Een kapstok voor nostalgie

Door

Daar is hij weer, terug van nooit helemaal weg geweest: Paul Vlaanderen, de hoorspeldetective die hele gezinnen aan de radio gekluisterd hield in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Niet alleen begint maandag bij de NTR op radio 5 een heel nieuw avontuur van de oude held, ook gaat zondag van het Thrillertheater een nieuw Paul Vlaanderen mysterie in première op het toneel.


Dat is toeval, maar het laat wel zien hoe Paul Vlaanderen tot het Nederlands erfgoed hoort.


Hij is het spook in de kast dat altijd weer opduikt, zegt Marlies Cordia van de Hoorspelfabriek, een bedrijf dat hoorspelen maakt en uitgeeft op cd. Wie het heeft over het hoorspel heeft het over de grindbak, de familie Doorsnee, Sprong in het Heelal én over Paul Vlaanderen, 'de klompen en molens van de Nederlandse hoorspeltraditie'.


'Duitsland en Frankrijk hebben een traditie op het gebied van hoorspelen', zegt Bert Kommerij, de regisseur van de NTR-reeks. 'En wij hebben Paul Vlaanderen.'


Het is een naam uit de overlevering, zoals Ko van Dijk dat is voor het theater. Kommerij (46) hoorde nooit een aflevering, en voor Cordia, die 60 is, is Paul Vlaanderen een herinnering uit haar kindertijd.


Paul Vlaanderen was gebaseerd op de reeks Paul Temple van de Engelse schrijver Francis Durbridge. In Nederland werd de eerste aflevering in 1939 uitgezonden, de laatste in 1969. Per seizoen werden een of twee 'mysteries' opgelost die ieder zes tot acht afleveringen ('episodes') telden. De serie werd in Nederland geproduceerd en uitgezonden door de AVRO, en was zo populair dat de acteurs zakken vol post kregen, van de kraamverzorgster die wilde helpen bij de bevalling van Pauls vrouw Ina, jonge ouders die lieten weten hun zoon naar Paul te hebben vernoemd, tot mensen die Ina vroegen waarom ze elke keer toch zo schrok van een ontdekking.


De meeste opnamen zijn verloren gegaan, maar uitgeverij Rubinstein heeft wat bewaard is gebleven in de afgelopen jaren opnieuw uitgebracht. Wie nu luistert naar Paul Vlaanderen en het Alex-Mysterie, Paul Vlaanderen en het Milbourne-Mysterie of Paul Vlaanderen en het Margo-Mysterie hoort alles wat het hoorspel een slechte naam bezorgde. De overdreven dictie, waarin vooral de op en top Britse uitspraak opvalt van alle eigennamen, inclusief van de naam Paul, wat de achternaam Vlaanderen vreemd misplaatst maakt.


Het brave en rolbevestigende - Pauls echtgenote Ina wordt door hem steevast 'kindje' genoemd, ze mag in het Milbourne-mysterie sputteren wanneer een man in haar bijzijn zegt: 'Ach, u weet hoe vrouwen zijn', maar ze vindt het volkomen normaal dat haar man haar vraagt haar krant even neer te leggen om hem een kopje koffie in te schenken.


Er is de muziek, die bij spannende gebeurtenissen dermate aanzwelt, dat ze eerder op de lachspieren werkt dan onrust oproept. Er zijn de onnatuurlijke dialogen, zoals die waarin de knecht Charlie tegen Ina zegt dat meneer 'nu al vier weken' in het buitenland verkeert. Er is de traagheid, zoals wanneer een kennisje van vroeger wel drie keer met grote nadruk tegen Paul zegt 'Ik ben te jong om te sterven', terwijl hem vlak daarna niet opvalt, dat een boek dat hij in handen krijgt exact die titel draagt.


'Het was leuk, maar het was artistiek niet erg hoogdravend', zei Eva Janssen (1911-1996), die jarenlang Ina speelde naast Jan van Ees als Paul Vlaanderen, in 1986 in een interview in Trouw.


Maar wie naar Paul Vlaanderen luistert, hoort ook, behalve een prachtig tijdsbeeld, een spannend verhaal vol cliffhangers, waarvan je ondanks alles toch wilt weten hoe het afloopt. Je kunt je voorstellen dat de serie voor de luisteraars in de jaren vijftig en zestig was wat Goede Tijden, Slechte Tijden is voor de kijkers van nu. 'Het is gedateerd, maar het was wel heel gedegen en goed geschreven', zegt Cordia. 'Zoals sommige zwartwit films ook nog ijzersterk zijn, al zie je dat ze uit de jaren vijftig komen.'


Wie hoorspel zegt, zegt grindbak: regisseur Bruun Kuijt (53) moet er even om lachen. 'Dat is het eerste waar jongeren aan denken als ze het woord hoorspel horen.' En inderdaad: er stáát een grindbak op het toneel van Paul Vlaanderen en het mysterie van de verzonnen dood. De voorstelling van Het Thrillertheater speelt zich af in het decor van een hoorspelstudio in de jaren vijftig, waar de drie hoofdrolspelers een stoet aan personages voor hun rekening nemen en zelf zorgen voor de geluidseffecten. In het script van Dick van den Heuvel schrijft Paul Vlaanderen een boek en merkt hij dat de personages die hij laat omkomen ook in de werkelijkheid overlijden. Het Thrillertheater speelt met het oubollige imago dat het oude hoorspel aankleeft, de acteurs spreken met de dictie van de jaren vijftig. En je ziet niet wat je hoort. Wie zijn ogen dichtdoet, hoort Ina in een telefoonboek bladeren. Wie naar het toneel kijkt, ziet dat de gerauschmacher, de geluidenmaker, dat doen.


Ook de NTR laat Paul Vlaanderen een nieuw avontuur beleven, verzonnen door wel vier schrijvers, regisseur Bert Kommerij zelf, Paulien Cornelisse, Chris Bajema en Saskia Rinsma. In Paul Vlaanderen en het Tijdsmysterie is, geheel tegen de traditie in, geen sprake van een moord, maar ontwaken de detective en zijn vrouw in 2011, terwijl ze zijn gaan slapen in 1963. Deze Paul Vlaanderen zal drie maanden lang elke dag vijf minuten zijn avonturen gaan beleven. De serie is geschreven voor een doelgroep van zestigplussers, luisteraars die Paul Vlaanderen niet alleen van horen zeggen kennen, maar van zelf naar de radio luisteren. Hij is een kapstok voor nostalgie - zijn verbazing over alles wat in 2011 mogelijk is, roept herinneringen op aan een tijd dat mannen hun hoed nog afnamen om te groeten op straat - dat er überhaupt nog gegroet werd op straat -, dat onbekenden elkaar niet inmiddellijk begonnen te tutoyeren en dat er nog geen platte machientjes bestonden 'met een appeltje erop met een hapje eruit'. Luisteraars kunnen Vlaanderen schrijven om hem te laten weten wat vroeger wel en nu niet meer gebeurt, of wat vroeger niet en nu wel kan, als een soort inburgeringscursus voor 2011.


Het is een mooie manier om de doelgroep van de radio 5 zender Nostalgia te bedienen. En een beetje een privépleziertje, want, zegt Bert Kommerij, die al tien jaar hoorspelen maakt: 'Elke keer als ik vertel wat ik doe, hoor ik de naam Paul Vlaanderen vallen. En nu is hij van mij.'


'Een ode aan een haast verdwenen kunstvorm', prijst Het Thrillertheater zijn voorstelling aan. Maar dat gaat over die molens en klompen van de traditie, want het hoorspel zit de afgelopen jaren in de lift. 'Het is bezig aan een opmerkelijke comeback', beaamt Cordia, die jarenlang bij de publieke omroep verantwoordelijk was voor hoorspelen totdat het genre wegens 'te duur' van de radio werd verbannen. Ooit bestond bij de omroepen een hele afdeling die zich uitsluitend bezighield met hoorspelen, de Hoorspelkern. Daar waren op het hoogtepunt 43 acteurs in vaste dienst, bij de opheffing in 1985 waren dat er nog vier.


Inmiddels heeft de grindbak plaatsgemaakt voor moderne geluidstechniek, en is een meer literaire traditie ontstaan. Zo zond NPS-radio J.J. Voskuils romancyclus Het bureau als langlopende serie uit, net als Marten Toonders Ollie B. Bommel-verhalen en het speciaal voor radio geschreven De moker, over de strijd om de macht op de Amsterdamse wallen in de jaren zeventig.


De oude hoorspelen verschillen van de nieuwe, zoals oude zwartwit films van de nieuwe kleurenfilms, zegt Cordia. 'Nu is alles stereo, toen was het mono, nu komt veel geluid uit de computer, toen werd er veel ter plekke gemaakt, en vooral: de verhalen zijn veel gelaagder. Het flitst van links naar rechts, als filmshots.'


Dat is een reden voor de hernieuwde belangstelling, maar het heeft ook met een nieuwe luistercultuur te maken. De opkomst van de iPods en de smartphones maakt dat iedereen overal op elk moment ergens naar kan luisteren. Naar muziek, maar bijvoorbeeld ook naar luisterboeken, die allang niet meer alleen voor blinden worden gemaakt. En naar hoorspelen, een genre dat bij uitstek is geschikt voor eenpersoonsbeluistering.


'Het hoorspel is kamermuziek', zei regisseur Ad Löbler, die jarenlang verantwoordelijk was voor hoorspelen bij de VARA, daar ooit over. 'Het is gericht op de enkele luisteraar in een kamer en niet met zijn allen in een zaal. Je bereikt mensen die vrij geïsoleerd zijn. Dat betekent dat je alles op huiskamerformaat moet maken. Micro micro. De microfoon is een verkleinapparaat.'


Voor acteurs is dat soms moeilijk: ze hebben geen schmink, geen kostuum, geen decor, geen hulpmiddelen. Wie boos moet zijn, moet boos klinken in plaats van er boos uitzien. Cordia vertelt over de Max Havelaar van haar Hoorspelfabriek, waar personages in een koets zaten en de acteurs, voor het juiste stemgeluid, zaten te wippen op hun stoel. Voor A.F. Th.'s Het schervengericht speelden Rik Launspach en Jack Wouterse schoonmakers in een gevangenis. 'Die hebben we dweilen en stokken gegeven en flink aan het boenen gezet.'


Juist dat er geen beeld is, alleen geluid, is wat hoorspelen zo aantrekkelijk maakt. De fantasie wordt geprikkeld. Het lijkt op lezen van een boek: de luisteraar maakt, net als de lezer zijn eigen beelden. Cordia met haar hoorspelachtergrond, zit vaak met haar ogen dicht in het theater te luisteren. 'Het beeld klopt regelmatig niet met wat je hoort. Dan heeft iemand een oud hoofd maar een jonge stem. Of ik denk: dat lijkt altijd zo'n schattebout, maar er zit iets gemeens in zijn stem.'


Kijken met je schedeldak, noemde de Amerikaanse regisseur Orson Welles het. En hoorspelmaker Léon Povel, de regisseur van Sprong in het heelal dat grote bekendheid genoot in de jaren vijftig, zei het aan het eind van zijn carrière zo: 'Hoorspel is omgekeerd theater. In het theater maakt het beeld, het uiterlijk, duidelijk wat er in het innerlijk omgaat. In het hoorspel maakt het innerlijk duidelijk wat de uiterlijke situatie is.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden