Eén kerncentrale beter dan 6000 windmolens

Een kerncentrale levert evenveel energie als 6.000 windmolens, is veel goedkoper en schoner, en vriendelijker voor dieren, betoogt Sjef Peeraer....

Het kabinet wil CO2-arme energieopwekking stimuleren en heeft daarom de ambitie in 2020 6.000 megawatt (MW) aan windenergie op zee te installeren. Het kan beter de bouw van één of meer kerncentrales stimuleren. Dat is vaker beweerd, maar recente ontwikkelingen en harde cijfers laten zien dat dit beter is voor mens, dier én klimaat.

Het kabinet wil ernst maken met de CO2-reductie, het broeikasgas dat volgens de meeste klimaatexperts significant bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Dat moet volgens het kabinet met ‘duurzame’ middelen en de keuze is vooral gevallen op windmolens.

Het realiseren van die 6.000 MW op zee vergt ongeveer 25 miljard euro aan investeringen: 4 tot 9 miljard voor een zogeheten ‘stopcontact op zee’ en minstens 18 miljard voor de ongeveer 2000 windmolens zelf. Windenergie is zonder subsidies verre van rendabel, en daarom zal het grootste deel van dit bedrag met belastinggeld worden gefinancierd.

Omdat het niet altijd waait, produceren deze 2.000 molens gemiddeld evenveel stroom als één kerncentrale van 2.500 MW. De kerncentrale past op een voetbalveld, maar 2.000 windmolens bestrijken een oppervlakte groter dan de provincie Utrecht. De kerncentrale kost bovendien slechts 5 miljard en kan privaat worden gefinancierd, waardoor schatkist en belastingbetaler buiten schot blijven.

Daarbij staat een moderne kerncentrale 60 jaar. Windturbines worden ontworpen voor een maximum levensduur van 20 jaar, en moeten om veiligheidsredenen daarna worden ontmanteld. Als men dus 60 jaar wind op zee wil ‘oogsten’ zijn er niet 2.000, maar minstens 6.000 turbines nodig, waardoor het getal van 25 miljard nog eens fors omhoog kan gaan als de kosten in 2020 nog niet voldoende zijn gedaald.

Ook is een kerncentrale beter tegen klimaatverandering. Een kerncentrale veroorzaakt – van bouw tot ontmanteling – even weinig broeikasgas per kWh als een windmolen. Met het geld dat de overheid bespaart door windenergie niet te subsidiëren kan nog veel meer CO2 vermeden worden, bijvoorbeeld door besparingsprogramma’s op te zetten voor de isolatie van oude woningen. Daar is nog veel winst te behalen.

Bovendien zijn kerncentrales veel diervriendelijker. Een gemiddelde windturbine in Nederland veroorzaakt 30 dodelijke vogelslachtoffers per jaar. Voor 2.000 molens op zee zou dit resulteren in 60.000 dode vogels per jaar. En de duizenden holle windturbinemasten onder water veroorzaken helse geluiden voor vissen en zeezoogdieren, die het paargedrag beïnvloeden en leiden tot onherstelbare gehoorschade.

Ten slotte is er de technische onzekerheid. Nergens ter wereld hebben windturbines op zee het lang uitgehouden. Bij alle proefprojecten blijkt de zee een venijniger effect te hebben op de turbines dan verwacht, waardoor deze het voortijdig begeven. De verzakkende windmolens voor de Noord-Hollandse kust zijn daarvan een treffend voorbeeld.

Kerncentraletechnologie is daarentegen volwassen. Tjernobyl-achtige rampen, veroorzaakt door slecht opgeleide operators in een totalitair systeem, zijn in een moderne, democratische wereld ondenkbaar. De hoeveelheid radioactief afval is nu al klein, wordt met nieuwe technologie steeds kleiner, en is tot in de eeuwigheid veilig op te slaan.

Al deze informatie is bekend en cijfermatig onomstreden. Waarom laat de overheid zich dan toch verleiden tot het doen van miljardeninvesteringen in een onzekere, en zeker niet rendabele en weinig milieuvriendelijke manier van energieopwekking? Het heeft er alles van weg dat de grootindustriële lobby van windmolenfabrikanten en -ontwikkelaars – zelfs na het faillissement van Econcern – de ambtenarij in een groene houdgreep heeft. Het is te hopen dat Den Haag dit tijdig inziet.

Waarschijnlijk is dit echter niet, want de politiek vindt dat die 2.000 windmolens er koste wat het kost moeten komen. De exorbitante uitgaven worden op de burger afgewenteld. Consumenten en bedrijven die dit inzien, moeten kiezen voor schone energie die zonder subsidies is opgewekt. Net zoals de consument kan kiezen voor groene stroom bij diverse energieleveranciers, kan hij ook voor 100 procent kernenergie kiezen – al is daar in Nederland maar één leverancier van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.