Een Karamojong met aids kan tien vrouwen hebben

Oeganda heeft de aidsepidemie redelijk onder controle, maar in Karamoja-regio groeit het aantal patiënten snel...

Of we de mensen die ze in haar kliniek behandelt, toch vooral geen patiënten willen noemen. Natuurlijk, de vrouwen die naast haar op een bankje in de Kodo-kliniek zitten zijn allemaal besmet met het aids-virus, maar zelf noemt verpleegster Patience haar vrouwen liever ‘klanten’. ‘Kijk nou zelf’, zegt ze, ‘ze zien er toch helemaal niet ziek uit?’

We moeten zuster Patience gelijk geven – en gelukkig maar. Wie aidspatiënten in Afrika associeert met uitgemergelde mensjes, zal dat beeld hier, in Kotido in het kurkdroge noordoosten van Oeganda, stevig moeten bijstellen. De goedlachse vrouwen naast zuster Patience, gehuld in fleurige gewaden, zitten vol levenslust. Wekelijks halen ze hun aidsremmende medicijnen. Ook in Afrika hoeft iemand die besmet is geraakt met de ‘slim disease’ niet langer te vrezen voor een snelle dood.

De vrouwen die ‘klant’ zijn bij zuster Patience, zijn nagenoeg allemaal positief getest tijdens een zwangerschap. Omdat zuster Patience beschikt over medicijnen als nevaparine wacht pasgeborenen niet langer het gruwelijke lot dat zij het virus automatisch van hun besmette moeders krijgen. Als ze tóch besmet worden geboren, dan kan een vroegtijdige behandeling zeker 75 procent van de baby’s het leven redden.

Tot zover het goede nieuws, aan de vooravond van Wereldaidsdag (1 december). In het kliniekje van de zusters Patience Ajok, Sarah Lillian en verpleger Calvin Eretu, helden die werken voor een loontje van nog geen 200 euro per maand, zijn niet alleen vrolijke hiv-patiënten te zien. We vinden er ook Njanga Bosco, een man van 23, die stilletjes op een bed ligt. Hij lijdt, hij meldde zich veel te laat. Hij moest worden opgenomen. Zuster Patience: ‘Onze mannen zijn trots, ze willen niet voor hun ziekte uitkomen, ze beschouwen hiv-besmetting als een stigma.’

Malaria, tuberculose, oogziekten, ‘gewoon’ honger – Calvin, Sarah en Patience weten niet beter, maar aids is een ziekte die pas onlnags de Karamoja-regio bereikte. De Karamojong, trotse krijgers die het als een eer beschouwen om elkaars vee te stelen, vormden jarenlang een afgezonderde en gemarginaliseerde etnische groep binnen Oeganda. Stak in de rest van het land de aidsepidemie in de jaren tachtig de kop op, en lijkt de ziekte, mede door de voor Afrika voorbeeldige aidspolitiek van president Museveni, redelijk onder controle, de Karamoja heeft de laatste jaren juist een snelgroeiend aantal aidspatiënten.

‘Het verspreidt zich als een bushfire, een veenbrand’, zegt zuster Patience. De reden? De Karamojong zijn niet langer geïsoleerd. De mannen zelf zijn ver weg met hun kuddes waar ze met hun kalasjnikovs soms andere stammen aanvallen en vrouwen tot seks dwingen. Ook werken ze meer en meer in de steden, waar ze vriendinnen hebben. Een veenbrand: eenmaal thuis, besmetten ze hun vrouwen – een Karamojong kan wel tien vrouwen bezitten. Nog een bron van verspreiding: sterft een man, dan gaan zijn vrouwen naar zijn oudste broer.

In 2005 had de kliniek in Kotido ‘nog maar’ 50 ‘aidsklanten’, nu zijn dat er ruim 600, zegt zuster Patience: 400 vrouwen, 34 kinderen en 180 mannen. ‘Maar het moeten er veel meer zijn. Lang niet iedereen, en zeker de mannen niet, komt naar de kliniek.’

‘We moeten de mannen zien te bereiken’, zucht zuster Patience, ‘ze moeten condooms gaan gebruiken, ze moeten hun leven beteren.’ De goedlachse vrouwen naast haar zijn inmiddels wat minder goedlachs. ‘De mannen luisteren niet naar ons. Thuis hebben we niets te vertellen. Dat is onze traditie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden