Een jaar vrede in Sri Lanka en nog altijd op drift

Nog tachtigduizend Tamils in het noorden van Sri Lanka wonen in kampen, een jaar nadat het leger de Tamil Tijgers versloeg....

VAVUNIYA Hij wacht al maanden op een telefoontje van het leger. Dan zal hij horen wanneer hij wordt teruggebracht naar zijn woonplaats. Niet dat Suppaiya Janagaraja zich op het weerzien verheugt. ‘Ik weet niet wat ik daar zal aantreffen, alles is veranderd. Overal zijn soldaten. Ik ben bang.’

Janagaraja (53) is een van de honderdduizenden Tamils die in de bloedige slotfase van de afscheidingsoorlog in het noorden en oosten van Sri Lanka uit hun huizen en van hun land werden verdreven. Ze werden ondergebracht in kampen, waar ze zouden blijven tot ze veilig terug konden.

Maar een jaar na het einde van de strijd tussen het Sri Lankaanse leger en de Tamil-rebellen is voor velen het wachten nog niet voorbij. Terwijl het land deze week de eerste verjaardag van de Grote Overwinning op de Tamil Tijgers viert, zijn tienduizenden nog steeds ontheemd.

Voor Janagaraja betekent het dat hij niets omhanden heeft, niets verdient en afhankelijk is van een schoonzus die zo ruimhartig was om hem en zijn twee dochters in huis te nemen. In haar woning in het stadje Vavuniya vertelt de gespannen en onverzorgd ogende Janagaraja dat hij weinig meer kan doen dan afwachten tot hij het sein krijgt voor terugkeer naar Mullaittivu aan de noordoostkust.

Of hij daar weer aan de slag zal kunnen, is de vraag. Want de oorlog heeft hem getekend. Hij heeft angstaanvallen. Wapens, messen, geknal van vuurwerk – hij kan het niet meer verdragen. Niet zo vreemd na wat hij heeft doorstaan in de laatste maanden van het legeroffensief tegen de Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam (LTTE), toen de burgers klem zaten tussen de strijdende partijen.

Zijn zoon en oudste dochter werden – volgens Janagaraja onder dwang – ingelijfd door de LTTE. Zijn echtgenote raakte daar zo van in paniek dat ze zelfmoord pleegde door zich te vergiftigen. De dochter werd gewond door een granaatscherf, waarna de Tijgers haar lieten gaan. Ze hield aan haar verwonding een slepend been over en toont een röntgenfoto met de schade die in haar heup is aangericht. Ze lacht er vriendelijk bij. Haar broer zit nog vast in een kamp voor voormalige LTTE-strijders, waar wordt uitgezocht of hij vrijwillig dan wel gedwongen bij de Tijgers diende. Van hem is al enige tijd niets meer vernomen.

Van de 300 duizend Tamils die vorig jaar in kampen zijn opgevangen, is inmiddels het grootste deel geherhuisvest, dankzij inspanningen van de Sri Lankaanse regering, het leger en internationale hulporganisaties. Voor bijna 80 duizend van hen is het moment van terugkeer naar het eigen woongebied nog niet aangebroken.

Op een kaart van de Verenigde Naties is te zien dat vooral in de noordoostelijke kuststrook weinig voortgang is geboekt met de resettlement. ‘Op de militairen na is het daar uitgestorven’, zegt een VN-medewerkster. Ze verwacht dat ook in 2011 nog mensen in opvangkampen zullen zitten.

Volgens de regering komt dit doordat het mijnenvrij maken van de woongebieden meer tijd kost dan gedacht. Maar hulpverleners wijzen ook op de moeizame relatie tussen Colombo en de VN – mede een gevolg van de kritiek in VN-kring op het legeroptreden tijdens de oorlog – en de stroeve bureaucratie. Niet zelden moeten buitenlandse hulpverleners lang wachten voor ze toestemming krijgen een streek of stad te bezoeken. Een ex-medewerker van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) vertelt dat hij wegens het ontbreken van de juiste papieren met een bus vol (hoog)zwangere vrouwen bij een controlepost zonder pardon werd teruggestuurd, terwijl er in de wijde omtrek geen onderdak te vinden was.

Onder Tamils doet een andere verklaring de ronde: de regering is bezig de bevolkingssamenstelling in het noorden te wijzigen door de immigratie van Singalezen uit het zuiden. Zo zou moeten worden voorkomen dat separatistische neigingen van de Tamils ooit nog een kans krijgen.

‘Op sommige plaatsen merkten teruggekeerde boeren dat hun land was ingenomen door Singalezen. Dat gebeurt met steun van de autoriteiten’, zegt parlementariër M.A. Sumanthiran van de Tamilpartij TNA. ‘De regering wil niet dat een minderheid in een deel van het land in de meerderheid is.’

Hulpverleners en andere zegslieden stellen echter dat bewijzen voor Singalese ‘kolonisatie’ van Tamil-gebieden vooralsnog ontbreken. Wel lijkt de vrees gerechtvaardigd dat de strijdkrachten streken zullen blijven beheren die zij beschouwen als veiligheidszones. Dat zal dan vooral het geval zijn in de kuststreek, waar vorig jaar het felst is gevochten.

In de omgeving van Vavuniya is het leger nadrukkelijk aanwezig, maar de soldaten laten burgers en verkeer over het algemeen ongemoeid. De hoofdweg A9 naar het schiereiland Jaffna in het uiterste noorden, dat bijna 25 jaar was afgesneden van het rest van het land, is sinds enkele weken open. Singalese toeristen maken massaal van de gelegenheid gebruik om een kijkje te nemen in Jaffna. Buitenlandse journalisten hebben voor het bezoeken van dit deel van het land overigens nog speciale toestemming van het leger nodig.

In Vavuniya, dat vlakbij de grens van het LTTE-gebied lag, heerst volop bedrijvigheid. Al is die voor een niet gering deel te danken aan de hulporganisaties die er actief zijn. Niet alleen voor de vluchtelingen in de kampen blijft ondersteuning nog nodig, ook voor de velen die na terugkeer in hun woonplaats geen uitzicht hebben op werk en nauwelijks toegang hebben tot medische en andere voorzieningen. De VN waarschuwen dat een ernstig financieel tekort dreigt als de donorgemeenschap niet snel over te brug komt voor de ontheemden.

Svandararaja Karappaiya (40) staat op het punt terug te keren naar zijn stukje grond. Samen met zijn vrouw en vijf kinderen verbleef de Tamil een jaar in een tent in Menik Farm, het grootste vluchtelingenkamp van het land. De volgende dag zal het gezin in een vrachtwagen naar Kilinochchi worden gebracht, waar Karappaiya een bescheiden bedrag en wat bouwmateriaal zal ontvangen.

Van een bekende hoorde hij dat van zijn huis niets meer overeind staat. Over zijn tijd in Menik Farm heeft Karappaiya weinig klachten. Er was eten, water, medische zorg. Betaald werk heeft hij niet, maar hij moet eerst zo snel mogelijk een woning bouwen. Er is een zesde kind op komst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden