Een juweel waar de wereld jaloers op is

Aanvankelijk een expertisecentrum voor koloniale activiteiten, nu een venster op niet-westerse culturen.

Wat is zo uniek aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) dat het onder geen beding mag verdwijnen? Dat het zich heeft omgevormd van een 'expertisecentrum voor koloniale activiteiten' tot een modern ontwikkelingsmuseum, waar kenners vanuit de hele wereld jaloers op zijn.


Dat is in het kort het eenduidige antwoord van Nederlandse deskundigen, die allen 'geschokt' zijn over het besluit van staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken de subsidie aan het KIT (20 miljoen euro) te schrappen. Volgens directeur Steven Engelsman van het Museum Volkenkunde in Leiden is het KIT met name op het terrein van culturele vorming 'altijd een gangmaker geweest en daarmee wereldberoemd geworden'. Hij noemt met name het Kindermuseum waar sinds de jaren zeventig 'hele generaties' op speelse wijze zijn geïnformeerd over het koloniale verleden en niet-westerse culturen.


Kwaliteiten waar het huidige kabinet geen enkele waardering meer voor heeft, is de ervaring in de volkenkundige sector. 'Dit kabinet is aan het navelstaren en Eurocentrisch gericht', reageert directeur Irene Hübner van het Afrikamuseum in Berg en Dal. 'Het koloniale verleden maakt integraal deel uit van onze geschiedenis. Het lijkt wel of we die niet meer willen kennen.' Oud-directeur Otto Romijn van het Tropentheater: 'De huidige regering is niet dol op zaken die verder gaan dan de Nederlandse grenzen.'


Juist nieuwsgierigheid naar het exotische heeft de basis gelegd voor het KIT, dat is voortgekomen uit een particuliere collectie. De botanicus Frederik van Eeden (vader van de beroemde schrijver) had allerlei wonderbaarlijke voorwerpen verzameld die door reizigers uit de Oost waren meegenomen en die 'ter lehring ende vermaeck' aan het Nederlandse publiek werden getoond (in het in 1864 opgerichte Koloniaal Museum in Haarlem).


Die collectie werd al snel uitgangspunt voor wetenschappelijk onderzoek naar Indische producten als koffiebonen, rotan en parafine. Profijtelijk voor de Nederlandse handel, was het idee daarachter. In de jaren vijftig, het begin van de dekolonisatie, werd de opdracht verbreed. Niet alleen werden meer de 'Nederlandsche Overzeesche gewesten' bestudeerd, maar de tropen in brede zin. Uiteindelijk groeide het Koloniale Instituut, dat in 1926 naar Amsterdam verhuisde, uit tot het moderne ontwikkelingsmuseum dat de deskundigen zo roemen.


Knapen suggereerde dat het Tropenmuseum de deuren niet zal hoeven sluiten als het meer samenwerking zoekt met andere volkenkundige collecties. Maar er wordt al jaren intensief samengewerkt. Zo hebben zeven instituten hun krachten gebundeld in de Stichting Volkenkundige Collecties Nederland. Door efficiënter te werken zal best nog wat te besparen zijn. Maar zo zal sluiting van het Tropenmuseum volgens de deskundigen niet kunnen worden voorkomen. Hübner: 'Er is veel bruikleenverkeer, maar we leggen eigen accenten. Daar dreigt nu een van weg te vallen.'


De eigenheid wortelt in de begintijd van de diverse instituten, zegt Engelsman. Het Tropenmuseum is begonnen als 'expertisecentrum voor koloniale activiteiten', zijn eigen museum als 'koloniale schatkamer' (bewaarplaats van collecties van koningen en anderen). Het Wereldmuseum is geënt op een verzameling 'leuke dingetjes die Rotterdamse reders meebrachten van hun reizen'. Het Museum Nusantara in Delft komt voort uit een collectie die werd ingezet bij de opleiding voor bestuursambtenaren voor Indië. Etnologische collecties (Groningen) uit 'de vergelijkende godsdienstwetenschappen'. En het Afrikamuseum heeft missionaire wortels.


'Wellicht een te grote versnippering', zegt directeur Ton Dietz van het Afrika Studie Centrum. Hij kan zich een discussie over overlappingen en de mogelijke sluiting van een van die instituten voorstellen. 'Maar doe dat in overleg. Ga niet in het wilde weg kappen.'


Dietz vreest vooral de teloorgang van bibliotheek van het KIT, 'die deel uitmaakt van onze culturele erfenis en waar veel mensen en instituten en academici gebruik van maken'. Dietz: 'Die unieke verzameling van 80 duizend foto's, waar gaat die heen? Naar het Waterlooplein?'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden