Opinie

'Een jihad-strijder is nog geen terrorist'

Zijn de Nederlandse Syriëgangers echt zo'n groot gevaar voor ons? Ik denk het niet, schrijft Martijn Stoutjesdijk. 'De stap van strijder voor een goede zaak naar die van terrorist en zelfmoordenaar is een grote.'

De Nederlandse jihadist Yilmaz Beeld Screenshot Nieuwsuur.

Deze week laaide de discussie over Nederlandse jihad-strijders in Syrië weer op. Nieuwsuur was er in geslaagd een voormalig Nederlands beroepsmilitair te vinden die nu uit overtuiging in Syrië vecht en daar soldaten opleidt. De man bleek zijn keuze goed te kunnen beargumenteren en presenteerde zichzelf uitstekend. Dick Schoof - Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid - voelde zich daarop genoodzaakt het Nederlandse volk te waarschuwen voor het gevaar van Nederlandse jihad-strijders. Wanneer deze terug zullen komen in Nederland vormen zij een groot gevaar voor de Nederlandse bevolking, zo betoogde Schoof. Maar waarom zijn zij eigenlijk? Waarom zou iemand die gevechtservaring heeft automatisch ook een gevaar zijn voor zijn (of haar) thuisland?

De Spaanse Burgeroorlog
Tijdens mijn studie heb ik onderzoek gedaan naar het verschijnsel van buitenlandse strijders die vrijwillig in een ander land komen vechten (de zogeheten 'foreign fighters'). Een interessante casus bleek daarbij de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Het overgrote gedeelte van de buitenlandse vrijwilligers in deze oorlog bleek jong (tussen de 21 en 30 jaar) te zijn. Van de vrijwilligers uit Groot-Brittannië behoorde bijna 80 procent tot de laagste sociale klassen, en veel van hen waren werkloos. Hoewel zij vochten voor sociale rechtvaardigheid, bleken de vrijwilligers vaak geen goede kennis van het Marxisme te hebben.

De vergelijking met de Syrië-strijders dringt zich bij mij op. Volgens de AIVD zijn de Nederlandse jihad-strijders allen tussen de 18 en 32 jaar oud; zij zijn voornamelijk derde-generatie-immigranten uit Marokko die een beperkte kennis van het Arabisch en de islam hebben. Zij willen hun broeders in Syrië helpen (waar de westerse machten falen), daarbij aangespoord door het geromantiseerde beeld dat van de strijd in Syrië leeft in de sociale media. Hoewel er geen cijfers bekend zijn over opleidingsniveau en werkloosheid, mogen we aannemen dat - wanneer deze gelijk lopen met die van Marokkaans-Nederlandse populatie als geheel - in ieder geval een deel van de jihad-strijders geen baan had.

 
Waarom zou iemand die gevechtservaring heeft automatisch ook een gevaar zijn voor zijn (of haar) thuisland?

Zijn deze idealistische jongens, die - zoals ze ook aangeven in interviews - zich niet thuis voelen in Nederland, echt zo'n groot gevaar voor ons? Ik denk het niet. De stap van strijder voor een als goed gepercipieerde zaak naar die van terrorist en zelfmoordenaar is een grote. De cijfers heb ik daarbij aan mijn kant: volgens onderzoek van Thomas Hegghammer (dé autoriteit op het gebied van foreign fighters) komt slechts één op de negen buitenlandse strijders terug naar het thuisland met plannen om het Westen en/of het thuisland aan te vallen.

Nu is dat natuurlijk nog steeds een fors percentage, maar laten we daarbij niet vergeten dat er van acht op de negen strijders niets te duchten valt.

Thuisland
Hierbij is het interessant te vermelden dat ik in de literatuur geen enkel geval heb kunnen vinden van een strijder uit de Spaanse Burgeroorlog die in zijn thuisland ook de wapens opnam tegen het (toch anticommunistische) bewind. Dit verschil zou echter verklaard kunnen worden uit het feit dat de vrijwilligers in de Spaanse burgeroorlog op veel plekken als helden onthaald werden; zij waren immers strijders tegen het fascisme. Hoe ironisch is het nu dat de Syrië-strijders, die volgens de meeste Nederlanders aan de 'goede kant' vechten, desalniettemin zo negatief door ons beoordeeld worden.

Mijn advies luidt dan ook in het maatschappelijk debat iets meer begrip op te brengen voor de Nederlandse jihad-strijders. Zij strijden volgens velen aan de goede zijde, vanuit de beste bedoelingen. Wanneer wij hen normaal ontvangen en behandelen, kunnen wij het eventuele gevaar op radicalisering in een vroeg stadium smoren.

Martijn Stoutjesdijk studeerde godsdienstwetenschappen, filosofie en internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en de Universiteit Leiden.

 
Zij strijden volgens velen aan de goede zijde, vanuit de beste bedoelingen.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden