Een keertje of wat vergaderen per jaar

Na het omvallen van de banken lijken de zorginstellingen aan de beurt. In een tijdsbestek van enkele weken kwamen drie grote zorgclubs in enorme financiële problemen.

Van onze verslaggevers Gijs Herderscheê en Natalie Righton

Niet de kredietcrisis, maar financieel wanbeleid is oorzaak van de problemen in de zorg. Thuiszorgorganisatie Meavita balanceert op het randje van faillissement doordat het contracten afsloot onder de kostprijs. Gehandicapteninstelling Philadelphia raakte in de problemen door onverantwoorde investeringen in gebouwen. De deze week geredde IJsselmeerziekenhuizen gingen ten onder aan financieel wanbeheer.

Alleen al aan de redding van de IJsselmeerziekenhuizen draagt de belastingbetaler zo’n 33 miljoen euro bij. Dat maakt de vraag prangend hoe dit heeft kunnen gebeuren. Zorginstellingen hebben allemaal raden van toezicht die de directie op de vingers moet kijken. In praktijk kijken die echter toe hoe miljoenen euro’s het raam uitvliegen en grijpt niemand in.

Toezichthouders in de semipublieke sector zijn dikwijls mensen die het vak ‘er een beetje bij doen’, verklaart Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit Maastricht een deel van de problemen. Ze komen een paar keer per jaar bijeen voor een vergadering, de rest van de tijd hebben ze een andere baan. Tijd voor diepgravend onderzoek naar het functioneren van de directie van zo’n ziekenhuis is er dus nauwelijks. ‘Bovendien’, zegt Groot, ‘je moet stevig in je schoenen staan om directeuren die de hele dag met het besturen van zo’n ziekenhuis bezig zijn eventjes te vertellen dat alles anders moet.’ De sfeer is er vaak niet naar om de confrontatie te zoeken, denkt de hoogleraar. ‘De sociale druk is hoog: het moet natuurlijk wel gezellig blijven.’

‘Toezichthouders zijn vaak slecht geïnformeerd over de financiële positie van een zorginstelling’, zegt ook Léon Lodewick, auteur van het boek Ziekenhuizen veranderen. De toezichthouders zijn voor hun informatie vaak afhankelijk van de directie en die hebben er lang niet altijd belang bij de vuile was buiten te hangen.

Lodewick werkte als adviseur van de minister bij de IJsselmeerziekenhuizen toen deze failliet bleken en als interim-directeur bij een reeks andere ziekenhuizen. ‘Als lid van de raad van bestuur heb ik mij zelden zenuwachtig gevoeld voor een ontmoeting met de raad van toezicht’, zegt Lodewick. ‘Het waren bijna altijd rustige, ontspannen vergaderingen, waar nauwelijks een kritische vraag werd gesteld.’

Beide zorgdeskundigen pleiten voor een kritischer selectie van toezichthouders. Op dit moment heeft de directie van het ziekenhuis vaak invloed op de benoeming. Dus degene die de directie moet controleren, kan door diezelfde directie worden voorgedragen. Groot: ‘U zult begrijpen dat de raden van bestuur niet altijd belang hebben bij de meest kritische en sterke toezichthouders.’

Het ontbreekt volgens Lodewick aan ‘toezicht op het toezicht’. Als de raad van toezicht van een ziekenhuis nu niet functioneert, kom je bijna niet meer van ze af, zegt Lodewick. ‘Er is niemand die ze kan ontslaan.’ Dit in tegenstelling tot toezichthouders van bedrijven – de raad van commissarissen – die naar huis kunnen worden gestuurd door de aandeelhouders.

De oplossing voor het toezicht op zorginstellingen is allerminst simpel, zeggen Groot en Lodewick. De Maastrichtse hoogleraar filosofeert over een ‘revolutie’ door een soort aandeelhouderschap bij zorginstellingen te introduceren. Die ‘aandeelhouders’ zijn bijvoorbeeld omwonenden van een ziekenhuis, de potentiële patiënten.

Groot: ‘Waarom zou je mensen die gebruik maken van een ziekenhuis en groot belang hebben bij de kwaliteit geen invloed geven?’

Lodewick is het daar niet mee eens: ‘Ook klanten zullen het een directie niet moeilijk maken.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden