van glanzend Carraramarmer en kasten van larikshout.

Dit is de winkel van Guido Lamet. Guido, 28 jaar, lichtblauw gekreukeld pak, komt uit een familie van keukenverkopers. Zijn vader doet het, zijn broer ook. Er waait een nieuwe wind door de keuken, zegt Guido, terwijl hij een kopje voortreffelijke espresso serveert. Strak en opgeruimd zijn uit. De nieuwe trend is huiselijkheid. Steekwoorden: gezellig, leefbaar, dynamisch. De keuken van nu heeft meer functies dan koken alleen. Er kan een zitje in. Planten mogen ook weer. Zelfs boeken zijn welkom.

Ik zie het al, zegt hij na een snelle blik op de plattegrond van mijn keuken die langwerpig van vorm is. Te klein voor de huiselijkheidstrend. ‘Dit vraagt om een ruimtelijke, rustige keuken, met behoud van de zichtlijnen.’ De kleur? Matwit, adviseert Guido. Verveelt nooit en valt altijd goed, wat handig is als je je huis ooit verkoopt. Hij tekent diepe, brede laden voor pannen en voorraden, met stevige grepen. Greeploos is een tijd in geweest. Maar de greep is helemaal terug. ‘Serieuze grepen.’

De koelkast bestaat louter uit laden; het nieuwste van het nieuwste. Erg overzichtelijk, nooit meer vergeten potjes achterin. Om te koken krijg ik inductie én gas, hoef ik niet te kiezen. De oven staat apart, zodat de pannen gemakkelijk in de kast onder de kookplaat kunnen. Het aanrechtblad wordt van oyster grey composiet, een keiharde kunststeen, met dwars daarop een tafelblad van grijs eiken om aan te zitten. ‘Staat heel chic bij matwit.’

De bovenkastjes zijn smal om een gevoel van ruimte te houden en worden uitgevoerd in dezelfde kleur als het tafelblad. ‘Dat is typisch Italiaans, dat spelen met kleuren.’ Mag ik ook zo’n geinig daglichtlampje voor verse kruiden op het aanrecht? Natuurlijk, zegt Guido.

Drijvend op wolken van pril keukengeluk rij ik terug naar huis, naar mijn oude grauwe keuken. Een week later valt de offerte in de bus: 31 duizend euro. Dat kan thuis aan de keukentafel een probleempje worden. En zou het wel echt zo handig zijn, een tafel aan het aanrecht? Tijd om op zoek te gaan naar een derde weg.

Waar kan ik die beter vinden dan bij Mandemakers, de grootste keukenverkoper van Nederland? De Mandemakers Groep heeft 200 vestigingen, 4.500 medewerkers, 1 miljard omzet per jaar. En het begon allemaal in het Brabantse Kaatsheuvel, waar Ben Mandemakers in 1977 een showroom opende in de oude varkensstallen van zijn vader. Ik word ontvangen door Stefan (31), een representant van de tweede generatie Mandemakers. Uit de demonstratiekeuken komt de geur van versgebakken appeltaart. ‘Koffie?’

Zijn vader, vertelt Stefan, ging nog in de auto nieuwbouwwijken af. ‘Overal waar een hoop zand lag, belde hij aan.’ Vader is nog steeds de baas. Stefan is verantwoordelijk voor de Mandemakers-formule.

We gaan eerst sfeer proeven, zegt Stefan, terwijl hij me rondleidt. Val ik voor strak of gezellig, stoer of romantisch? Wat dat laatste betreft: het tuttige Britse countrygedoe is uit. De trend is ‘nieuw landelijk’: steen, hout, roestvrij staal. ‘Eco’, onderstreept Stefan. Dikke aanrechtbladen, kasten van steigerhout, beton. De kleurstelling is minimalistisch: wit op grijs, wit op wit.

Ik weet het niet, zeg ik weifelend.

Stefan bestudeert de plattegrond en de foto’s die ik heb gemaakt van mijn oude keuken – hij is de eerste die dat doet. Dan stelt hij zijn diagnose. ‘Ik zie een strakke keuken van robuuste materialen.’ Geen etalage, maar een werkplaats. Hij verzamelt stalen bij elkaar. Kiezelgrijze kasten in Piet Boon-stijl. Een wit aanrechtblad. ‘Wit?’, zeg ik ongelovig. Heus, meent Stefan, ik zal zien hoe mooi het is. Hij pakt een vel ouderwets ruitjespapier en begint te tekenen. Om te beginnen een paar gewone kasten in de hoek, met een vierkante spoelbak. Dan twee brede ladekasten met het fornuis ertussen en dwars daarop een tafelblad van witgewassen eiken.

Magnetron? Nee. Fornuis? Ja, maar wat? Gas, beslist Stefan. ‘Echt vuur geeft toch nog altijd het ware kookgevoel.’ Een stoere keuken vraagt om een stoer fornuis. Niet zo’n nichterig Italiaans glimding, maar een Amerikaanse Viking, de Land Rover onder de gasfornuizen. 4.000 euro, maar hij gaat een leven lang mee.

Boven het aanrecht hangen we een stevige plank, suggereert Stefan. ‘Om een mooie fles olijfolie op te zetten of je Marokkaanse tajine. Staat gezellig.’ Tegen de achterwand doen we eens geen tegels, maar schoolbordverf. Afwasbaar en reuze handig. ‘Kun je opschrijven wat je ’s avonds gaat eten. We hebben het in een andere showroom. Ziet er echt leuk uit.’ Als laatste een koelkast en een servieskast in dezelfde kleur.

‘Hoeveel gaat dat kosten?’, vraag ik als hij bijna klaar is, verbaasd dat we het nog geen moment over geld hebben gehad. Naar een budget vraagt hij nooit, zegt Stefan. ‘Dan ga je daar zo naartoe rekenen. Dan ben je niet vrij meer.’ Bovendien kan hij praktisch dezelfde keuken maken in een goedkope en een dure uitvoering. Kwestie van materiaalgebruik.

Het zal rond de 16 duizend euro zijn, schat hij. Inclusief het peperdure fornuis. Ik krijg de schetsen mee. De offerte wordt nagestuurd. Een week later valt hij in de bus: 17.500 euro.

Ik leg de drie offertes naast elkaar: de basic IKEA, de designkeuken waarmee ik zó de woonbladen in kan en de Mandemakers, een aantrekkelijk compromis. Welke ik ook neem, het blijft een hoop geld. Als ik nou eens zou beginnen met zo’n handige kruidenla?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden