Een kankerpatiënt voert geen 'strijd'

En nu wil ik het niet meer horen: 'Ik sta op tegen kanker!' Wekenlang hoor ik het al, op radio en tv. Wij met z'n allen voeren een bikkelharde 'strijd' tegen de gevreesde ziekte. Goed hè, van ons?


Niet dat ik iets heb tegen deze actie van de KWF Kankerbestrijding. Dat al die politici, zangers en andere BN'ers zich belangeloos inzetten is heel nobel. Ook ik zou graag willen dat 'we in de toekomst geen dierbaren meer aan kanker verliezen'. Evenmin aan hartinfarcten, hersenbloedingen en spierziektes trouwens.


Natuurlijk moet je, als je het hebt, geld geven. Vooral als het gaat om onderzoek. Gedurende de 'Sta op'-actie meldden zich tot nu toe 40 duizend nieuwe donateurs bij het KWF. Eigenlijk beschamend weinig voor een land met 17 miljoen inwoners.


Het is dat hovaardige, parmantige 'Ik sta op!', dat me dwarszit. Het idee dat het kale kindje dat in de campagne figureert, 'dankzij jou!' eerder naar huis mag.


De aanmatigende gedachte dat je, door rond te lopen in een T-shirt , bedrukt met de naam van jouw geliefde kankerpatiënt (5 euro naar het KWF), die persoon 'steunt'. Ik zou zeggen, doneer die euro's, maar ga een keertje vaker op bezoek.


Het is, nog meer, het woordje 'strijd' dat me tegenstaat. Strijd tegen kanker. Een gevecht, een battle. Kanker 'overwinnen'. Daar horen vanzelfsprekend bij: 'een ongelijke strijd' en 'het gevecht verliezen'. Het zijn maar woorden. Woorden die we gebruiken om over een lastig onderwerp te praten. Maar achter die woorden gaan misvattingen schuil.


Het is nu bijna 18 jaar geleden dat wij als gezin een half jaar lang zo'n beetje woonden op een afdeling kinderoncologie. De dagen waren lang, daar op dat zaaltje vol doodzieke kinderen. Niemand stond op. We zaten, dag en nacht, aan het bed van ons kind en doodden de tijd, terwijl de chemo door de infusen stroomde.


Van strijd was weinig te merken. Er klonk geen wapengekletter door de holle ziekenhuisgangen. Wel hingen overal posters van liefdadige instellingen, bij wie je als 'kankerpatiëntje' een wens mocht doen, of die je mee naar de Efteling wilden nemen. Als je daar tenminste niet te misselijk voor was. Ineens waren wij verzeild binnen ín de wereld van de acceptgirokaarten, niet daarbuiten. Precies waar je niet wilt zijn.


Gek genoeg werd het leven in dit mini-universum snel alledaags. Sinterklaas kwam gewoon langs, net als de schooljuf. Na enige tijd kende we alle Bassie- en Adriaanfilms uit ons hoofd, en konden we alle Sesamstraat-liedjes meezingen.


We deden spelletjes en maakten grappen, om de stemming erin te houden. Welwillend gedoogden de kinderen de almaar voor hun bedden springende cliniclowns. Dat niemand haar had, viel op den duur niet meer op.


Maar wat nooit wende, was dat er elke paar weken wel een zaalgenoot doodging. Een leeg bed. Ouders met een koffer bij de lift, zonder kind. Een kind dat net zo hard had gehoopt op genezing als de rest van het zaaltje. Dat later piloot had willen worden, of zangeres. Dat graag nog een keertje Sinterklaas had gevierd. Zijn ouders hadden al die tijd in hetzelfde moeras tussen hoop en vrees gedreven als wij. Ons zoontje genas, al die anderen niet - waarom? Alsof een boosaardige God daarboven verveeld met een dobbelsteen gooide.


Sindsdien heb ik een afkeer van die krijgshaftige terminologie rondom kanker. Een kankerpatiënt voert geen strijd, maar ondergaat een nare, zware behandeling. Als hij die overleeft is hij geen held, geen overwinnaar, maar een geluksvogel. De ontspoorde cellen besluiten zelf, buiten onze wil om, of ze reageren op een behandeling.


Strijd - dat woord impliceert dat de eerlijke winnaar met de eer strijkt. Wie héél erg zijn best doet, mag straks de beker omhoog houden.


Het woord zegt daarmee ook dat de verliezer zich niet hard genoeg heeft ingespannen, en met gebogen hoofd de arena dient te verlaten. In het geval van kanker is dat een afschuwelijke metafoor.


Ja, de artsen voeren strijd, en de onderzoekers. Zij boeken resultaten, al gaat het langzaam. Hen mag je gerust helden noemen, al zullen ze zelf zeggen dat het gewoon hun werk is.


Kennelijk vinden we het zo vanzelfsprekend dat succes onze eigen verdienste is - 'je doelen stellen', 'je toekomst visualiseren' - dat we ons niet kunnen voorstellen dat zoiets heroïsch als genezen van kanker een kwestie van pech of geluk is.


Sta niet op, maar blijf zitten, met een laptop op schoot. En maak geld over.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden