Een kampioen in het diepst van zijn gedachten

Niels Kruller heeft het onlangs nog eens uitgerekend. In het jaar 2000 wordt Carl Lewis 39 jaar. Wereldrecordhouder Mike Powell bereikt dan de 37-jarige leeftijd....

TIM OVERDIEK

Van onze verslaggever

Tim Overdiek

AMSTERDAM

Ja, waarom niet? In zijn regelmatige dagdromerijen ziet de negentienjarige Amsterdammer het al voor zich. Hij zal tegen die tijd zeker verder dan 8.50 moeten springen om de concurrentie te kunnen pakken. 'Die laatste, winnende afzet heb ik al in gedachten. Het is de allerlaatste sprong van de wedstrijd, en ik win met vier centimeter voorsprong.'

Olympisch goud, een jongensdroom.

'Vroeger, als c-junior, deed ik in de huiskamer altijd al alsof ik aan het verspringen was. Ik ga 6.66 meter springen, riep ik er dan bij.' Niet veel later bereikte Kruller inderdaad die afstand, goed voor de nationale titel in zijn leeftijdsklasse. Vijfmaal achtereen won de Amsterdammer het Nederlands kampioenschap.

Hij heeft nog een lange weg te gaan, maar is zich bewust van zijn talent 'dat net boven het gemiddelde ligt'. Hard werken, luidt derhalve het parool, hetgeen aan de universiteit van Moscow, Idaho, sinds een jaar in combinatie met een studie sportpsychologie gebeurt. In de aardappelstaat traint Kruller onder leiding van Mike Keller, de man die meerkamper Dan O'Brien uit de goot oppikte en naar de wereldtitel en het -record voerde.

In huize Kruller viel in 1992 de persoonlijke uitnodiging van Keller in de bus. Niels Kruller was juist een artikel over O'Brien aan het lezen, en kwam tot de ontdekking dat de naam van diens trainer overeenkwam met de adressant uit Idaho. Lang hoefde vervolgens niet nagedacht te worden over de eervolle invitatie, al vergewisten Kruller en diens vader zich wel over de werkelijke intenties van het scholarship.

In Tucson, Arizona, was Kruller namelijk ook welkom geweest. 'Maar daar zag de universiteitscoach me slechts als verspringer, en niet als atleet.' Hoewel presteren vanzelfsprekend voorop staat, heeft Keller het afgelopen jaar met name oog gehad voor de fysieke ontplooiing van zijn Nederlandse pupil. 'Ik heb me nooit hoeven forceren. Bij het minste of geringste pijntje word ik direct naar de fysiotherapeut gestuurd, en mag ik pas weer met trainen beginnen wanneer dat toegestaan is.'

Zoals menig andere buitenlandse student heeft ondervonden, biedt het Amerikaanse universiteitssysteem 'een perfecte combinatie van opleiding en sport'. Hetgeen echter niet wegneemt dat de mentaliteit in het aartsconservatieve Idaho, waar de levensmoede schrijver Ernest Hemingway zich een kogel door de kop joeg, Kruller mateloos tegen de borst stuit. Hij is vastbesloten. 'Ik zal er nooit blijven wonen.'

Commentaar wordt er niet op prijs gesteld, en alleen dat al valt volkomen verkeerd bij de atleet die geenszins om een woordje verlegen zit. 'Alles moet er het beste zijn, het grootste, en het mooiste. Daardoor worden de rijken er rijker, en de armen steeds armer. Ik heb iets te linkse opvattingen om me daarbij neer te leggen. Ik stem D66, dat is daar superlinks. Ik moet goed oppassen wat ik verkondig.'

Egocentrisme is de manier om het hoofd boven water te houden, ondervond Kruller. Zeker in de Amerikaanse sportcultuur, waar de eeuwige competitie geen ruimte biedt voor mededogen. 'Keller weet precies wat hij van je verlangt, kan soms heel kritisch zijn. Denk je bijvoorbeeld dat je goed hebt gelopen, zegt-ie dat je techniek nergens op lijkt.'

Het zijn aanmerkingen die Kruller op waarde weet te schatten. De keuze voor sport was weloverwogen en onvoorwaardelijk. 'Dus ik wil hard trainen, goed gedoseerd, in ieder geval mijn talent niet vergooien.' Dan O'Brien, met wie hij sprinttrainingen doet, drukt het hem geregeld op het hart. 'Sla niet dezelfde weg in als ik heb gedaan.'

De beste tienkamper ter wereld dompelde zich onder in drugs en drank totdat hij eind 1987 ten einde raad met de steun van Keller afrekende met die levensstijl en vervolgens de atletiek als pepmiddel ging hanteren.

Kruller bespeurt iedere dag een levensgrote obsessie bij O'Brien, 'soms net zo'n verstrooide professor als ik'. De magische grens van 9000 punten, alsmede de Olympische titel in Atlanta over twee jaar, staan in zijn voorhoofd gekerfd. Dat fanatisme inspireert Kruller, zelf niet minder gedreven. 'O'Brien is een goed voorbeeld. Soms laat Keller me zijn schema's afwerken. Een stuk zwaarder, en met minder pauzes.'

In Georgia hoopt Niels Kruller er in 1996 eveneens bij te zijn, om de Zomerspelen voornamelijk als leerschool te doorlopen. 'Ik ben dan pas 21 jaar.' Wat zijn leeftijd betreft, voelt Kruller zich bevoorrecht. Het biedt overigens geen garantie voor een vlekkeloze opmars naar de top. 'Ik bekijk het per jaar. Verder vooruitzien is onmogelijk. Je kunt altijd geblesseerd raken.'

Toch durft Kruller de verwachting uit te spreken dat komend seizoen de acht meter-grens wordt doorbroken. 'Keller beweert dat, hoewel ik zijn voorspellingen wel met een korreltje zout probeer te nemen. Ik moet het eerst maar eens zien.'

Zijn persoonlijk record van 7.60 meter is voor een negentienjarige niet onredelijk, maar gevoelsmatig zit er aanzienlijk meer in. 'Wanneer ik mijn kracht en snelheid kan omzetten in de juiste afzet en daarbij mijn coördinatie kan bewaren, zit er een grote vooruitgang in.'

In Moscow hing Kruller voor het eerst serieus aan de gewichten. Hij betreurt het dat in het verleden bij zijn club AAC nimmer de halters werden beroerd. 'Waar ik vroeger grote moeite mee had, gebruik ik nu als opwarmgewicht.' De toename van zijn musculatuur heeft hem ook in mijn mentaal opzicht sterker in de schoenen doen staan.

Kruller weet precies wat hij wil. Komend weekeinde tijdens de Nederlandse kampioenschappen in Assen beperkt hij zich tot de estafette. Een aanval op de nationale elite, sinds mensenheugenis gevormd door Maas en Mellaard, is uitgesteld tot volgend seizoen. 'Hoewel het hoog tijd is dat de jongere generatie het zaakje overneemt.'

De verspringer, die als tevens toegewijde sprinter waakt voor mogelijk te vroeg afbranden, zet zijn troeven op de juniorenwereldtitelstrijd. Die begint komende woensdag in Lissabon. Kruller heeft het nodige recht te zetten. Twee jaar geleden bezweek de jongste deelnemer onder de druk. 'Ik was zelf nog maar een mannetje, zag die grote tegenstanders en wist niet meer waar ik het had. Aan springen kon ik niet meer denken. Dat zal me nu niet meer overkomen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden